Schaatslegende Eric Heiden inspireerde een ventje van vijftien of zestien uit het Engelse Birmingham om te gaan schaatsen. Een documentaire over de winnaar van vijf gouden plakken op de Winterspelen van Lake Placid (1980) maakte zoveel indruk op Wilf O’Reilly dat hij wist wat hij met z’n leven wilde. “Ik zag Heiden trainen met een schaatsplank, vond de sport leuk en vroeg mijn moeder of ik de deur van mijn slaapkamer eruit mocht halen om te gebruiken als schaatsplank. Aan weerszijden een plintje erop geschroefd, met een schoonmaakmiddel het oppervlak wat gladder gemaakt, en op m’n sokken ben ik begonnen te glijden. Zo is het zaadje geplant.”
Het was geen verkeerde keuze van de intussen 61-jarige O’Reilly, die in Milaan BBC Televisie bedient als commentator bij de wedstrijden op de langebaan en uiteraard het shorttracktoernooi. Amper zeventien stond hij al op de hoogste trede van het erepodium als Europees kampioen shorttrack. Er zouden veel meer aansprekende prijzen volgen, tot aan een wereldtitel toe. Maar daarvoor had de kleine, watervlugge Brit zich tot een bescheiden held van de shorttrackscene in het Verenigd Koninkrijk ontpopt, door tijdens de Spelen van Calgary twee keer goud op te vissen. Hij mocht zich geen olympisch kampioen noemen – want shorttrack was slechts een demonstratiesport – maar hij voelde zich het wel een beetje. De meeste aandacht ging evenwel uit naar de excentrieke schansspringer Michael Edwards, beter bekend als ‘Eddie the Eagle’, die door de clown uit te hangen de populairste atleet werd in Canada.
O’Reiily vond het prima. Hij had dezelfde manager als Edwards, die veel commerciële aanvragen binnen harkte waarvan de shorttracker ook kon profiteren. Hij wist niet goed wat te doen met zijn kostbare onderscheidingen van de Spelen. “Mensen hebben me dat dikwijls gevraagd: ‘Waar laat je die medailles?’ Ik stopte ze eerst bij een bank in een kluis. Naderhand, toen ik was verhuisd van Engeland naar Amsterdam, lagen ze gewoon thuis ergens, totdat ik met m’n vrouw begin 2000 besloot te verkassen naar Benthuizen. Wat doe je? Een verhuisbedrijf in de arm nemen. Ik had alle prijzen van mijn carrière die enige betekenis hadden, opgeborgen in een klein kluisje. Alle andere spullen zaten in dozen die door die verhuismannen werden overgebracht naar het nieuwe huis. Zonder er goed op te letten, zetten die lui de dingen kriskras door elkaar neer.”
Een dag of drie na de verhuizing verbleef O’Reilly alweer aan de andere kant van de wereld. “De telefoon ging. Mijn vrouw. ‘Wilf, het nieuwe huis is compleet overhoopgehaald. Er is ingebroken en ik weet niet wat er weg is’. Toen ik terug was in Nederland, zijn we weer gaan kijken. Het was een grote bende. Alle medailles waren natuurlijk verdwenen, op één na: mijn eerste gouden van de Spelen, van de 500 meter. Die had ik namelijk aan mijn moeder gegeven als bedankje. De politie vermoedde dat de dader iemand van het verhuisbedrijf moest zijn geweest.”
O’Reilly baalde als een stekker, maar kon niet lang stilstaan bij het verlies. Hij was bondscoach van Nederland, reisde van hot naar her en had genoeg andere dingen aan zijn hoofd. In december 2000 verbleef hij met de nationale ploeg in China, toen er een fax op zijn hotelkamer werd afgeleverd. ‘De Telegraaf wil een interview doen met je, want je medailles zijn gevonden, en ook die ene olympische. Twee medewerkers van het waterschap in Breda hebben ze gevonden’. “Bericht van mijn vrouw”, gaat O’Reilly verder. “Er waren graafwerkzaamheden in een of andere beek in Brabant, waarbij die mensen op dat kluisje waren gestuit. Door ’m open te breken kwamen ze erachter van wie de inhoud was. Nadat ik thuis was, heb ik alles teruggekregen. Nou ja, alles…. Wat goud was, zat er niet meer tussen. Mijn olympische medaille bleek te zijn doorgezaagd, om te checken of die kon worden omgesmolten. Ik heb dat ding bewaard, al moet ik zeggen dat ik geen idee heb waar in huis die moet liggen.”
De plak van de 500 meter heeft O’Reilly weer terug, omdat zijn moeder is overleden. Hoewel hij de souvenir koestert, zou hij ’m nu niet meer onder zijn hoofdkussen leggen. “Verkopen voor flink wat geld, zoals ik onlangs las in een bericht over een Amerikaanse zwemmer? Nooit! Er is te hard voor gewerkt, gezweet, en er zijn te veel tranen voor gelaten. Niet alleen bij mij, ook bij mijn moeder, mijn coaches, de hele omgeving. De herinneringen aan die tijd zijn te dierbaar. En het is weliswaar een cliché, maar ik zeg het toch: de reis naar het goud was veel leuker dan de eindbestemming.”