Uit de luidsprekers op de Jaap Edenbaan knalde vlak voor de huldiging het nummer ‘Eternity’ van de Pointer Sisters. Toepasselijker kon het bijna niet. De eeuwigheid is lang, maar het zou zomaar kunnen dat de zes titels van Arjan Stroetinga nooit meer door iemand worden verbeterd. De voormalig automonteur uit Waskemeer zadelt de generaties na hem in ieder geval op met een enorme last. ’’Prima’’, vond de lachende Stroetinga. ’’Ik moet het ze ook niet te makkelijk maken.’’
Makkelijk had Stroetinga het in de wedstrijd ook niet, maar voor al te veel problemen werd hij evenmin gesteld. Eigenlijk was het scenario ideaal voor de man die al vijf nationale titels op zijn erelijst had staan. Hij maakte deel uit van een kopgroep die al heel vroeg in de wedstrijd ontstond. ’’Meestal is dat niet het geval in een NK, maar bewijst weer eens hoe apart die wedstrijd is.’’
Zeven rijders – Robert Post, Niels Mesu, Sjaak Schipper, Crispijn Ariëns, Arjan Stroetinga, Simon Schouten en Thom van Beek – waren al in de eerste 25 ronden op zoek naar een ronde voorsprong. Ze kregen hulp van niemand minder dan de kampioen zelf. Jorrit Bergsma loodste de zeven naar de staart van het peloton. Niet raar, vond Stroetinga. "Zo gaat dat bij ons in de ploeg.’’
De zeven kregen later gezelschap van Evert Hoolwerf en Mats Stoltenborg, en daarmee was de zaak in feite al beslist. "Ach, het was nog wel vroeg in de wedstrijd en je moet wel scherp blijven. Er kan zomaar nog een groepje rondgaan. Gelukkig heb ik dan een goede ploeg om me heen. Ze hebben me uit de wind gehouden, ik heb weinig meer hoeven doen.’’
In de finale had hij Schouten nog aan zijn zijde, al waren het de mannen van Tjolk die met drie rijders het beeld bepaalden in een poging Hoolwerf af te leveren. Maar die leverde niet het beoogde resultaat op. ’’Ik ging met meer snelheid de laatste bocht in, maar knalde daardoor achterop Stroetinga’’, vertelde Hoolwerf. ’’Daarna lukte het niet meer. Ik kwam ook niet meer achter hem weg op het laatste rechte stuk. Daar baal ik wel van, maar aan de andere kant ben ik ook blij met zilver.’’
’’Hoolwerf was de gevaarlijkste, dat wist ik wel’’, stelde Stroetinga. ’’Ik train elke dag met hem, weet hoe snel hij is.’’ De sprint was er eentje tussen de oude en de nieuwe generatie, erkende de Fries. ’’Absoluut. Hij is de man van de toekomst. Ik herken ook wel wat van mezelf in hem. Hij is gretig, een echte afmaker. Ik hoop dat hij nog veel van me kan leren.’’ Lachend: ’’Al probeer ik hem natuurlijk niet al te veel mee te geven nu ik zelf nog rijd.’’
Stroetinga incasseerde zijn zesde titel zoals altijd: nuchter. ’’Ach, misschien ga ik vanavond wel even uit mijn plaat. Aan de andere kant: het is een mooie titel, maar er is meer te winnen dit seizoen.’’ Dat zal hij vooral op de langebaan proberen te doen, want de kans dat de Nederlands kampioen nog vaak op het kunstijs is te zien, is niet zo groot.
’’We moeten zorgvuldig plannen en keuzes. Natuurijs wordt sowieso niet zoveel. De Weissensee valt samen met het NK Allround, daarna is het WK in Kolomna waar ik hoop te rijden. Weet je, de Weissensee kan ik ook nog rijden als ik veertig ben. Dat wordt lastig op de langebaan, dus dat moet ik nu meepakken. Maar wel in de wetenschap dat de belangrijkste marathontitel binnen is.’’