Dat was een zege die weinigen voor mogelijk hielden. Nou, zoiets dergelijks gebeurde vrijdagavond, op twee dagen voor de sluitingsceremonie van het winterse sportfeest in Milaan en wijde omstreken, ook. Jens en Melle van ’t Wout, Teun Boer en Friso Emons (met Itzhak de Laat als reserve langs de piste de nagels van zijn vingers klovend) realiseerden eindelijk de droom van shorttrackend Nederland door de olympische titel op te eisen. Dat deed het vijftal niet dankzij een portie geluk; nee, deze gouden medaille kwam puur tot stand door zeer bekeken, slim, soms even afwachtend en dan weer aanvallend te koersen. Door geen levensgevaarlijke risico’s te nemen. Maar bovenal door de taken waarmee het kwartet voor deze finale met grootmachten als Korea, Canada en het thuisland Italië de gladde vloer was opgestuurd door de coaches Niels Kerstholt en Haralds Silovs, tot in de finesses uit te voeren.
Het was niet de meest opwindende race van het shorttracktoernooi; het werd wel spannender naarmate de ronden op het scorebord wegtikten en de vier teams elkaar wat venijniger begonnen te bestoken. De kleur oranje verscheen met nog twintig keer 111 meter en een beetje te schaatsen op kop van het mini-peloton, wat automatisch het signaal was voor de drie concurrerende naties om de eerste speldenprikjes te lanceren. Ze maakten weinig indruk op het viertal dat precies wist of aanvoelde wanneer de achtervolgers iets serieuzers van plan waren. De deur zat echter goed op slot, en wie er van de Hollandse ‘sleutelbewaarders’ ook de wacht hield, er bleek geen doorkomen aan. Ja, een moment sloop er een kleine Koreaan een ogenblik langs de verdediging, maar hij werd ogenblikkelijk tot de orde geroepen tot de beste shorttracker van de voorbije twee weken, Jens van ’t Wout.
Hij voltooide het beladen karwei ook op sublieme wijze in de altijd hectische slotfase en kon meters voor de finishlijn met de armen in de lucht zijn uitzinnig dansende en schreeuwende maten tegemoet rijden. Achter de boarding, in de makkelijk te herkennen Dutch corner, kon geen mens het meer droog houden. Kerstholt en Silovs klauterden als kleuters boven op elkaar, de meiden van Oranje van wie de zussen Velzeboer en Suzanne Schulting in verschillende fasen van de 1500 meter bittere pillen kregen te slikken (valpartijen) slaakten nooit eerder gehoorde vreugdekreten en op de tribunes luidden de duizenden fans uit Nederland een waarschijnlijk onvergetelijk weekend in met deze historische, eerste overwinning in de mooiste teamdiscipline.
Net zoals in 2014 stond er een ploeg in de finale. Twaalf jaar terug konden alle medailledromen de vuilnisbak in na welgeteld vier seconden. Freek van der Wart, toen een van het kwartet en vrijdag enthousiast toeschouwer in de Milano Arena, knalde onderuit in de eerste bocht en verspeelde zo de kansen. De achtervolgingsrace die vervolgens moest worden ingezet – met Kerstholt als een van de andere deelnemers – draaide uiteraard uit op een utopische missie. De nederlaag deed pijn, heel veel pijn. Die verzachtten vijf atleten op vrijdag 20 februari 2026, een dag eerder in februari dan destijds in 2014 in Sochi. Om nooit meer te vergeten.