In een van de kleine zaaltjes op de tweede verdieping van Kardinge halen Anke Jannie Landman en Jellien Langhout samen herinneringen op. Over Groningen. Over het schaatsen. Maar vooral over de grote man die zij zich herinneren als klein jongetje: Jenning de Boo.
Langhout had hem twee jaar lang onder haar hoede, als coach op de langebaan bij IJsvereniging Groningen (YVG). Daarna bleef ze hem volgen als ouder langs de shorttrackbaan, omdat haar dochter daar net als Jenning wedstrijden reed. Landman kent hem uit diezelfde periode, maar van de ‘kleine rondjes’. Na haar carrière als topshorttracker keerde ze terug om te trainen en training te geven bij Shorttrack Groningen (STG), waar ze in de baan stond met de jeugd, onder wie een jonge Jenning.
Het eerste dat Langhout over hem vertelt, gaat niet over tijden of techniek. Het gaat over zijn positieve karakter. “Altijd vrolijk. Altijd grapjes. Beweeglijk. Heel goed met andere jongens en meiden. Gewoon een sociale jongen, toen al. Maar vooral: heel veel lol. Hij deed vaak een dansje op het ijs als er muziek was”, vertelt Langhout. “En een beetje dromerig”, voegt Landman toe.
Dat dromerige viel op bij wedstrijden. “Dan gaan ze het ijs op, maar moeten ze even wachten tot ze naar de start mogen.” Terwijl anderen zich afsloten, keek Jenning rond, bewoog wat, leek met alles bezig behalve met wat er ging komen. Landman herkent dat beeld meteen. Juist omdat het zo sterk contrasteert met wie hij nu is. “Als je hem nu voor de start ziet staan, dan zie je echt die focus. Die topsportfocus.” Ze zegt het met een glimlach. “Gelukkig had hij dat toen nog niet.”
Jenning de Boo in z'n jonge jaren
- Eerste keer op het ijs:
Met het gezin op het Paterswoldsemeer, op loopafstand van thuis. - Eerste vereniging:
IJsvereniging Groningen, sinds 2009 - Eerste coach:
Roos Karst
In die jaren draaide het vooral om plezier en nieuwsgierigheid, waar ook de overstap naar shorttrack uit voortkwam. “Zijn trainingsmaatjes zeiden van: 'Joh, het is ook leuk om kleine rondjes te rijden'. Zo werd Jenning meegenomen richting shorttrack, en vanaf dat moment combineerde hij beide disciplines."
Landman weet nog dat hij ongeveer tien was toen ze hem voor het eerst bewust meemaakte. Als kleintje tussen de oudere jongens viel hij op. “Ik was erg onder de indruk toen ik hem als tienjarige zag schaatsen. Ik dacht altijd: van wie heeft hij dat geleerd?” Ze noemt zijn techniek en coördinatie en benadrukt hoe technisch shorttrack is. “Zo’n technische sport is voor veel mensen moeilijk om te leren. Voor Jenning was dat blijkbaar heel makkelijk”, lacht ze, nog altijd verbaasd over zijn kwaliteiten.
“Als klein jongetje had hij zijn bovenlichaam heel mooi in de bocht hangen. Een mooie lage positie”, vertelt Landman. “Ik vond hem een beetje elastisch”, vult Langhout aan. Een lijf dat meebuigt, veert, soms alle kanten opgaat. Dat was niet altijd handig. “Daar zijn we wel bezig geweest om hem iets strakker te krijgen. In plaats van dat het alle kanten opging.” Maar juist dat soepele, dat elastische, bleek later een kracht.
Ook zijn explosiviteit bij de start was opvallend. “Dan deed hij een paar passen en lag hij direct vijf of tien meter voor op de rest.” Ook herinneren ze zich zijn signature uitstekende hoofd bij de start, met de kin ver omhoog en de nek helemaal gestrekt. De twee coaches lachen als ze eraan terugdenken. “Dat hoofd ging altijd naar achteren”, vertelt Langhout. “Daar zijn we heel erg mee bezig geweest. Als ik hem zie starten van een afstand, dan herken ik hem direct.”
Maar wat Jenning volgens hen echt onderscheidde, zat niet alleen in zijn lijf. Het zat in hoe hij leerde. “Je kunt aanleg hebben, maar talent is het hele pakketje”, zegt Langhout. “Als je Jenning iets uitlegde, dan kon hij dat ook nadoen. Direct. Hij was heel trainbaar.”
Ook zijn nieuwsgierigheid was uitzonderlijk. Landman vertelt over een moment tijdens een zomertraining in Heerenveen, waarin ze vol bewondering keek hoe makkelijk hij over het ijs gleed. Later kwam hij naar haar toe. 'Ik zat naar jou te kijken en jij glijdt zo makkelijk over het ijs'. Ze noemt het nog steeds bijzonder “om dat van een elfjarige te horen”. Hij keek niet alleen, maar hij nam het duidelijk in zich op. Op een andere training zei hij: 'Ik ga achter Anke Jannie aan, want daar kan ik wat van leren'. Dat kwam, zegt ze, “gewoon helemaal uit hemzelf”.
Het is duidelijk: de jonge Jenning was gebrand om beter te worden. Maar dat niet alleen. “Ja, hij wilde ook graag winnen”, zegt Langhout overtuigd. Soms zelfs zo graag dat de druk eraf moest worden gehaald door zijn ouders. 'Doe maar wat minder zenuwachtig'. En: 'Het meedoen is belangrijker dan winnen'. Toen hij tijdens een wedstrijd ziek was maar toch wilde rijden om het klassement te winnen, grepen zijn ouders in. 'Doe maar even niet. Je bent nog jong, je moet nog lang mee'. En Jenning… die baalde.
Op een gegeven moment moesten STG en Jenning afscheid van elkaar nemen. Groningen kon hem niet langer bieden wat hij nodig had om de volgende stap te zetten. “Wij hebben hier gewoon een klein Shorttrack clubje”, zegt Langhout. “Op een gegeven moment is er niemand meer om achteraan te gaan.” Jenning was te snel geworden en vertrok richting Friesland, waar hij aansluiting vond bij een grotere groep rijders. In Leeuwarden werd hij lid van Trias en trainde hij met de Friese selectie. Veel uren maakte hij vervolgens in Heerenveen, op het ijs waar de volgende stap werd gezet. “Maar dit is wel mijn thuisbaan”, zegt hij nog altijd over Kardinge, vertelt Langhout trots.
Heel even, rond 2022, hing er twijfel in de lucht. Jenning wist niet of hij wilde doorgaan op de ijzers. Misschien paste een ander pad beter, bijvoorbeeld geneeskunde, een studie waar hij ook over nadacht. “'Ik weet het niet zei zijn vader", vertelt Langhout. “Het kan ook wel eens afgelopen zijn. Bij de vereniging schrokken ze daarvan. “We zijn heel blij dat hij toch de keuze heeft gemaakt om door te gaan. Want anders was toch wel groot talent verloren gegaan.”
Dat hij nu naar Milaan gaat, voelt voor beiden bijzonder. Voor Landman, als tweevoudig olympiër, misschien nog wel extra. “Ik vind het fantastisch. Natuurlijk hoop ik dat hij goud wint op de 500 meter.” Maar vooral hoopt ze “dat hij ervan gaat genieten”, ondanks de hoge druk. En “dat hij laat zien wat hij kan." De reële medaillekans verbaast haar niet. “Ik heb altijd versteld gestaan van zijn talent.” Tegelijk weten ze hoe smal de marge is. “Die 500m is maar één keer”, zegt Langhout. Wat ze hem toewenst, is helder: “Alle focus en alle agressie en zelfvertrouwen. Dat dat er bij die eerste rit allemaal uitkomt.”
Als Jenning aan de start staat in Milaan, kijken Anke Jannie en Jellien toe voor de buis. Zoals met alle wedstrijden. Met heel veel spanning, maar vooral met heel veel trots.