De naam Henk Kroes blijft onlosmakelijk verbonden aan de Elfstedentocht, net als het bruggetje van Bartlehiem, Evert van Benthem en Reinier Paping. ‘It giet oan’ waren de woorden die Kroes sprak, toen hij in 1997 de vijftiende Elfstedentocht kon uitschrijven. Het werd een volksfeest, dat vooralsnog geen vervolg kreeg.
Al bijna dertig jaar kijkt de schaatswereld, steeds reikhalzender, uit naar editie nummer 16. Als het maar eventjes serieus vriest, gonst het E-woord snel rond en de media weten Henk Kroes dan nog steeds te vinden. Journalisten smulden in de jaren 80 al van zijn uiteenzettingen over ijsdiktes en alle wat daarbij komt kijken. Kroes werd opgevoerd als ‘ijsmeester’, een functienaam die toen nog niet eens bestond.
Na de Elfstedentocht van 1963, gewonnen door Reinier Paping, was het 22 jaar wachten op de volgende editie. Kroes had zelf als toerrijder meegedaan aan die Hel van 1963, werd in Franeker van het ijs gehaald omdat het te gevaarlijk werd, en was daar achteraf stiekem blij om. “Uit mezelf zou ik nooit zijn gestopt", zei hij er later zelf over.
Van de opgedane kennis in 1963 was bij de Elfstedenvereniging weinig tot niets overgebleven. Kroes trad in 1969 toe tot het bestuur en ging zelf op zoek naar informatie. Hij reisde naar de Verenigde Staten en Canada om antwoord te vinden op de vraag: hoe dik moet een ijsplaat zijn om er 16.000 mensen overheen te laten schaatsen? Ze wisten het daar eigenlijk ook niet. Het antwoord: “Je zet een vrachtauto op het ijs, je laat hem eroverheen rijden en als hij er niet doorheen zakt, dan kan het.”
In 1985 was het zo ver. En een winter later weer. Evert van Benthem won beide edities. Henk Kroes was de ijsmeester die Nederland informeerde over de toestand van het bevroren water, Jan Sipkema mocht als voorzitter de tocht uitschrijven. Toen die in 1994 aftrad, werd Kroes zijn logische opvolger.
In 1996 steeg de Elfstedenkoorts alweer tot grote hoogte, toen het aanhoudend streng vroor. Dat de tocht die winter toch niet doorging, kwam Kroes op kritiek te staan. Maar dat deerde hem niet. “Ik sta voor de betrouwbaarheid van de tocht. Iedereen moet ook op een goede manier thuiskomen.” Een jaar later was het alsnog raak. Kroes sprak zijn drie legendarische woorden. De rest is geschiedenis...
Wat velen niet weten is wat Henk Kroes allemaal gedaan heeft naast zijn inzet voor de Elfstedentocht. Welnu, dat is een hele hoop. Auteur Eppie Dam heeft het uitstekend beschreven in het boek De Stayer, de weg van Henk Kroes, dat in 2007 verscheen. Uit het voorwoord: “Henk Kroes heeft aan één ding niet genoeg en daarom hipt hij als een schotsenloper van de ene activiteit naar de andere. (...) Hij wil maar één ding: de overkant bereiken.”
Kroes wordt op 1 november 1938 geboren in het Friese dorp Terkaple. Hij is een boerenzoon, de oudste van vier kinderen. Het gezin verhuist in 1947 naar Goëngahuizen, nabij Grou. Henk groeit op in de polder, waar hij geniet van het leven in de buitenlucht, één met de natuur. Vrijheid! Het is waterrijk gebied en de winters zijn dan nog streng. “Verstand hebben van ijs was voor ons bittere noodzaak.” Op ondergelopen weilanden leert hij al vroeg schaatsen, handig als je over het ijs naar school moet.
Na de lagere school gaat Henk naar de hogereburgeschool in Leeuwarden, waarvoor hij als 12-jarige al het ouderlijk huis verlaat en ‘in de kost’ gaat. In 1961 verhuist hij naar Den Haag voor een opleiding water- en wegenbouwkunde aan de hogere techniekschool. Aan de TH Delft geeft hij daar (met studie naast werk) een vervolg aan en in 1969 studeert hij af als ingenieur verkeerskunde.
In de tussentijd is hij getrouwd met Swaentsje Bouma, met wie hij vier kinderen (en elf kleinkinderen) krijgt.
In 1969 treedt Kroes in dienst bij Provinciale Waterstaat van Friesland en verhuist hij naar het dorp Boazum. Een jaar later wordt hij gevraagd om het bestuur van De Friesche Elf Steden te versterken. Hij treedt ook toe tot het bestuur van It Fryske Gea (Het Fries Landschap) en de hervormde kerk in zijn woonplaats. Hij zal die organisaties vele jaren trouw blijven.
Die inzet tekent zijn betrokkenheid bij de samenleving, de natuur, de mensen om hem heen. Kroes is gedreven, enthousiast, creatief, innemend, een teamspeler, met een grote liefde voor Friesland. Bij het Fryske Gea, de natuurbeheerders, wordt hij later directeur. Hun gezamenlijke strijd voor behoud van natuur leidt tot soms spraakmakende kwesties, zoals rond de komst van recreatiepark It Wiid in Earnewâld.
Kroes voert die strijd uit overtuiging dat we zorgvuldig moeten omgaan met Gods schepping, onze aardbol en alles wat daarop leeft. Hij staat voor rentmeesterschap: de wereld netjes achterlaten voor volgende generaties. Hij is een kerkelijk man, die zich actief inzet voor de Protestantse Kerk Nederland in Boazum en omstreken. Zo wordt hij ook voorzitter van De Slachsang, een gemeenschappelijke kerkraad.
In 1993 wordt hij koninklijk onderscheiden, Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, voor al zijn verdiensten voor de maatschappij. Het is eigenlijk onvoorstelbaar dat hij daarnaast nog tijd vindt voor sport en ontspanning. Schaatsen doet hij verwoed, maar eigenlijk alleen op natuurijs. Hij wandelt graag, gaat meermalen naar Santiago de Compostella en loopt in 2024 nog met zijn (klein- en schoon)dochters de Slachtemarathon in Friesland.
Fietsen is zijn grootste passie. Op zijn hybride sportfiets legt Kroes meer dan 50.000 kilometers af, langs de waanzinnigste trajecten, soms wel drie maanden aan een stuk. Hij rijdt in Amerika van kust naar kust, fietst van het Siberische Wladiwostok naar Scheveningen, van Bolsward naar de Ghanese hoofdstad Accra en nog veel meer. Dat doet hij vrijwel altijd in gezelschap en vaak voor een goed doel. Strak regime: honderd kilometer fietsen per dag, slapen in een eenpersoonstentje. Kroes geniet ervan, vrouw Swaentsje biedt hem de ruimte.
Maar hoe ver hij ook fietst, die Elfstedentocht blijft altijd terugkeren. Bij elk ‘jubileum’ van de laatste editie kloppen de media weer aan in Boazum, om nog eens de verhalen van ijsmeester en preses Henk Kroes op te tekenen. Hij werkt er graag aan mee, helemaal als hij vol passie mag praten over de magie van natuurijs, zoals afgelopen zomer nog tijdens een reportage van Omrop Fryslân (samen met zoon Sytse, huidig ijsmeester bij De Friesche IJsbond).
Ook bij reünies van oud-deelnemers, die vrijwel jaarlijks bijeenkomen in Hindeloopen, is Kroes een welkome gast. Hij slaat die uitnodigingen nooit af, want het is toch mooi om al die schaatsers weer eens te spreken. Hoewel die verhalen uit de oude doos nooit vervelen, houdt Kroes zich ook na zijn afscheid van De Friesche Elf Steden (in 2007) liever bezig met de toekomst.
Als mede-initiatiefnemer en bouwpastor steekt hij ziel en zaligheid in het project Nijkleaster. Met dit ‘klooster nieuwe stijl’ keert God een beetje terug in Jorwert. Het groeit uit tot een bijzondere plek voor stilte, bezinning en verbinding. Tot op het laatst blijft Kroes actief bij deze gemeenschap.
De laatste jaren neemt de gezondheid van het echtpaar Kroes-Bouma af. Van hun geliefde woning in Boazum moeten ze verhuizen naar een appartement in Leeuwarden, waar Swaentje deze zomer overlijdt. Henk is opgelucht dat hij haar tot het laatst heeft kunnen verzorgen, ondanks zijn eigen ziekte die hem langzaam sloopt. Drie maanden na zijn grote liefde blaast hijzelf zijn laatste adem uit. Zijn uitvaart zal in besloten kring plaatsvinden.
Met het overlijden van Henk Kroes verliest de schaatswereld een legendarisch ijsmeester. De Friese samenleving verliest een betrokken bestuurder en inspirerend mens. Kroes heeft op vele terreinen zijn sporen nagelaten. Toch zal hij altijd herinnerd worden om slechts drie woorden, uitgesproken tijdens een legendarische persconferentie in 1997...