In de trainingswedstrijden blijft Hospes achter ten opzichte van ploeggenoten als Ronald Mulder en Daidai Ntab. En dat terwijl hij nu juist deze zomer geen tegenslagen heeft gehad. “Vorig jaar heb ik in de lappenmand gezeten na een knie-operatie. Toen kon ik niet hard doortrainen en moest ik juist rustig aandoen. En toen ging het op de NK Afstanden alsnog mis door twee missers.”
Dit jaar is hij fysiek klachtenvrij en heeft Hospes juist extra hard getraind. “Ik heb voor een sprinter veel omvang gedraaid”, zegt hij. Dat betekent dat hij wat vaker is aangehaakt bij de mannen van de 1000 en 1500 meter van de ploeg. “Dat zijn wat wij de ‘lange jongens’ noemen.”
Vaker dan voorheen kroop 500-meterspecialist Hospes in het kielzog van de lange jongens. Bang dat dat juist te veel van het goede zou zijn, is hij niet. “Ik ben altijd een sprinter geweest die veel werk verzet. Dat zit mijn 500 meter niet in de weg.”
Het harde werk is wel vermoeiend en dat speelt in de laatste weken van het seizoen wat op. “Ik ben daardoor nu nog niet helemaal uitgerust, maar ik raak wel in vorm. Het is nu zaak om de juiste dingen te doen: scherp te trainen. Dat betekent veel rust, korte inspanningen en geen nevenactiviteiten.”
Dat hij zo vlak voor het seizoen zware benen heeft, mag geen verrassing zijn. “Ik wist dat dit de consequentie zou zijn van het harde trainen.” Het past in het plan dat Hospes met coach Gerard van Velde heeft uitgestippeld.
Tegelijkertijd slaat de twijfel zo nu en dan ook toe. “Zeker. Als het in training zo goed gaat en iedereen je toch voorbij vliegt”, geeft hij toe. “Er wordt om me heen heel hard gereden. Toch heb ik zelf ook nog nooit zo hard gereden op dit moment van het jaar. Dat houd ik mezelf nu maar voor.”
Het is de eeuwige paradox waar de schaatsers in de weken voor het seizoen onder gebukt gaan. Iedereen voelt zich sterk na een volle trainingszomer en tegelijkertijd twijfelt iedereen hoe de vorm zal zijn als het er echt om draait.
Hospes zit in hetzelfde schuitje als zijn ploeggenoot Michel Mulder. Ook bij hem vallen de eerste tijden tegen. “Hij zei tegen me: ‘we laten ons niet gek maken’. Maar dat is hard werken.”
De komende weken zal Hospes gas terugnemen, taperen zoals dat in de sportwereld heet. Dat moet zijn spieren rust geven en zijn lichaam de kans om van de harde trainingsarbeid te herstellen en er sterker uit te komen.