De mannenrelay eindigt in winst voor het Hollandse kwartet, en dat wil men weten aan de Sportboulevard van Dordt. Die heeft bij de start van de middag al in vuur en vlam gestaan na de overtuigende zege in de mixed teamrelay. Enkele meisjes van de mannen die het nu doen, hangen met betraande ogen van geluk over de veiligheidskussens, een speaker struikelt in zijn opwinding bijna over zijn eigen woorden. En dat is natuurlijk altijd beter dan wanneer een rijder in de knoop raakt met zijn eigen schaatsen. Nuchtere Hollanders? Ze zijn moeilijk te vinden in de menigte die geniet van een totaal onverwacht sporthoogtepunt.
Want zeg nou zelf: aan welke ‘onmogelijke’ opdracht moeten Friso Emons, Teun Boer, Itzhak de Laat en Melle van ’t Wout beginnen, als ze kort voor de start definitief horen wat ze al een uurtje vermoedden? Kopman Jens van ’t Wout, bijna altijd de stoïcijnse en nauwelijks te passeren slotschaatser op het teamonderdeel, doet niet mee. Rampspoed in het kwadraat. Reeds afgemeld voor de halve finale van de 1000 meter vanwege een pijnlijke linkerlies heeft de medische staf ook een streep getrokken door zijn deelname aan het nummer dat hem nog een keer dit weekend een kans op een medaille biedt.
En toch wordt het goud, na een bizar sterk gereden koers over 45 ronden. Bondscoach Niels Kerstholt, zich van microfoon naar camera en vervolgens naar een groep verslaggevers verplaatsend, herhaalt een vraag luid en duidelijk. “Wat deze medaille allemaal zegt? Dat we kunnen winnen zonder Jens!” De blik in zijn ogen geven de woorden extra lading. “Alles kan in onze sport.”
Juist in dat zinnetje zit ook wat ongeloof bij hemzelf verstopt. Relays zijn onvoorspelbaar als de pest en daarom ook zo heerlijk om naar te kijken, of voor de atleten, om te rijden. TeamNL is bij de kerels een vaste waarde onder de topnaties, maar absoluut geen veelwinnaar. Dus zonder de beste man, mét de druk van presteren voor eigen volk is deze uitkomst geen abc’tje. “Om eerlijk te zijn”, merkt Kerstholt op, “je weet dat de kansen niet megagroot zijn. Tegen Italië en China dachten we dat er misschien wat mogelijk zou zijn…”
Hij schetst in het kort het verloop van het toernooi en komt met een aardige beeldspraak. Wat hij heeft zien gebeuren is een file van dominostenen die allemaal de verkeerde kant op vielen (individuele tegenvallers op vrijwel alle mogelijke afstanden). “Die moet je op een gegeven moment zien te stoppen. Ik heb dat geprobeerd door de mannen voor de relay bij elkaar te roepen om een plan te smeden. Door erop te hameren dat we zo dikwijls hierop oefenen en er te allen tijde vertrouwen in hebben dat we kunnen winnen.” Dat is de grote lijn van zijn relaas; Kerstholt treedt ook graag in detail en benoemt dan alle rijders apart, de moves die ze kunnen en moeten maken, wanneer er wie de snelheid moet opvoeren enzovoort. Het is een aardige inkijk, feit blijft dat het eindresultaat op deze dag vooral telt. “Wij kunnen, met onze snelheid, alle landen pakken”, concludeert de coach even tevreden als trots. Het mag, bij deze gelegenheid. Want wie niet kan meedoen (Canada, Korea en Japan zijn vroegtijdig gesneuveld), kan ook niet verslagen worden. Wel goed om te weten dat de Aziaten twee van de vier aflossingen naar zich toe hebben getrokken, en de Canadezen de andere.
Eind goed, dat klopt. De Nederlandse ploeg weet na vier intensieve raceweekends (twee in Montréal, een in Gdansk en Dordrecht) dat er op oorlogssterkte naar de Winterspelen van Milaan kan worden toegeleefd. Vijf mannen (reserve inbegrepen) en evenveel vrouwen zijn er over ruim twee maanden bij. De vrouwen hebben drie startplaatsen op alle individuele onderdelen (500, 1000 en 1500 meter), de mannen zijn er niet in geslaagd drie bewijzen te verzamelen voor de 1000 meter. Kerstholt: “Dat zegt me niet zoveel.” Hij zoomt liever in op de kracht van Oranje in de relays. “We staan in die rankings eerste (vrouwen), eerste (mixed relay) en tweede (mannen). Dat is nooit eerder gedaan. Oftewel, we staan er kneitergoed voor met de aflossing.”