Het is teams nu toegestaan met zes rijders in de baan te komen, terwijl dat er vorig seizoen nog vijf waren. Bovendien is er ruimte voor opleidingsteams van twee of drie schaatsers. "Het peloton werd de laatste jaren kleiner. En er waren ook zorgen over de doorstroom. Daar wilden we iets aan doen", stelt competitieleider Willem Hut. Vooral de opleidingsteams zijn nog wel eens punt van discussie. Ook onder de ploegleiders, die allemaal hun eigen visie hebben.

Een tweede ploeg in hetzelfde peloton, dat was jarenlang een doorn in het oog van Roy Boeve. De ploegleider van nu AB Vakwerk ageerde bij destijds Van Werven met grote regelmaat tegen het functioneren van BAM en Renault, en later dus Royal A-ware en Tjolk ofwel AB Transport. Dat kon niet, vond Boeve. Maar van de huidige regels is hij ook niet gecharmeerd. "Ik vind het helemaal niks. Ze hebben de oude situatie gewoon gelegaliseerd omdat ze het niet konden oplossen. En als het mag, doen wij het ook. Maar dat wil niet per se zeggen dat ik dit goed vind voor de wedstrijden."

De vorm met een opleidingsteam is niet helemaal hetzelfde, vervolgt Boeve. "Maar het gaat wel een stuk die kant op. Wij hebben er nu drie mensen bij, moeten dat presenteren als twee losse teams, maar laten we wel wezen: we rijden gewoon met z'n allen. Waarom zouden we het ook anders doen? Zo werkt het gewoon."

Aan banden
De opleidingsploegen zijn inderdaad niet nieuw, geeft Hut toe. "Maar hiervoor waren er geen beperkingen en kon je bij wijze van spreken vier verschillende ploegen inschrijven onder dezelfde entiteit. Met deze nieuwe regels hebben we dat juist aan banden gelegd." Levert zo'n opleidingsploeg geen oneerlijke concurrentie op? "Het zijn twee aparte ploegen. De rijders trainen wel samen dus het effect kan zijn dat ze ook in de wedstrijden samenwerken. Maar dat is nadrukkelijk niet toestaan. De jury moet er op toezien dat tijdens de race fair play wordt toegepast. Het is de sportieve plicht van de rijders om zich daar aan te houden."

"Je bent met negen rijders dus in de training maakt het sowieso niet uit", zegt AB Vakwerk-rijder Bart Mol. "In de wedstrijd is het een opleidingsploeg, misschien dat het wel een onderlinge strijd gaat worden. Dat weet je niet. Maar ik ga er vanuit dat het elkaar versterkt in de trainingen en in de wedstrijden zal je elkaar niet onderuit schoppen. Ik denk dat het een positieve verandering is. Je kunt met meer personen trainen en je geeft ook de jongere jongens de kans om te groeien in een ploeg. Als je een kleinere groep hebt, wordt er al sneller veel van je verwacht."

Bertjan van der Veen was jarenlang de rechterhand van Jillert Anema, en zo de ploegleider van 'die andere ploeg' van Anema. Nu is hij verantwoordelijk voor Bouwselect en vindt hij de uitbreiding van het peloton een goede zaak. "Daardoor krijgen toch meer rijders een plek in het A-peloton. Dat is prima, want met het minder worden van de sponsoren, wordt de spoeling ook dunner."

B-ploeg
"Ik ben voor opleiden, maar niet per se in de Topdivisie", zegt Boeve. "Ideaal zou zijn als elke A-ploeg ook een B-ploeg bij de Beloften heeft. Want om talenten in te zetten in de Topdivisie, daar heb je in feite niet zoveel aan." De afweging voor AB Vakwerk om de opleidingsploeg AB Direct te formeren, is volgens Boeve simpel. "Als ik er negen mag opstellen, stel ik er negen op. Maar ik vind dat wel heel lullig voor teams als bijvoorbeeld De Haan Westerhoff, die het verrotte moeilijk krijgen om mee te kunnen op aantallen. Dat is iets waar ik zelf jaren tegenaan ben gelopen, en wat ik op zich oneerlijk vind."

Rutger ter Laak, ploegleider van De Haan Westerhoff, weigert zich te verstoppen achter de numerieke minderheid. "Wij hebben bewust gekozen voor zes rijders, omdat we vinden dat zes plus drie rijders niet per se een team maakt. En die zes van ons, die vormen wél een prima team."

Hij heeft zich wel verbaasd, vervolgt Ter Laak. "Omdat er ploegen nu wel met een opleidingsteam komen, terwijl ze daar in voorgaande jaren nog een uitgesproken mening over hadden. Vind ik teleurstellend. Maar dat schijnen dan sponsorbelangen te zijn." Over zijn eigen positie is hij duidelijk. "Moeten wij zielig gaan doen omdat we geen opleidingsploeg hebben? Nee. Natuurlijk konden wij ook drie A-rijders die 'over' waren bij de ploeg halen. Maar ik zie daar geen meerwaarde in als dat niet alleen met jonge rijders gebeurt."

Jouke Hoogeveen, rijdend voor De Haan Westerhoff, is toch enthousiast over het nieuwe ploegenbeleid. "Ik vind het heel goed dat ze alles hebben gedaan om een zo groot mogelijk peloton aan de start te krijgen", stelt de Friese Amsterdammer. "Dat is leuker voor het publiek en fijn voor rijders die daardoor ook nog onderdak hebben kunnen vinden in een team."

Doorstromen
Vóór opleiden is Van der Veen ook. Maar dan wel in een andere vorm. "Wij hebben geen opleidingsteam, maar doen wel aan opleiden. Bij ons zit Rémon Vos als B-rijder. Hij traint mee, doet alles mee en ruikt aan het rijden in de Topdivisie. Zo deden we het vorig seizoen met Kevin Hoekstra en dat pakte geweldig uit. Hopelijk kunnen we Vos ook zo laten doorstromen." Veel meer kan Bouwselect ook niet doen. "Wij hebben niet het budget om drie rijders erbij te halen en die alle faciliteiten te bieden."

"Het is natuurlijk beter als je veel verschillende ploegen hebt met zes rijders die ook een goed budget hebben. Zodat alle teams op een heel hoog niveau kunnen trainen en hun werk kunnen verrichten", zegt Jorjan Jorritsma, die dit seizoen in het pak van opleidingsploeg AB Direct rijdt. "Alleen omdat dat niet zo is, vind ik het wel een goed initiatief dat de ploegen groter worden gemaakt zodat meer rijders op een hoog niveau de sport kunnen beoefenen en daardoor het niveau ook hoog blijft. Wie weet komt er een mooie impuls, dankzij bijvoorbeeld natuurijs, en kunnen dan wel weer ploegen met zes rijders worden gemaakt met allemaal een goed budget."

Ploegleider van Bouw & Techniek Ron Neymann wil een opleidingsploeg niet zien als tweede team, maar er samen één team van maken. "Nu is het een tweede ploeg met een aparte ploegleider. Onzin. Als je wilt opleiden, moet je dat met één ploegleider doen. Dan heb je met negen man een bespreking en laat je die drie ruiken aan het functioneren van de andere zes. Contin hoef ik niets meer uit te leggen. Maar Kars Jansman? Die rijdt voor het eerst in de Topdivisie. Moet ik hem bij een aparte ploegleider een aparte bespreking laten doen? Wat leert die jongen dan? Als je ze iets wilt laten leren, moet je ze bij de ploeg betrekken."

Overgangsjaar
Dit seizoen geldt als een overgangsjaar. Vanaf 2018-2019 wordt er streng op toegezien dat de opleidingsploegen van twee of drie rijders uitsluitend bestaan uit junioren A en neo-senioren die maximaal twee voorgaande jaren in de Topdivisie zijn uitgekomen met een vast beennummer, zoals nu al in het nieuwe reglement staat. "Lopende het seizoen gaan we ook in gesprek met de ploegen om te vragen naar hun ervaringen. Dan kijken we of deze opzet werkt of dat er aanpassingen moeten komen", aldus Hut.

Bij de dames zijn de regels ongewijzigd gebleven. De ploegen bestaan uit drie of vier rijdsters waarbij ze gebruik mogen maken van één wisselrijdster. Bijvoorbeeld een rijdster die uitkomt in een van de regionale competities. Het inzetten van een wisselrijder geldt overigens ook voor de heren in de Topdivisie.

In de Elfstedenhal begint de tweede competitiewedstrijd zaterdag om 17:00 uur met de Regiotop dames, zij rijden 50 ronden. Om 17:45 uur volgt de Beloftendivisie van de heren met hun wedstrijd over 100 ronden. De Topdivisie-dames stappen om 19:15 uur op het ijs. Zij rijden 80 ronden. De avond wordt vanaf 20:30 uur afgesloten met de heren van de Topdivisie die 125 ronden rijden.

Daaropvolgende wedstrijden:
4 november: KPN Marathon Cup 3 Heerenveen
11 november: KPN Marathon Cup 4 Utrecht
18 november: KPN Marathon Cup 5 Haarlem

Livestream
Alle wedstrijden in de KPN Marathon Cup zijn live bij ons te volgen.