“Heel tevreden”, zegt ze aan het einde van haar eerste racedag. Ze oogt nuchter en zelfverzekerd. “Ik moet zeggen dat ik wist dat ik in goeden doen was.” Dat vertrouwen is dit seizoen vooral gegroeid in het marathonpeloton. Kilometers maken, wachten, aanvallen, overleven. “De marathons gaan steeds beter, steeds gemakkelijker. Daaruit haalde ik dat ik echt heel erg diep kan gaan.” Die inhoud neemt ze mee naar de langebaan, al is het spel anders.
Waar de marathon ruimte laat voor koersinzicht en inhoud, vraagt de langebaan om directe snelheid vanaf de start. Dat was precies waar ze de afgelopen weken op heeft getraind, maar toch voelde ze twijfel. “In de week vooraf kon ik goed achter de mannen aan. Maar in de wedstrijd moet je het zelf doen bij de start. Daar was ik een beetje onzeker over.”
Op de 3000 meter reed ze vanaf de start in de aanval. Geen ingewikkelde schema’s, geen afwachtende aanpak. Zelf noemt ze het 'gecontroleerd snel. Ga er maar hard in en dan zie je wel'. Ze had gezien dat vlak openen weinig opleverde. “Degenen die wat vlakker reden, zagen hun tijden oplopen. Door de marathons weet ik dat het met vechten wel goed komt.” Het leverde haar een persoonlijk record op: 4.03,42, ruim twee seconden sneller dan haar oude toptijd.
Ook de 500 meter bevestigde haar goede gevoel: 39,08, net boven haar persoonlijk record. Er zat meer in, weet ze. Ze bewoog bij de eerste start. “Daardoor dacht ik bij de tweede alleen maar: blijf staan, blijf staan.” Een klein detail, maar in een sprint beslissend. “Ik had graag een 38'er gereden en ook een pr, omdat ik weet dat ik sneller en fitter ben dan ik ooit ben geweest.”
Wat de klok niet laat zien, is de aanloop naar dit weekend. “Voor mij voelt het een beetje alsof ik dit aan het begin van het seizoen ook kon. Maar toen had ik een blessure die lang heeft geduurd.” Haar rug speelde op en ze is nog niet volledig klachtenvrij. “Het ene moment komt het meer terug dan op het andere moment. Maar het is niet zo erg als in oktober.”
Die blessure maakte het begin van het seizoen grillig. Ze moest terugvechten, fysiek en mentaal. “Ik moet zeggen dat ik gisteren niet dacht: goh, ik heb écht zin in dit toernooi. Omdat ik ook bang ben dat ik weer teleurgesteld word.” Niet vanwege de concurrentie, maar vanwege haar eigen verwachtingen. “Omdat ik het zo graag wil en weet dat ik het kan. Maar ja, dan wil je ook dat het een keertje te zien is in je tijden.” Die bevestiging kreeg ze vandaag.
Dit NK kent intussen een bijzondere context. Grote namen ontbreken: Joy Beune, Antoinette Rijpma - de Jong en Merel Conijn. Groenewoud meldde zich na dag één af, al verzekerd van een WK-ticket. Voor Lancee ligt er geen WK-plek klaar; de selectie is al bepaald. Het maakt dit toernooi volgens sommigen minder aantrekkelijk. Ze begrijpt die redenering. “Ik vind het ook jammer dat er zo veel afmeldingen zijn, want ik wil zien wat ik in het totale veld kan. De mensen die er nu niet zijn, zijn nog wel een stukje beter dan ik. Maar nu staat er ineens een titel of een podiumplek op het spel. En dat is ook leuk. Ik voel nu meer vrijheid en ik denk: ik heb er zin in.”
Die vrijheid neemt ze mee naar dag twee. “De 1500 meter ga ik er ook volle bak in. Alsof je een 500 rijdt en dan nog duizend meter verder.” Ze staat tweede in het klassement en weet dat ze daar iets kan uitbouwen. De 5000 meter noemt ze nog niet haar afstand, maar ze sluit niets uit. Over een eventuele podiumplek is ze realistisch en positief. “Ik ben dan best of the rest. Dus los van de mensen die er niet zijn, ben ik dan de eerstvolgende.”
Voor dag twee is haar doel concreet. “Een pr rijden op de 1500 meter. Eigenlijk gewoon twee pr's. Ik ben er echt klaar voor. Na vandaag heb ik een voldaan gevoel. Dat ik denk: ja, laat maar komen.”