Het kunstschaatsen zit in de lift, shorttrack staat na het succes van Milaan voor een volgende groeispurt en ook ijshockey wordt populairder. De gevolgen daarvan zijn in heel het land voelbaar. De capaciteit van de kleine ijspistes, die vanwege de eisen uit ijshockeyland meestal 30x60 meter groot zijn, blijkt te krap.

Veel verenigingen, vooral in het kunstschaatsen, hanteren wachtlijsten omdat ze te weinig ijsuren hebben om nieuwe leden aan te nemen. In Haarlem was de situatie niet anders. “We zijn hier in 1977 begonnen met een 400 meterbaan. Zo’n twintig jaar geleden kwam daar de 30x60-baan bij”, vertelt Rob Kleefman, sinds 2011 directeur van IJsbaan Haarlem. “Wat we de laatste jaren merkten, was dat het soms te vol werd en dat we op ‘het kleine ijs’ niet altijd de kwaliteit konden bieden die we wilden.”

Uitbreiding van het complex, bijvoorbeeld met een ijshal ernaast, zat er niet in. Dus was het logisch om creatief naar het middenterrein te kijken. Met wat passen en meten bleek daar nog best veel mogelijk. De binnenbaan van 30x60 meter kon uitgroeien tot een ijsvlakte van bijna 3400 vierkante meter. Het extra ijs meet 30x53 meter, net geen volwaardige ijshockeyvloer dus.

Kleefman: “We hebben een uitbreiding van de ijsvloer gekregen mét een ijshockeyboarding eromheen. Zo moet ik het uitleggen. Die extra vloer is niet geschikt voor officiële ijshockeywedstrijden. Dat is geen probleem, want dat was voor ons ook geen noodzaak. We zien wel dat veel ijshockeyteams hier nu komen trainen, met name afkomstig uit Amsterdam, waar ze ook te weinig ijs hebben.”

IJsbaan Haarlem - werkzaamheden voor uitbreiding
Beeld van de werkzaamheden: het leggen van de betonvloer voor de extra ijspiste. | Foto: IJsbaan Haarlem

Die harde kunststof boarding kan dankzij twee hefbomen deels worden opgetild. Zo maak je één grote ijsvloer van 30 bij 113 meter. Niet alleen ijshockeyclubs huren nu ijs in Haarlem, wat vooral wordt benut voor de lagere teams, ook op publieksuren ziet Kleefman meer ijshockeyers rondrijden. “Ook vaders komen mee en hebben een stick bij zich.”

De Kunstschaatsvereniging Haarlem huurt extra ijs en kan zo haar (nieuwe) leden beter bedienen. Het shorttrack, dat op de ‘oude’ 30x60-baan blijft, zit eveneens in de lift. Het schoolschaatsen, goed voor ruim 30.000 bezoekers per seizoen, krijgt meer ruimte en hetzelfde geldt voor het jeugdschaatsen bij verenigingen en Bavarian curling, populair bij bedrijfsuitjes. Allemaal activiteiten die al jarenlang plaatsvinden in Haarlem. “Maar we hebben nu meer lucht, het is wat minder vol, we kunnen gewoon meer kwaliteit bieden op het ijs”, zegt Kleefman. “Met het resultaat zijn we tevreden en blij.”

In een gemiddeld seizoen trekt de IJsbaan Haarlem 180.000 bezoekers. Dat is inclusief de schoolschaatsers en exclusief de 50- tot 60.000 keer dat schaatsers de poortjes passeren tijdens verenigingsuren. Deze winter, met de extra ijsvloer erbij, zijn de bezoekcijfers prima. Kleefman: “Ook de Olympische Spelen hebben een licht positieve invloed gehad. We gaan richting de 185.000 bezoekers, net als in ons topjaar 2023-24.”

Tilburg koppelt extra ijsvloer aan verduurzaming

De Tilburgse sportwethouder Van Asten op de Ireen Wüst IJsbaan. | Foto: Gemeente Tilburg

Ook in Tilburg is de vraag naar extra ijs groot. IJshockey, kunstschaatsen, curling en shorttrack groeien samen uit hun jasje. De gemeente Tilburg heeft daarom plannen om de Ireen Wüst IJsbaan, geopend in 2009, van een extra ijsvloer te voorzien. Net als in Haarlem is het middenterrein iets te krap voor nog een volwaardig ijshockeyveld, en dus wordt deze piste 58x26 meter groot.

Het mooie is dat die uitbreiding in Tilburg is opgepakt om stevig aan de slag te gaan met verduurzaming. De ijsbaan krijgt niet alleen extra ijs, maar wordt tegelijk voorzien van een soort thermojas. Optimale isolatie gaat het energieverbruik terugdringen.

De Ireen Wüst IJsbaan én het aangrenzende IJssportcentrum Tilburg gaan een stuk zuiniger omspringen met energie. Het is de bedoeling dat de ijsbanen zelf opgewekte (zonne)elektriciteit en restwarmte optimaal gaan uitwisselen met aanpalende gebouwen: het Recreatiebad Stappegoor, Sportcomplex T-Kwadraat, een nieuw te bouwen topsport-turnhal én zo’n duizend woningen.

Je kunt hier spreken van een integraal energieconcept, dat Tilburg al presenteerde in 2024. Met de uitvoering van het plan is wel enige vertraging opgelopen. Intussen heeft de KNSB samen met Essent en Daikin het Team Duurzaam IJs opgericht, dat gemeenten en exploitanten in heel het land adviseert bij verduurzaming.

Lees hier het hele verhaal van Tilburg.

Boven de extra ijsvloer is het stevige tentdak doorgetrokken, wat maakt dat de ijsbaan in Haarlem nu vrijwel geheel overdekt is. Zon, wind en regen krijgen zo minder invloed op het ijs, wat het werk van de ijsmeesters ietsje makkelijker maakt. Het helpt ook om het energieverbruik binnen de perken te houden. Het extra ijs betekent extra werk voor de koelmachines. “We hadden gehoopt dat het energieverbruik gelijk zou blijven”, zegt Kleefman. “Dat halen we net niet, maar het extra verbruik is heel beperkt.”

De belangrijkste stappen op het pad van verduurzaming zette Haarlem al in het recente verleden. Bij een renovatie in 2018 werden drie compressoren en vele meters koelleidingen vernieuwd en sinds 2022 liggen 1700 zonnepanelen op het dak. De ijsbaan in Haarlem is eigendom van de Stichting Kunstijsbaan Kennemerland, die haar eigen broek ophoudt. Ze houdt zelfs elk jaar wat geld over, waarmee renovaties kunnen worden betaald. recente uitbreiding kostte meer dan begroot, in totaal zo’n zes miljoen euro, waardoor een lening noodzakelijk was. “Lenen doen we niet graag”, zegt Kleefman. “Maar dit kunnen we in acht tot tien jaar terugverdienen en daarnaast een beetje blijven sparen voor wat extra’s.” De missie in Haarlem blijft ongewijzigd. “We willen zoveel mogelijk mensen gebruik laten maken van deze mooie ijsbaan tegen een redelijke toegangsprijs.”

Rob Kleefman, directeur van de ijsbaan in Haarlem, poseert op het middenterrein
Rob Kleefman, directeur van de IJsbaan Haarlem: "We willen zoveel mogelijk mensen gebruik laten maken van deze mooie ijsbaan tegen een redelijke toegangsprijs.” | Foto: Carl Mureau

Aan het eind van deze schaatswinter is de logische vraag: wat wordt de volgende stap voor kunstijsbaan Haarlem? “We zullen wel wat kleine dingen doen, vooral voor de aankleding rond de baan. Denk aan het maken van gezellige zitjes. Ook de kleedkamers, douches en toiletten kunnen een upgrade gebruiken. Maar voorlopig maken we even een pas op de plaats.”

Een stille wens blijft stiekem levend. Op veel plekken in het land wordt de restwarmte die vrijkomt bij het maken van ijs zo veel mogelijk hergebruikt. In Haarlem benutten ze een klein deel van die energie voor het verwarmen van de ruimtes langs baan: kantoren, kantine en kleedkamers. “Maar eigenlijk blazen we die warmte grotendeels nog de lucht in”, bekent Kleefman. Hoe mooi zou het zijn om op eigen grond nog een klein zwembadje re realiseren, prima geschikt om Haarlemse jeugd zwemles te geven. “Dat is iets waar we over na blijven denken, maar nu is het geld even op.”

De schaatswinter nadert het einde, de lente dient zich nadrukkelijk aan. De IJsbaan Haarlem blijft open tot en met zondag 29 maart, daarna sluit de piste van 400 meter. Langebaners zetten dan een punt achter hun seizoen. De ijshockeybaan en de 30x60-baan op het middenterrein blijven nog vijf weken liggen, tot en met 3 mei. “Vooral vanuit het kunstschaatsen en ijshockey is daar behoefte aan”, zegt Kleefman. “Energietechnisch komt het goed uit. Je ziet nu al dat de zonnepanelen extra energie leveren. Die energie kunnen we beter zelf benutten door ijs te blijven maken, dan die bijna gratis terug te leveren aan het net.”