Winnen is natuurlijk waar Harm Visser voor leeft, voor traint, voor rijdt. In dat opzicht was het resultaat in Alkmaar niets nieuws. Toch was de man uit De Westereen uit zijn comfortzone. Omdat vrijwel alles wat in op het ijs van De Meent meemaakte vreemd aanvoelde. ,,Het was heel raar’’, vertelde Visser met een lach. ,,Op een gegeven moment dacht ik even dat ik nog moest sprinten. Maar dat hoefde natuurlijk niet. Heb ik me wel even afgevraagd hoe ik dat allemaal moest aanpakken.’’
De rappe man van Team Essent vermaakte zich ook nog even met zijn concurrenten. ,,Haha, dat was wel leuk. Beetje inwrijven, beetje dollen. Ik zei nog tegen Daan Gelling dat dit wel de omgekeerde wereld was. Dat hoort er ook bij. Ze probeerden natuurlijk nog wel wat, maar ik probeerde ze vooral te laten voelen dat dat kansloos was. En weet je, als je veel praat tijdens de koers, denkt iedereen dat je nog lucht over hebt. Ook een beetje psychologisch dus.’’
Bleef de vraag waarom hij zo’n verlangen had een keer solo over de streep te komen. ,,Natuurlijk ben ik een sprinter en komen op die manier ook mijn meeste overwinningen tot stand. Maar marathonschaatsen, dat is hardheid, man tegen man. Iedereen eraf willen rijden en de beste willen zijn’’, vertelde Visser. ,,En als je een sprint wint, ben je ook wel de beste, maar dit is toch anders. Ik vond het echt geweldig om een keer dat hele peloton op een ronde te zetten en alleen over die streep te komen. Ja, dat was wel een soort van droom. Ik heb er echt van genoten, ook onderweg al. En het is heel grappig als je van tevoren al weet dat je gewonnen hebt. Dat is gek hoor.’’
Zijn zegetocht was echter ook een mooie beloning voor gewoon een heel goede koers van de Fries, maar ook van zijn team Essent. Visser had al snel in de gaten dat hij goed in orde was. Hij reed sterk, alert, en zat er dus bij de juiste momenten. Zo ook bij de vorming van een kopgroep die met de nodige hulptroepen naar de staart van het peloton kroop. ,,Ik zei al snel tegen onze ploegleider Peter de Vries dat hij de jongens moest laten zakken om me op te halen.’’ Opvallend: Visser had op dat moment geen idee hoeveel rijders een ronde voorsprong zou pakken. ,,Ik wist niet zeker hoe het zat, maar daar kwam ik snel achter toen nadat ik was aangesloten de mannen van A-ware voorin huishielden.’’
Daarna was er nog een flink stuk koers te gaan, zo’n zeventig ronden. ,,Dan weet je dat je alert moet blijven en niemand kunt laten rijden. Wat dat betreft heeft het allemaal nog wel wat energie gekost, maar ik had gewoon een superdag. Jordy Harink steunde me fantastisch, de rest van de ploeg ook.’’
Zo stelde Visser – die op het podium Jordy van Workum en Daan Gelling naast zich zag - zijn tweede overwinning van dit seizoen veilig. Dat zijn niet de aantallen waar de Fries van droomt. Na zijn enorm succesvolle seizoen 2023-2024 volgde een winter vol blessureleed waarin hij op kunstijs verstoken bleef van succes. Nu wekt hij de indruk weer terug te zijn op topniveau. ,,De afgelopen maand merk ik wel dat ik weer fit ben’’, erkent hij. ,,Maar ook in het begin van het seizoen was ik best goed, alleen werd ik in de derde week ziek en dat heeft een beetje roet in het eten gegooid. De Vierdaagse was ook even wat minder, maar sindsdien gaat het weer omhoog. Eigenlijk ben ik zo het hele seizoen wel weer op het niveau waar ik moet zijn, maar je merkt dat de concurrentie ook niet stilstaat. Die is gewoon heel goed. En je ziet dat er ook weer nieuwe jongens opstaan. Ik moet dus beter zijn dan twee jaar geleden en ik heb ook het gevoel dat ik dat ben. Ik heb meer duurvermogen, meer inhoud. Ben een completere marathonschaatser geworden omdat ik nu meer wapens heb dan alleen mijn snelheid.’’
In ieder geval stapt Visser met de juiste vorm in de auto naar de Weissensee. En met deze zege op zak ook met het nodige zelfvertrouwen. ,,Dat is gewoon heel prettig. We hebben een heel sterke ploeg voor natuurijs, ik heb nu zelf de bevestiging gehad dat ik goed in orde ben. Ik vind dat we op de Weissensee elke wedstrijd mee moeten doen om de podiumplaatsen en er eigenlijk ook wel eentje moeten winnen.’’