Op de 500 meter (de eerste afstand) zette hij meteen een goede stap naar de wereldtitel. Normaal gesproken verliest hij daar nog weleens wat tijd op zijn concurrenten, maar dat was deze keer verwaarloosbaar. Hij is dan ook het meest te spreken over de 500 meter. “Ik was blij dat ik er 36,4 uit kon halen. Dan hoef je het daarna nergens meer in te halen.”

Achter Kramer ging ploeggenoot Patrick Roest naar het zilver. Direct na de 10 kilometer zocht Kramer de jonge debutant op om hem te feliciteren. “Op jonge leeftijd is het heel moeilijk om vier stabiele races te rijden. Ik vind het knap dat hij zich zo staande heeft gehouden”, aldus een lovende Kramer, die in Roest wel een toekomstig kampioen ziet. “Maar aan mij de taak om hem zo lang mogelijk van me af te houden.”

Twijfels
Kramer gaf toe dat zelfs hij af en toe twijfels heeft. "Die heeft toch iedere topsporter, of het gegrond is of niet'', vervolgt de Friese grootmeester. "Het gaat erom hoe je met die twijfels omgaat. In een allroundtoernooi moet je zo weinig mogelijk fouten maken. Dat is me hier gelukt, waardoor ik relatief rustig de 10.000 meter kon uitrijden.''

Ondanks hier en daar wat onzekerheden zo nu en dan weet Kramer één ding zeker: "Ik ben beter dan ooit. Er is dus geen enkele reden om te stoppen.'' Kramer keek in het Noorse Vikingschip alweer gretig uit naar 2018. Nu eens niet naar de Olympische Spelen van Pyeongchang, waar hij sowieso voor goud gaat op de 5000 en 10.000 meter, maar naar het WK allround in de buitenlucht in het Olympisch Stadion in Amsterdam. "Daar ga ik mijn uiterste best doen om mijn tiende wereldtitel te winnen'', beloofde hij.