Natuurlijk was Kramer blij met het goud, maar de kern van zijn blijdschap lag bij de stabiele vlakke race die hij op de Kometa-ijsbaan liet zien. “Ik ben heel blij met de rit. Hij was supervlak”, zei hij. “De wisselvallige ritten zijn eruit.”

Diezelfde conclusie had zijn coach, Jac Orie, ook al getrokken. De eerste tekenen dat Kramer, die de laatste jaren vaak wat grilliger reed op de tien kilometer, weer strakke rondetijden kon laten noteren, had de coach bij de KPN NK Afstanden al gezien. Ook daar had zijn pupil een stabiele rit gereden.

De reden? Kramer is fysiek weer helemaal in orde. “Vorig jaar was hij veel kwetsbaarder”, aldus Orie. Toen was de Fries in het voorjaar geopereerd aan zijn luchtwegen en het herstel duurde langer dan verwacht. Pas afgelopen zomer kon Kramer weer een volledige voorbereiding op het seizoen afwerken. “Vorig jaar miste ik de basis en nu hebben we daar hard aan gewerkt”, zegt hij.

Dat hij de tien kilometer weer kon domineren deed Kramer goed. Niet dat hij echt aan zichzelf getwijfeld had, meende zijn coach. “Ik denk niet dat hij zijn zelfvertrouwen kwijt was, maar er is tussen zeven jaar geleden en nu wel het een en ander gebeurd. Dat gaat je niet in de koude kleren zitten”, zegt hij. “En dit toont zijn veerkracht.”

Van tevoren had Kramer de druk bij Ted-Jan Bloemen willen leggen. “Als iemand een wereldrecord rijdt, dan hoort ie niet in de underdogrol te zitten”, lachte hij. “Dan haal ik ‘m eruit.”

Bloemen had dat ook gemerkt. De Nederlandse Canadees had de stukken in de kranten en online gezien, maar probeerde zich zo min mogelijk te laten beïnvloeden. “Je kan hoog of laag springen, maar ik kan niet meer doen dan mijn best. Ook niet als mensen mij als favoriet bestempelen.”

Sowieso bekijkt Bloemen zichzelf niet met een andere blik sinds zijn wereldrecord in Salt Lake City. “Alleen andere mensen reageren anders dan eerst.” Ondanks dat ervoer Bloemen wel degelijk heel wat spanning nu hij als medaillekandidaat naar het WK toeleefde. “Het is toch vervelender als je een titel kan verliezen of dat het om een zesde plek gaat.”

Uiteindelijk kon hij Kramer om die titel in Kolomna niet echt onder druk zetten. Hij kwam moeilijk in zijn ritme en reed een rommelige rit met op- en neergaande rondetijden. “Het was vechten, vechten, vechten”, vatte hij het samen.

“Maar ik had op dit moment niet harder gekund. Dit was het beste wat ik in me had. En ondanks die struggle was ik nog tien seconden sneller dan ik ooit was op een laaglandbaan.”

Het was vooral zoeken naar zijn mogelijkheden na de blessure die hij in Inzell opliep, vertelde zijn trainer Bart Schouten. Daarom fluctueerden zijn rondetijden zo. Bovendien, zo benadrukte de schaatser zelf, had die blessure zijn seizoensopbouw verstoord. “Na mijn blessure zijn we vooral bezig geweest met het herstel en niet met het doorbouwen op mijn niveau van Salt Lake. Daarom kon ik mijn ritme nu niet zo goed vinden als toen.”