Tijden zijn niet heilig. Wie als 12-jarige een razendsnelle 500 meter rijdt, wordt niet per definitie de nieuwe Kulizhnikov of Jenning de Boo. Of je als schaatser de wereldtop bereikt, is afhankelijk van veel factoren, zowel fysiek en mentaal. De belangrijkste brengt de schaatsbond sinds zeven jaar in kaart via de KNSB Talentdagen.

Maar hoe je het ook wendt of keert: tijd is een cruciale factor in het schaatsen. Bij de langebaan is de klok uiteindelijk het enige dat telt: eenhonderdste seconde kan het verschil maken tussen goud en zilver. Dus is de vraag: welke tijden geven een indicatie dat je te maken hebt met een olympisch kampioen in de dop?

Met die onderzoeksvraag hebben de KNSB en Qualogy een slimme tool ontwikkeld: de Talenttracker. Hoe dat werkt? Je gooit per afstand tijden die kampioenen (van nu en vroeger) als junior hebben gereden in een mixer. Daaruit ontstaan ‘prestatiefunnels’, opgebouwd met de snelste en langzaamste seizoenstijden van de ‘champions’, rijders die WK- of olympische medailles hebben behaald. Die grafieken zijn te vergelijken met groeicurves, waarmee ouders op het consultatiebureau kunnen zien of hun baby zich goed ontwikkelt of niet.

Terug naar het schaatsen. Daar vergelijk je de tijden van een talent met die van kampioenen toen zij dezelfde leeftijd hadden. Dan kun je in één oogopslag zien hoe deze jonge schaats(st)er ervoor staat én tot welke hoogte hij/zij zou kunnen groeien. Is hij/zij lijnrecht op weg naar de wereldtop, of wordt die weg wat ingewikkelder? Als je zo’n curve ziet, wat kun je dan met die informatie?

“Wij denken zo nog beter te worden in het herkennen en ontwikkelen van onze talenten”, zegt Ellen Reijmer, manager talentontwikkeling van de KNSB. “De heilige graal is het niet, maar de Talenttracker is echt nuttig voor onze scouting, naast alle andere data die we via de Talentdagen verzamelen.”

De Talenttracker liet zien dat Jenning de Boo en Angel Daleman als jonkies al harder gingen dan de beste rijders ooit gedaan hadden. “Jenning sprong er duidelijk uit, dat is een unieke situatie,” zegt Jetske Wiersma, hoofdcoach talentontwikkeling van de KNSB. “Ook Angel Daleman zat met haar tijden ver onder de funnel. Soms heb je twee van zulke uitzonderlijke talenten in een jaar, soms geen.”

Talenttracker - funnel Jenning de Boo - 500 meter
De rode lijn toont hoe Jenning de Boo als jonkie presteerde op 500 meter. In de oranje 'funnel' zie je de 10% snelste tijden van alle kampioenen (schaatsers die podium reden op WK of OS). | Foto: KNSB/Qualogy
Talenttracker - funnel Jenning de Boo - 1000 meter
De rode lijn toont hoe Jenning de Boo presteerde op de 1000 meter. | Foto: KNSB/Qualogy

Talenttracker 3.0 gebruikt naast tijden ook veel andere data

De KNSB is met Qualogy in gesprek over de doorontwikkeling van de Talenttracker. Het is de bedoeling om naast schaatstijden ook andere data in de tool te verwerken. Dat varieert van fysieke kenmerken – zoals lengte, gewicht en lenigheid – tot en met voedingspatronen en slaapritmes. Ook interessant zijn mentale aspecten, zoals stressbestendigheid en veerkracht.

Dergelijke data worden nu al verzameld, onder meer via testen tijdens de KNSB Talentdagen en smartwatches die schaatsers dragen. “Als we Talenttracker hiermee kunnen verrijken, maken we echt een stevige verdiepingsslag”, zegt Steven Sharma, CCO van Qualogy. “Dan zullen de analyses die we van sporters maken nog sterker en completer zijn.”

Wanneer die Talenttracker 3.0 klaar kan zijn? Sharma: “Dat hangt af van de gesprekken die we voeren met de KNSB. We willen dit heel zorgvuldig doen. Want het kan impact hebben op jonge sporters of hun ouders, als je hen bijvoorbeeld vertelt dat ze niet goed eten of steeds te laat naar bed gaan. Hoe ga je daar netjes mee om? Dat is echt een samenspel tussen ons en de KNSB. Ik verwacht wel dat we medio 2026 een nieuwe, verrijkte versie van Talenttracker klaar kunnen hebben.”

Qualogy werkt normaliter voor ministeries en grote bedrijven als ING en Ahold. Sharma: “Schaatsen was voor onze techneuten een nieuw domein, maar inmiddels spreken zij er met zichtbaar enthousiasme en expertise over. Zij weten alles over Angel of Jenning. Studenten worden ook enthousiast als ze horen dat wij met (top)sport bezig zijn en lopen graag stage bij ons. Die dynamiek is mooi om te zien en die maakt deze samenwerking voor ons zo interessant.”

Bij de KNSB Talentdagen worden jonge rijders op verschillende onderdelen getest. Hier meet men de balans en enkelstabiliteit.

Uiteraard dienen zich ook talenten aan van wie trainers meteen zien dat ze potentie hebben, maar die als 15-jarige nog niet kunnen tippen aan tijden die kampioenen reden op diezelfde leeftijd. Een voorbeeld daarvan is Beau Snellink. “Niet dat hij er echt negatief uitsprong qua tijden, want hij deed met name op de lange afstanden goed mee”, zegt Wiersma. “Maar hij bevond zich eerder aan de bovenkant dan aan de onderkant van de funnel. Dan ga je kijken naar andere factoren en competenties die van belang zijn om de top te halen en hoeveel ontwikkelruimte daar nog zit. Met Beau zijn mooie schaatstechniek, goede mindset en grote fysieke capaciteit heeft hij zich ontwikkeld tot een sterke lange-afstandschaatser. Dit laat zien dat we ons niet moeten blindstaren op alleen schaatstijden bij de jeugd.”

Met de Talenttracker kun je niet alleen ‘voorspellen’ hoe goed een individuele schaatser kan worden, je kunt er ook mee in kaart brengen hoe sterk een lichting schaatsers is. Doen de jongens en meisjes die geboren zijn in 2010-2011 het beter dan ‘de klas van 2000-2001' of de generatie Sven & Ireen? En hoe ontwikkelen de jonge atleten zich nu, vergeleken met die van tien, twintig of dertig jaar geleden?

Om heel eerlijk te zijn: dat baart de KNSB wel zorgen. Allereerst heb je de huidige generatie van 19, 20 jaar oud, de junioren A, die niet de sterkste lichting vormen. “We hebben te maken met een paar lastige jaren”, zegt Wiersma. “Wij noemen ze wel de corona-generatie. Zij konden tijdens corona, als junior C of B, amper schaatsen. Dat heeft invloed gehad, ze hebben uren schaatstijd gemist.”

Maar er is meer aan de hand. Wiersma: “De volgende generatie is eigenlijk niet veel sterker en dat heeft dieperliggende oorzaken. Kinderen hebben bijna geen gymles meer, spelen minder buiten, je kunt echt spreken van bewegingsarmoede. Het aanleren van de schaatstechniek is best ingewikkeld. Het is nóg moeilijker als kinderen toch al niet gewend zijn om veel te bewegen. Ze missen een soort fundament.”

Die zorg leeft al enkele jaren binnen de KNSB en er wordt hard aan gewerkt om het tij te keren. Nieuw beleid wordt spoedig uitgerold. Talenttracker wordt daarvoor doorontwikkeld. Wiersma: “We willen de tool uitbreiden met andere data (zie kader, red.). Die hebben we nu ook al, maar ze staan nog niet mooi gecombineerd bij elkaar. Daar willen we wel naar toe, zodat je nog beter kunt voorspellen of talenten die wereldtop kunnen halen. Iedereen kijkt nu naar Milaan en laten we hopen dat we daar weer succesvol zijn. Maar wij willen ook de kampioenen van 2030 en 2034 blijven leveren.”

Jetske Wiersma (r), hoofdcoach talentontwikkeling van de KNSB: "Wij willen ook de kampioenen van 2030 en 2034 blijven leveren." | Foto: DESGphoto / L. Hagen