Hoe goed zijn de prognoses geweest? Ook voor Ben en Sjinkie geldt: de weg ernaartoe is altijd leuker dan waar het mee eindigt. De toekomst laat zich niet de wet voorschrijven, wat waarzeggers ook beweren. Dat levert de volgende scores op: waar Ben een maximaal aantal van 84 punten kon behalen met zijn voorbeschouwende analyses, sprokkelde hij er 29 bij elkaar. “Dat betekent ook goud voor mij”, reageert hij stellig. “Ik ben de slechtste voorspeller aller tijden. De slechtste glazen bol die er bestaat.” Nee, Van der Burg spaart zichzelf niet. “De grootste loser die we ooit op Schaatsen.nl hebben gehad. Niet kunnen winnen. Niet één voorspelling was juist. Maar ik zit er niet mee. Het raakt me niet. In de sport verlies je namelijk meer dan je wint. Ik heb m’n emoties prima kunnen reguleren, dat kun je niet van alle mensen beweren die in Milaan aanwezig waren. Ik heb de voorbije twee weken genoten. Het was fantastisch, van de eerste tot de laatste minuut.”
Sjinkie Knegt stortte zich net als langebaanexpert Ben vol overgave op het strijdgewoel in de Milano Ice Skating Arena. Om nóg beter beslagen ten ijs te verschijnen reisde ‘de Schicht van Bantega’ zelfs een kleine week naar het epicentrum van shorttrack, om met eigen ogen te zien hoe de sterren ervoor stonden. Wat bracht het op? “Veel live plezier en kijkgenot, want ik ben op de eerste plaats een liefhebber van de sport”, licht Knegt toe. Omdat hij over veel minder finales zijn licht hoefde te laten schijnen, zou hij bij een foutloze serie 54 punten hebben verzameld. Sjinkie bleef steken op achttien. “Dat is dus een grote onvoldoende. Ik lig er gelukkig niet wakker van hoor; wat voornamer is, is dat de Nederlandse shorttrackers het fantastisch hebben gedaan. Ik heb het ene na het andere hoogtepunt gezien en daar ben ik net zo goed trots op”, laat hij weten.
De mannenrelay was een openbaring, ondanks het feit dat TeamNL niet in Knegts favoriete opstelling reed (met Itzhak de Laat op de plaats van Friso Emons). “Dat verraste me. Als je in de finale belandt, heb je altijd kans op een medaille. Wat ik heb gezien, was prachtig. De ploeg reed dominant, regisseerde op kop de koers en daarachter begonnen de Koreanen en de Italianen met elkaar te vechten. Nou, wanneer Canada – dat een ontiegelijk zwakke indruk achterliet gedurende het gehele toernooi – het ook laat zitten, pak je goud. Zo simpel is dat. Maar nog eens: grote klasse van Nederland."
Knegt mag in de pauzestand zitten, hij waagt zich toch alweer aan een voorspelling. “We hebben met Jens van ’t Wout en Xandra Velzeboer twee geweldige, jonge wereldtoppers die nog minstens één en mogelijk twee keer de Spelen kunnen meemaken. Meer heb je er ook niet nodig, dat heeft de periode waarin Suzanne Schulting en ik zelf veel wonnen bewezen. Ik ga ervanuit dat we het de komende jaren ook vooral van die twee moeten hebben. Nieuwe sterren kan ik niet ontdekken. Ja, Melle heeft een schitterende Spelen achter de rug. Ik adviseer hem wel zijn focus te houden op de 500 meter: dat nummer kan hij prima”, aldus de Fries.
Voor de pechvogel van Oranje, Michelle Velzeboer, heeft hij tot slot nog enkele warme woorden. “Zij moet niet twijfelen, want ze kan heel goed schaatsen. Als ze deze zomer goed nadenkt, komt het allemaal in orde.”
Ben heeft het slotwoord, verpakt in zijn persoonlijke schaatstop-3 aan hoogtepunten.
1: "Het beuken van Francesca Lollobrigida. Hoe zij op de drie en vijf kilometer de twee gouden medailles wist te veroveren. Niet normaal! Nu houdt ze het niet meer vol. Nu kan het niet meer, dit gaat niet meer, dit is te veel, dat schoot door mijn hoofd.
2. De sublieme rit van Zhongyan Ning tegen Kjeld Nuis. Ning, technisch, Kjeld de perfectie. Zo mooi, man. Wat heb ik van die mannen genoten.
3. Het ongelooflijke van de 1000 meter voor de vrouwen, met Femke Kok en Jutta Leerdam. Eerst Kok die 1.12 schaatste, wat buitenaards was. Daarna kwam de spanning bij Jutta, die eronderdoor klapt om het goud alsnog te grijpen. Deze afstand was heerlijk, ook door die iconische foto’s waarop je Jutta’s gezicht zag met die uitgelopen mascara. Tja, dat hoort er tegenwoordig allemaal bij. Op die manier zal het mij eeuwig bijblijven. Als ik straks 88 ben en terugkijk op mijn leven, zullen deze drie momenten opborrelen. Geen twijfel mogelijk.”