De achttienjarige junior beseft namelijk dat hij op de puntenafvalkoers een goede kans heeft laten liggen op een medaille. “Aan het begin van de wedstrijd was ik behoorlijk aan het kutten achterin het peloton”, blikt Huizinga terug tegenover schaatsen.nl.
“Dat kostte me wel wat energie, want je bent dan toch steeds aan het vechten voor je plekje en vooral om niet af te vallen. Dat is niet goed, want ik ben sterk genoeg, dus had ik gewoon meteen voorin moeten zitten”, vervolgt hij.
Dat Huizinga er alsnog in slaagde om een mooie eindklassering te bereiken, was slechts een schrale troost. “Je wordt vierde van de wereld, dat is wel lekker, maar het is gewoon zuur dat je het zelf hebt laten liggen. Nu kom ik een punt tekort voor het podium. Als ik in het begin mee had gezeten, had ik daar echt vol voor kunnen gaan.”
Huizinga nam zich voor de afvalkoers dan ook voor om in ieder geval niet dezelfde fout te maken als een dag eerder en dat plan slaagde. “De opdracht was heel simpel: blijf voorin en val niet naar achteren. Dat heb ik gedaan. Het ging vandaag sowieso beter dan gisteren, al krijg je dan een mindere uitslag.”
Het WK zit er echter nog lang niet op voor Huizinga, die ook nog op het wegtoernooi en de marathon in actie komt en eigenlijk maar met een doel naar Taiwan is afgereisd. “Ik ga absoluut voor de wereldtitel. Daar heb ik het hele jaar voor getraind en heb ik alles voor over. Ik denk dat het ook haalbaar is want ik groei in het toernooi. Het moet er dus maar eens uitkomen.”