Heel relaxed deed Hekman kort na de finish zijn verhaal. En dat was eigenlijk niet schokkend. De vlucht van Bob de Vries kwam hem en zijn ploeg Van Werven wel van pas, de controle was er steeds geweest en de sprint liep volgens plan. "Dat klinkt dan allemaal misschien wel heel gemakkelijk, maar het moet nog wel even gebeuren", verzekerde de krachtpatser uit Hardenberg.
Eerst maar eens die vlucht van De Vries. De man uit Haule pakte meer dan twee minuten op zijn achtervolgers. Een beetje volgens plan, maar niet helemaal, vertelde hij. "We wilden met een paar mensen wegrijden zodat de koers lekker hard zou worden. Maar het was niet de bedoeling dat ik alleen weg zou zijn." Op het moment dat dit toch gebeurde, besloot De Vries maar door te gaan. "Maar het was wel een heel eind en je weet eigenlijk al dat je zoiets niet kunt volhouden."
Dat wist niet alleen De Vries zelf, maar ook Hekman en zijn ploegmakkers. Sterker, de formatie van coach Roy Boeve hoopte op een dergelijk scenario. "Het was ook ons plan", verzekerde Hekman. "We wilden één of twee jongens laten wegrijden en dat was dus precies wat gebeurde. En dat was nog wel lekker ook. We hadden een mooi doel om naartoe te rijden, hadden ook steeds controle over de wedstrijd. Voor mijn gevoel was vervolgens het enige dat ik nog hoefde te doen het afmaken in de sprint."
Controle houden, klinkt eenvoudig. Want het gat naar De Vries was toch wel behoorlijk groot. "We hebben geen moment getwijfeld", verzekerde Hekman. "Niemand is voor de wind sneller dan een peloton. Op een gegeven moment hebben we even gas gegeven en toen reden we binnen vijf, zes kilometer bijna een minuut van die voorsprong af. Dat zei ons voldoende."
De ploeggenoten van De Vries bij Powerslide/A-ware probeerden het in de plaatselijke rondjes ook nog. Eerst Jouke Hoogeveen, vervolgens Jorrit Bergsma. Maar alle vluchters werden keurig ingerekend. Hekman gaf daarvoor de credits aan zijn ploeggenoten. "Die hebben keihard gewerkt. Eerst Rob Hadders, daarna Christijn Groeneveld en tot slot Rick Smit, die me perfect afleverde." Hekman grijnsde even. "Dat legde ook wel wat druk op me. Ik mocht het niet weggeven, moest het afmaken. Geen tweede of derde, alleen winnen telde."
De man waar hij het meest beducht voor was, liet hij in het rechtstreekse gevecht naar de finish achter zich. "Bart Swings is toch een gevaarlijke man. Hij reed hier vandaag voor het eerst, dus we wisten ook niet precies wat hij zou kunnen. Het enige wat ik me bedacht, is dat hij nooit eerder honderd kilometer heeft gereden, en dat blijft toch zwaar." Mesu, vorig jaar in Hallum nog noodgedwongen langs de kant, pakte de derde plaats.
De fitheid van Hekman was opmerkelijk. Met de afdrukken van wielen op zijn schenen – 'zo dicht zit ik achter ze' – liet hij weten tot een paar dagen voor de koers te hebben getwijfeld of hij wel zou rijden. "Pas woensdag heb ik besloten dat ik ging starten." Oorzaak van die twijfel was de enkelblessure waarmee Hekman al een kleine twee maanden kampt. Hij verrekte de banden van de rechterenkel, maar hield daarvan veel langer last dan gedacht. "Ook mijn eigen schuld", erkende hij. "Ik begin steeds weer te vroeg. Het EK had ik achteraf beter niet kunnen rijden."
Direct gevolg van de kwetsuur was wel dat de beer uit Hardenberg in dik drie weken maar één keer op skates stond. "Daarom twijfelde ik echt of ik dit wel aankon." De reden die hem over de streep trok en dus uiteindelijk leidde tot zijn derde overwinning in Hallum, was heel simpel, stelde Hekman. "Deze wedstrijd is gewoon te mooi om te laten lopen."