Ter Haar doelt op het EK dat komend weekend alweer losbarst. Woensdag vliegt de nationale selectie naar Portugal om alvast te wennen aan de hitte en de baan. Na een zwaar trainingskamp in Heerde is Ter Haar er helemaal klaar voor. “Ik voel me prima. Het is gebleken dat ik me een stukje beter voel dan vorig jaar. Als sporter is het fijn dat je weet dat je er een stap bovenop hebt gezet”, zegt de in Heerenveen woonachtige skeeleraar.

Periodisering
Ter Haar leeft van EK’s en WK’s. Voor skeeleraars zijn dat de grootste toernooien in een seizoen, samen met The World Games. De Europa Cups in het voorseizoen staan voor hem meestal in het teken van knechten voor zijn Portugese en Italiaanse ploeggenoten. “Dat vind ik ook wel leuk hoor. Ik weet dat ik op dat moment niet voor een top 3-klassering in aanmerking kom, dus dan kan ik ook wel voldoening halen als ik mijn teamgenoten aan een overwinning help.”

Dat Ter Haar in het voorseizoen nog niet in blakende vorm is, baart hem op dat moment weinig zorgen. Hij weet immers dat zijn momenten nog moeten komen. “Natuurlijk wil je bij zo’n Europa Cup meedoen voor de prijzen, maar aan de andere kant kan ik ook wel realistisch blijven en het hoofd koel houden. Ik weet wanneer ik goed wil en moet zijn. Daarvoor moet je een soort periodisering draaien. Ik zie zo’n Europa Cup dus vaak als een soort training.”

Foto: Neeke Smit

Zijn eerste piekmoment dit jaar was aan het begin van de maand, bij het NK baan/weg. Ter Haar mikte op meerdere nationale titels en hoopte zich te plaatsen voor het EK. Dat laatste was gelukt, dat eerste voor een deel. Ter Haar werd Nederlands kampioen op de afvalkoers. “Het liefst had ik twee titels gepakt, maar Crispijn Ariëns was ook supersterk. Daarom kon ik er wel mee leven. Ach, als ik een medaille pak op het EK, dan ben ik dat allang weer vergeten, haha.”

Kopman
Want juist op een groot toernooi wist de jonge rijder nog nooit een individuele medaille te behalen. Vorig jaar kwam hij op het EK met twee top 6-noteringen bij de afval- en puntenkoers in de buurt van het podium, maar bleek dat toch iets te hoog gegrepen. Dit jaar kan daar zomaar eens verandering in komen, denkt Ter Haar. “Ik zit nu op zo’n niveau dat ik voor de medailles mee kan doen op de lange afstanden. Nationaal ben ik vorig jaar doorgebroken, nu wil ik ook internationaal doorbreken!”, klinkt het ambitieus.

En dan moet hij lachen als hem gevraagd wordt met welke plek op het EK hij definitief is doorgebroken. “Is daar een ongeschreven wet voor? Dan zal het in ieder geval beter moeten zijn dan een top 6-klassering!”, grapt Ter Haar, die toch al wel een wereldtitel op zak heeft. Op het WK in 2014 won hij met Mark Horsten en Michel Mulder goud op de relay. “Dat was zo’n bizar gevoel. Voor mij is dat het mooiste wat er tot nu toe in mijn skeelercarrière is gebeurd.”

Nog even terug naar zijn nationale doorbraak. Die vond in 2016 plaats, toen hij op het NK zijn eerste twee nationale titels pakte bij de senioren. En mede dankzij een goed EK en WK vorig jaar werd Ter Haar door de KNSB verkozen tot Inlineskater van het Jaar. “Dat zag ik echt niet aankomen”, glundert Ter Haar, die zijn doorbraak ook herkent aan zijn veranderde status. “Sinds vorig jaar ga ik naar de toernooien als kopman. Op het EK ben ik normaal gesproken de kopman op de piste, maar stel dat Crispijn Ariëns of Ruurd Dijkstra zich beter voelt of er beter voor staat, ben ik niet de beroerdste om voor hen te rijden. We zijn daar immers om medailles te winnen.”

Foto: Soenar Chamid

De nationale selectie:

Foto: Soenar Chamid