"Aanvankelijk dacht ik nog dat het fijn was om niet als laatste te hoeven", beschreef de kersverse olympisch kampioen op de kilometer de periode van onzekerheid. "Dan hoefde ik met niet op tijden te richten en zo."
"Maar toen ik daar eenmaal zat... Het enige wat ik dacht: was ik maar als laatste geweest. Dan was dit allemaal al achter de rug geweest."
Groothuis kreeg het vooral benauwd toen de Canadees Denny Morrison, uiteindelijk goed voor het zilver, op het ijs verscheen. "Hij zat zo dicht op mijn tijd. Het enige wat door mijn hoofd ging was dat het ijs supersnel was vandaag en dat Shani Davis dus helemaal onder mijn tijd zou komen."
Dat niet de Amerikaan, goed voor het goud op de kilometer in 2006 en 2010, er met de olympische titel vandoor ging, maar Groothuis zelf kwam niet als een verrassing voor de 32-jarige schaatser van Team BrandLoyalty.
"Ik heb er altijd in geloofd dat het goed zou komen. Ik wist van mezelf dat ik goed genoeg was. En ook Jac Orie en de rest van de begeleiding hebben altijd in me geloofd en achter me gestaan. Daar ben ik ze echt dankbaar voor."
"Maar ik moet ook mijn vrouw heel erg bedanken. Jac is sportief de belangrijkste, maar zonder haar was dit me zeker niet gelukt. Ze heeft altijd achter me gestaan, ook tijdens al die moeilijke periodes."
De loopbaan van Groothuis, die in 2012 wereldkampioen sprint werd, wordt doorkruist door blessures, ziektes en zelfs een depressie. Vaak precies op het verkeerde moment, zoals tijdens de Olympische Spelen van Vancouver.
"Ik ben bij grote toernooien niet bepaald gelukkig geweest. Na die wereldtitel dacht ik echt: 'eindelijk'. Dat gevoel ben ik wel overheen gestapt. Hoewel ook op de Spelen het niet altijd goed getroffen had."
"Mijn geheim? Als je maar lang genoeg doorgaat... Er zijn jongens die op hun 22ste, 23ste al vreselijk balen en willen opgeven. Dat kan ik best begrijpen, maar ik was dertig toen ik voor het eerst wereldkampioen werd. Man, wat is het een lange weg geweest."
Groothuis komt zaterdag in actie op de schaatsmijl. "Ook dat ga ik er gewoon vol in en dan die ik wel hoe ver we komen. Zo rijd ik het liefst en heb ik ook altijd mijn beste resultaat daar gehaald. Die laffe ritjes zijn niets voor mij."
"Ik ga mijn best doen daar weer. Ik heb in ieder geval voldoende snelheid. En ik ben van mening dat ik ook daar kanshebber ben voor het goud, hoewel de kans er kleiner is dan op de 100 meter. Dat geef ik toe. Maar het is een gekke afstand dus je weet het nooit."