Het klinkt gek. En toegegeven, Jaap Dillen – de man over wie we het hier hebben – is ook een beetje gek. Gek van schaatsen welteverstaan. En daarom keek hij de afgelopen periode niet op een uurtje meer toen hij bijna non stop in de weer was om te zorgen dat de Nederlands afvaardiging met de juiste kleding op weg ging naar de eerste World Cup.
Dillen - vader van voormalig topskeeleraar Wim Dillen – is als logistiek medewerker bij de KNSB onder andere verantwoordelijk voor de kledingpakketten die de Nederlandse schaatsers meenemen naar internationale wedstrijden.
En dus zorgde Dillen er in de aanloop naar de wereldbekerwedstrijd van dit weekeind voor dat alle schaatsers en begeleiding de juiste sets kleding meekregen. En dan gaat het niet alleen om de juiste maat, maar ook – en vooral – om de juiste logo’s op de schaatspakken, broeken, shirts en jacks. En voor de duidelijkheid; die logo’s (ruim 4000 in totaal!) bedrukt Dillen allemaal zelf op de kleding.
Op zich geen enkel probleem, ware het niet dat die aanlooptijd extreem kort was. Want pas op zondagavond na de KNSB Cup was de officiële selectie voor de eerste vier World Cups bekend en een week later zaten de meeste schaatsers al in het vliegtuig richting China.
Om het zichzelf een beetje makkelijker te maken, maakte Dillen samen met collega Arno Schrama voor de start van de KNSB Cup al een virtueel lijstje met World Cup-deelnemers. “Aan de hand van dat lijstje heb ik al logo’s laten maken bij Sportconfex, waarmee ik altijd goed kan schakelen. Zij zorgden alvast voor die logo’s zodat ik zondagavond meteen aan de slag zou kunnen. En we zaten aardig in de buurt. We hadden er maar twee fout.”
Maar evengoed moesten al die logo’s nog wel worden gedrukt. En daar heeft Dillen zijn eigen systeem voor ontwikkeld, met verschillende toetsingsmomenten zodat er niets fout gaat. Waar hij in het hele proces veel schakelt met de afdeling Topsport van de schaatsbond (“We werken fantastisch samen, zonder hen kan ik dit werk echt niet doen”), is hij wat betreft het drukken van de logo’s liever alleen. De aanwezigheid van anderen zou zijn manier van werken in de war kunnen schoppen. Nee, Dillen sluit zich lekker op in zijn loods, kijkt niet op de klok en werkt door tot het echt niet meer kan.
“Het was gekkenwerk”, vertelt Dillen. “Maar ik doe het met liefde. Echt, ik vind het onwijs gaaf wat ik doe. En als schaatsers blij zijn, ben ik ook blij. Ik weet uit ervaring dat ze het liefst ruim voor ze op het vliegtuig stappen hun kleding hebben. Kunnen ze alles nog even op hun gemak passen. Soms willen ze dat inloopshirtje toch net in een andere maat. Of zit die fietsbroek niet helemaal comfortabel. Dan regel ik dat. Laatst lag ik al op bed toen een schaatser een berichtje stuurde. ‘Mag ik je nog bellen?’ stond er. Natuurlijk mag dat. Ze mogen altijd bellen!”
Dat persoonlijke contact met de sporters, daar leeft Dillen extra van op. “Dat vind ik mooi, ja. Dat we echt samen iets afstemmen en dat hij of zij uiteindelijk helemaal tevreden is met de kleding. En de sporters laten me ook weten dat ze waarderen wat ik doe. Die complimentjes zijn niet mijn drijfveer, maar het is wel ontzettend leuk.”
En door zijn werk (of beter: zijn passie) kijkt de Genemuidenaar dit weekend ook met een wat andere bril dan normaal naar het schaatsen. “Dit weekend kan ik zien of ik mijn werk echt goed heb gedaan. Als ik ze zie inlopen, schaatsen, uitfietsen of bij de huldiging: ik let er heel goed op dat alle logo’s er goed uitkomen en op andere details. Meestal kom ik wel twee of drie dingen tegen en die schrijf ik mijn schriftje. Dingen die niemand opvalt, alleen mij. En dan zorg ik dat ik het de volgende keer nóg beter doe.”