De drie dames, Ireen Wüst, Antoinette de Jong en Leenstra waren eigenlijk wat te hard aan hun achtervolging begonnen, oordeelde bondscoach Geert Kuiper. Daardoor sloeg de vermoeidheid bij Leenstra iets te hard toe in de laatste bocht, vermoedde hij.
“We begonnen wel pittig hard”, beaamde Wüst. “We gingen net zo hard als de mannen weg.” Die voortvarende start bracht Leenstra inderdaad in de problemen. “De ronde voor die laatste bocht reed ik op kop. Ik had alles gegeven en dacht dat ik erachter dan net wat meer over zou hebben, maar het ging bijna nog mis.”
De paniek sloeg Leenstra om het hart, want ze wist dat ze niet veel marge hadden ten opzichte van de tijd die de Japanse ploeg gereden had. Het leek bijna dezelfde kant op te gaan als vorig jaar toen de damesploeg met 0,02 seconden van Japan verloren had.
De ontlading was groot, niet alleen bij Leenstra. Ook De Jong en Wüst glunderen met de medailles en bloemen in de hand. “Er zijn jaren geweest dat we drie rondes vol reden en de rest op halve kracht, maar nu hebben we er echt voor gevochten en dat maakt het extra mooi.”
De dames hebben al wel een plannetje bedacht om een situatie als deze in de toekomst te voorkomen. Wanneer een rijdster tot het uiterste gegaan is kan ze beter als tweede in de groep rijden en niet als derde.
Als Leenstra niet al achteraan was aangesloten na haar kopbeurt, maar tussen Wüst en De Jong was ingekropen dan had De Jong haar een beetje kunnen duwen. Zo zou ze wat meer op adem hebben kunnen komen.