Yvonne van Gennip en Jochem Uytdehaage voegden begin december de naam van Sandrine Tas toe aan het rijtje medaillekandidaten voor de vijf kilometer. Een opvallende conclusie van de oud-olympisch kampioenen, want Tas reed slechts viermaal die afstand in haar carrière. De laatste van dat kwartet voltooide ze begin december in 6.52,24. Daarmee scherpte ze haar Belgisch record met acht seconden aan en eindigde ze maar net naast het podium. “Die race zal ik me nog lang heugen”, blikt Tas terug. “Voor het oog van mijn familie en vrienden steeg ik boven mezelf uit. Ik vind het motiverend dat iemand als Yvonne mij noemt als kanshebber op een medaille, maar zelf blijf ik wel realistisch.”
Bescheiden, zoals we de Belgen kennen. Toch rijst de vraag waarom de dertigjarige Tas, die al sinds 2021 haar rondjes rijdt in de World Cups, de langste afstand nog zo weinig gereden heeft. Voor dat antwoord moeten we terug naar de overstap die Tas, en bijna al haar landgenoten, maakten. Door het gebrek aan ijs in hun eigen land begonnen hun carrières niet op ijzers, maar op wieltjes.
Neem de 22-jarige Fran Vanhoutte. Op jonge leeftijd begon ze met skeeleren, waar ze meerdere Europese titels won als junior. Ze probeerde ondertussen ook op schaatsen zichzelf te verbeteren, maar door gebrek aan ijs in eigen land bleef dat beperkt tot de schoolvakanties. In 2022 gooide ze het roer om. Op aanraden van haar skeelercoach Frank Fiers vertrok ze naar Heerenveen en begon ze met marathonschaatsen, zodat ze veel wedstrijdmeters kon maken en ijsgevoel zou ontwikkelen. “Maar op je negentiende ben je relatief oud om een techniek onder de knie te krijgen”, vertelt Vanhoutte. “Ik heb in het begin veel moeite gehad de schaatsslag te vinden en op de buitenkant van mijn mes te rijden. Veel inliners hebben dat probleem.”
Tas herkent de technische worstelingen. Met meerdere Europese en wereldtitels op zak maakte zij de overstap. “Op het ijs verwacht je gelijk weer veel van jezelf. Dan zie je dat je fysiek weinig onderdoet voor de andere vrouwen, maar niet in de buurt komt van hun tijden. Schaatsen is technisch zo’n moeilijke sport. Eerlijk gezegd heb ik er langer voor nodig dan verwacht om de techniek onder de knie te krijgen. Dat is ook de reden geweest dat ik lange tijd geen vijf kilometers heb gereden. Voor die afstand moet je zo efficiënt kunnen schaatsen. In het begin was ik daarom beter op de sprint. Ik dacht er nooit over om een vijf kilometer te rijden. Dat was zo ver…”
Ook Indra Médard (27 jaar) weet hoe lastig het is om op late leeftijd de schaatstechniek aan te leren. “Zelfs Bart zegt dat hij af en toe nog zoekende is. Dat is het mooie aan ons Belgen, we zitten allemaal in hetzelfde schuitje, al is het soms frustrerend. Zelf ben ik vijf jaar geleden begonnen, geïnspireerd door Bart. In die tijd waren er een paar projectjes vanuit België, road to ice, waar je kennismaakte met het schaatsen. Ik heb een paar jaar marathons geschaatst voordat ik bij NOVUS ging rijden. Mijn doel was altijd om de Spelen van 2026 te halen. Had ik onderweg gezien dat het niet meer realistisch was, dan zou ik stoppen. Ik was afgestudeerd aan de universiteit en kon ook aan de slag.”
Médard hoefde niet af te slaan naar het werkende leven, maar kwalificeerde zich – door zichzelf steeds nipt te handhaven op het hoogste niveau in de World Cup – voor de mass start in Milaan. Al was dat niet het onderdeel waarop hij zijn trainingsarbeid in de zomer had afgestemd. “Twee jaar geleden hebben we uitgesproken dat we op de ploegenachtervolging een medaille wilden pakken. Die mogelijkheid zat er ook zeker in…”
Totdat Jason Suttels, de derde man naast Swings en Médard, eind september zijn enkel brak tijdens een mass start in Nederland. “Een enorme klap. Omdat we goede vrienden zijn, vond ik het lastig hem zo te zien. Later kwam het besef dat de team pursuit in gevaar kwam. We hebben de World Cup in Salt Lake City nog geprobeerd met Mathias Vosté, maar dat viel tegen. Toen hebben we de stekker eruit getrokken. Het was belangrijker dat de individuen zich zouden plaatsen dan dat we door zouden gaan met iets wat niet zou lukken.”
Het vrouwentrio Isabelle van Elst, Vanhoutte en Tas had meer succes en is daarmee de eerste Belgische vrouwentrein op de Spelen. “Omdat we individueel nog niet goed genoeg waren, hebben we het onderdeel eerst links laten liggen”, vertelt Tas. “Ook vorig jaar hebben we de eerste ploegenachtervolging overgeslagen, waar ik inmiddels spijt van heb."
"Vanaf het moment dat we het oppakten ging het namelijk gelijk heel goed. De trainingen waren plezant, iedereen wilde er energie in steken en tijdens de eerste wedstrijd stonden we al tussen de subtop. Dan ga je denken: na twee of drie keer samen schaatsen halen we al bijna het WK. Wat zouden we dan volgend seizoen kunnen? Is Milaan haalbaar als we een heel jaar samen gereden hebben?” Ze moesten lang wachten op het definitieve oordeel, maar uiteindelijk plaatsten Vanhoutte, Tas en Van Elst zich als achtste en laatste team.
In totaal reizen zes Belgen af naar Milaan. Naast het vrouwentrio ook Swings, Médard en Vosté. “Wintersporten in het algemeen groeit”, vertelt Tas. “Ook de shorttrackers doen het heel goed. Met Hanne en Stijn Desmet, maar ook de relays hebben zich geplaatst voor de Spelen. Bij het langebaanschaatsen zie je eveneens dat de sport in de breedte groeit. Bij Team Novus trainen we met een deel van de Belgen samen (Tas, Médard, Vanhoutte en Van Elst, red.), waardoor een Team Belgium-gevoel ontstaat. Sport Vlaanderen ondersteunt ons daarin. Er is zelfs een Belgisch Huis in Milaan waar we de successen kunnen vieren. Ook in de media is er steeds meer aandacht voor het langebaanschaatsen.”
Toch is Tas niet louter positief. “De goede resultaten verdoezelen dat de sport heel klein blijft. We hebben weinig wedstrijdschaatsers en een rijder die meedoet aan de junioren World Cups. Verder is er bijna niemand. Het is moeilijk een sport op te bouwen als er geen faciliteiten zijn.”
Médard voegt toe: “Ik heb het idee dat het schaatsen stil ligt. Na het goud van Bart in 2022 zag je dat er nieuwe projecten werden opgestart. Er waren zelfs geruchten dat er een schaatsbaan in België zou komen. De laatste anderhalf jaar heb ik daar niets meer van gehoord. Volgens mij zijn de talenten nu op twee handen te tellen.”
En hoe kun je beter de sport aanjagen dan met mooie prestaties in Milaan? Er ligt een mooie klus te wachten op de rijders.