Trouw is manager sportparticipatie van de KNSB, Beernink voorzitter van de sectie natuurijs. Samen laten zij hun licht schijnen over de toekomst van dit stukje cultureel erfgoed: schaatsen op natuurijs. Daar is alle aanleiding toe. Bij de KNSB zijn ruim vierhonderd natuurijsclubs aangesloten. Zij vormen de bakermat van onze schaatssport, maar door klimaatverandering hebben deze verenigingen het zwaar. Winters zonder dat de ijsbaan opengaat brengen geen geld op en de vaste lasten (energie, verzekeringen, ozb) worden steeds duurder.
“We moeten er hard voor werken om onze natuurijsclubs in de benen te houden”, zegt Beernink. “Als je me vraagt hoe vitaal onze clubs zijn, dan schat ik dat zestig procent het moeilijk heeft. Jazeker, zodra het vriest, krijgt elke club het voor elkaar om in korte tijd hun ijsbaan open te doen. Razendknap! Maar over de vitaliteit maak ik me wel zorgen. Daarom voert de sectie natuurijs van de KNSB sinds 2023 een tweesporenbeleid: we ondersteunen ijsclubs en draaien het project Combibaan 2.0.”
Trouw: “Die zorgen deel ik, maar gelukkig zijn er ook ijsclubs die nog financieel gezond zijn. Maar mijn zorg gaat verder dan geld. Hoe behouden wij kennis over natuurijs als strenge winters uitblijven en oude ijsmeesters wegvallen? Het is ook verstandig om als ijsclub andere activiteiten te ontwikkelen om vrijwilligers te behouden. Vanuit de KNSB staan we altijd klaar om verenigingen te ondersteunen, maar we hebben meer power en capaciteit nodig om hen echt een steun in de rug te geven.”
Er is bewondering voor het goede werk dat in heel het land door vrijwilligers wordt verricht. De KNSB zoekt hen ook graag op, zowel individueel als via regiobijeenkomsten. Om te horen wat er leeft en te zien welke ondersteuning clubs nodig hebben. Mede op basis van die input is het tweesporenbeleid ontwikkeld, bedoeld om het schaatsen op natuurijs te behouden.
“Schaatsen op natuurijs is prachtig! Ik gun dat gevoel iedereen”, zegt Beernink. “Er zijn veel kinderen die nog nooit op de schaats hebben gestaan. Het is belangrijk dat ook zij kennismaken met schaatsen op natuurijs.” Trouw: “Wij hebben de plicht om dit door te geven aan de volgende generaties. Schaatsen op natuurijs is erkend als immaterieel cultureel erfgoed en dus moeten we ons inspannen voor het behoud ervan.”
In het tweesporenbeleid van de KNSB is spoor 1: de natuurijsclubs ondersteuning bieden. Dat kan op alle uiteenlopende manieren: van hulp bij het voldoen aan steeds ingewikkelder wetgeving tot het doorgeven van kennis over het maken van natuurijs. Voor dat laatste betekende het Gilde van Nederlandse Natuurijsmeesters een stevige impuls.
De ‘kijkjes in de keuken’ die het Gilde elke winter organiseert bij natuurijsclubs, waarbij ijsmeesters kennis en ervaring met elkaar uitwisselen, worden druk bezocht en goed gewaardeerd. Bij deze sessies is steeds meer aandacht voor het tweede spoor van het natuurijsbeleid, de Combibaan 2.0. Die wordt vanwege de klimaatverandering steeds belangrijker: zorgen dat je op bestaande ijsbanen eerder kunt schaatsen en de aanleg van nieuwe combibanen stimuleren. Dat zijn banen met een verharde ondergrond, van asfalt en/of beton, waarop je in de zomermaanden kunt skeeleren en ’s winters al kunt schaatsen bij nul graden Celsius.
Beernink: “De combibaan bestaat al eventjes, maar de techniek schrijdt voort. Met vernuftig sproeien, vernevelen en/of dweilen kun je al bij geringe vorst genoeg natuurijs maken. Daarnaast is het belangrijk de baan te isoleren. Pas je nog wat slimme techniek toe, dan heb je al na één nachtvorst schaatspret op je baan.”
Er is een team van externe experts samengesteld die meedenken welke verdere innovaties nodig zijn. Bij het UT Fieldlab in Enschede loopt een experiment. Wat ze bij de Winterswijkse IJsvereniging hebben klaargespeeld, geldt als voorbeeld. Maar ook op andere plaatsen in het land - denk aan Ammerstol, Doorn, Amersfoort, Noordwijk en De Lier - leggen ze tegenwoordig al razendsnel een natuurijsbaan neer. Dat bleek ook in deze, verre van strenge, winter.
“In deze tijd van klimaatverandering, waarin langere periodes van strenge vorst steeds schaarser worden, zien wij echt een toekomst voor die combibanen 2.0”, zegt Beernink. “Daarnaast kun je samen met andere (sport)clubs bestaande complexen beter benutten. Het worden dan multisportcomplexen, die zelfs een regionale functie kunnen krijgen. Daar liggen kansen voor publiek gebruik en je kunt er in de zomermaanden extra inkomsten genereren, wat zeker uit bestuurlijk, gemeentelijk perspectief gunstig is.”
“Wat wij bij de KNSB doen, is alle kennis bundelen en innovaties stimuleren”, zegt Trouw. “We willen straks een soort handboek hebben liggen, dat we zo uit de kast kunnen trekken als clubs aankloppen voor advies. Een handboek met veel bijlagen, zodat we voor elke situatie maatwerk kunnen bieden.”
Om deze kennisoverdracht te versoepelen, heeft de KNSB een expertgroep samengesteld, met specialisten uit uiteenlopende sectoren. Van een asfaltoloog tot bioloog en van planoloog tot bestuurskundige. Om vragen van verenigingen adequaat te behandelen, is een Coördinatie Commissie Accommodaties (CCA) opgericht. “Die neemt alle verzoeken in ontvangst en zorgt ervoor dat clubs passend advies krijgen”, vertelt Beernink. Bij de CCA loopt het storm. “We hebben al zeker zestig cases liggen, van verenigingen die iets willen, kunnen of moeten met hun ijs- of skeelerbaan.”
Om zijn tweesporenbeleid adequaat uit te voeren, gaat de sectie natuurijs werken met een dagelijks bestuur en werkgroepen. Meer dynamisch en flexibel. Beernink: ”Ik doe graag een oproep aan collega’s van ijsclubs en gewesten om hierin mee te denken en zich bij mij te melden. Gezamenlijk kunnen we werken aan een toekomst waarin we het schaatsen op natuurijs behouden.”
KNSB staat klaar voor clubs met plannen rond accommodatie
Verenigingen die plannen hebben voor de aanleg, renovatie of verplaatsing van hun natuurijsbaan kunnen voor advies en ondersteuning aankloppen bij de KNSB. Past een combibaan bij jullie situatie? Onze coördinatiecommissie accommodaties (CCA) verzamelt vragen die binnenkomen en zoekt een passend advies. Hierbij kunnen we gebruikmaken van externe deskundigen. Heb je een vraag namens jouw vereniging, stuur dan een mail naar CCA@knsb.nl.
Terug naar de Combibaan 2.0. Niet zelden moeten landijsbanen wijken voor geplande nieuwbouw van woningen of bedrijven. Dat kan de doodsteek voor een ijsclub zijn, maar soms biedt het ook een unieke kans, want via grondruil kan een mooie plek vrijkomen voor de aanleg van zo’n moderne combibaan. Beernink heeft het van nabij gezien, bij de IJsclub Glanerbrug. Daar ging de deal uiteindelijk niet door. “Helaas, een gemiste kans”, blikt hij terug.
Trouw: “Het is de ambitie van de KNSB om op veel meer plekken in het land (combi)banen te realiseren waarop eerder kan worden geschaatst, terwijl je er in de zomer lekker op kunt skeeleren. We zien veel kansrijke initiatieven en slimme innovaties. Wij organiseren kijkjes in de keuken bij natuurijsclubs die innoveren en dat werkt enorm inspirerend. Uiteindelijk hebben we één groot doel: ervoor zorgen dat ook onze kinderen, klein- en achterkleinkinderen nog genieten van glijden op natuurijs!”