“Het is haast om moedeloos van te worden”, verzuchtte Harm Visser, die achter Ten Cate en klassementsleider Daan Gelling als derde eindigde. De sprinter van Essent heeft doorgaans meer baat bij een gesloten koers waar hij kan schuilen in het peloton, dat hij het liefst iets groter zou zien dan de 34 man die zaterdag op het ijs van De Scheg aan de start verscheen.
“Er komt gewoon niks weg. Voorheen waren er periodes in de wedstrijd dat je achterin het peloton kon zitten en de situatie kon overzien. Dat is nu niet meer zo. Voor sprinters die wat meer moeten doen is dat soms vervelend.” Zo ook voor Visser, die na 125 rondjes het onderspit moest delven. “Het is gewoon heel moeilijk in zo’n klein peloton.”
Dat was in Deventer zaterdag bij uitstek ook het geval. Mats Stoltenborg, Nino van Dijk, Jordy Harink en Wisse Slendebroek waren bijvoorbeeld enkele mannen die de wedstrijdspeaker veelvuldig omriep als aanvallers. Al hadden op deze plek ook zomaar vier andere namen kunnen staan. Bijna elke rijder probeerde wel aan te vallen, leek het. Het leidde tot een grote achtervolgingswedstrijd, waar het nauwelijks stilviel en de sterkste mannen kwamen bovendrijven.
“Op het gegeven moment waren alle knechten opgerookt, maar er was nog wel een peloton over”, beschouwde Visser na. “Het was net als andere wedstrijden tegenwoordig weer gewoon tachtig ronden finale. Ieder voor zich. Er was bijna geen ploegentactiek meer over en vooral veel achter elkaar aan rijden.”
Was er bij Essent dan weinig van de ploegentactiek over, in de ogen van Ten Cate was de wedstrijd in Deventer juist de beste collectieve prestatie van Reggeborgh dit seizoen, ondanks een vroege val van Casper de Gier. “In de laatste veertig ronden zaten we overal bovenop. We reden echt een heel sterke wedstrijd. Evert Hoolwerf en Crispijn Ariëns offerden zich op en ik maakte het gelukkig af. Anders had ik hier wel anders gezeten.”
Ten Cate voelde zich dan ook nog fris in de slotfase, terwijl bij Visser op dat moment het beste er wel af was. “Hij heeft ook bijna de hele wedstrijd achter mij gereden”, stelde Visser. “Superslim, want zo hoefde hij niet zelf met de neus in de wind. Zo wint hij de wedstrijd. Het leek een beetje op de vierdaagse, alleen was er vandaag geen klassement om voor te rijden. Ik probeerde hem nog kapot te rijden in mijn wiel, alleen had hij op het eind nog over om te sprinten.”
De winnaar van de dag zag dat zelf net iets anders. “De hele wedstrijd reed ik wel mijn eigen koers, maar op het laatst zoek je elkaar toch wel weer op. Daan zat bijvoorbeeld ook veel bij mij op het eind. Dan rij je finale en moet je gokken. Daarom zei ik op het gegeven moment nog tegen Harm dat we het naar de sprint zouden rijden. Dat psychologisch spelletje speel je dan ook een beetje in de hoop dat hij zich rustig houdt."
Zodoende beloonde Ten Cate het vertrouwen van de ploeg met een overwinning. Het was alweer zijn derde van het seizoen, nadat hij eerder in de Vier van Noord-Holland al twee keer juichend over de streep kon komen. “Al heb ik bij deze toch een heel ander gevoel dan tijdens de vierdaagse. Alle drie overwinningen zijn bijzonder, maar op mijn thuisbaan met veel publiek dat ik ken is het extra mooi.”
Bekijk hier de uitslagen.