Nadat Lex van Tol in 1985 de Elfstedentocht had gereden, sloot hij zich aan bij IJsvereniging Zoetermeer. Vrijwel gelijk werd hem gevraagd op zaterdagmiddag ook aan de jeugd les te geven. Training geven bleek zijn ding, want tot op de dag van vandaag is hij in die rol actief – natuurlijk op geheel vrijwillige basis. “Op een gegeven moment heb je een leeftijd waarop je denkt ‘wedstrijden rijden, dat wordt hem niet meer’. En dan vind ik dit heel leuk om toch actief te zijn in de schaatssport”, vertelt hij. Inmiddels is hij ook leercoach voor de KNSB trainersopleidingen, en begeleidt daarmee nieuwe trainers in hun leertraject.

Inmiddels geef je dus al meer dan 25 jaar training. Hoe blijf je je daarvoor motiveren?

“Dat komt vooral door de reacties van de rijders. Die zijn heel positief. En ik denk altijd maar: zolang ze allemaal blijven komen doen we het goed. Dan is het blijkbaar leuk en gezellig, en daar gaat het om. Het is natuurlijk ook mooi als er prestaties uit voortvloeien, maar het gaat vooral om de gezelligheid in de groep.”

Waarom spreekt juist het trainersvak je zo aan?

“Ik vind het gewoon leuk om mensen wat te leren. Het is mooi als je ziet dat mensen zich onder jouw begeleiding verbeteren, en dan maakt het niet uit op welk niveau dat is. Nu geef ik training aan een steeds groter wordende groep wedstrijdrijders, in de leeftijd van B-junioren en ouder. Daarbij hoop je dan toch ook dat er een prestatie uitkomt. Minder leuk is het als je akkefietjes binnen de vereniging hebt, of als je bijvoorbeeld voor de zoveelste keer met ‘baggerijs’ op de Uithof te maken krijgt. Dan vraag je je soms wel af ‘is dit nog wel leuk?’ En je hebt natuurlijk minder tijd om zelf te trainen. Maar ik ga beslist niet met tegenzin naar de trainingen.”

Hoeveel tijd steek je daar in een gemiddelde week in?

“In de winter sta ik twee avonden op het ijs, op dinsdag en donderdag hebben we training, en in het weekend coach ik bij de wedstrijden van mijn rijders. Ik geef ook nog zomertrainingen, al ben ik met de fietstrainingen gestopt. Dat kunnen schaatsers op een bepaalde leeftijd ook zelf wel. Maar het houdt natuurlijk niet op bij de trainingen alleen, thuis ben ik ook bezig met het maken van de schema’s, en omdat we niet alleen in Zoetermeer, maar vooral ook op de Uithof in Den Haag trainen, komt er ook nog reistijd bij. Gemiddeld ben ik er wel zo’n 20 uur per week mee bezig.”

Je bent als leercoach bij de KNSB trainersopleidingen betrokken, maar hebt zelf natuurlijk ook een trainerscursus moeten doen…

“Klopt, in 1990 heb ik mijn eerste cursus gedaan en dan steeds met tussenpozen een stapje hogerop gegaan. Tussen die eerste en de laatste hebben wel tien jaar gezeten. Maar dat betekent naar mijn mening niet dat je daarna klaar bent, hoor. Ik ben steeds cursussen blijven volgen, om bij te blijven. Ja, daar moet je best wel een hoop tijd in investeren. Maar ik vind dat juist wel leuk. Je wilt toch vernieuwen, openstaan voor iets anders en niet ieder jaar hetzelfde doen. Met de tijd meegaan. Als niemand dat zou doen, hadden we nu nog steeds op houten schaatsen gereden. Trainen verandert ook in de loop van de tijd, bijvoorbeeld met de komst van de overdekte banen. Voor mij zit hem daarin juist een leuke uitdaging.”

Welke vrijwilliger wilt u graag terugzien in de 'Vrijwilliger van de Week', en waarom? Laat het ons weten door een mail te sturen naar redactie@schaatsen.nl!