Vraag dat Jac Orie maar. In 2022 ‘ontsnapte’ hij in Beijing aan de hatelijke nul wat betreft gouden medailles voor zijn ploeg dankzij Thomas Krol (winst op de 1000 meter); nu heeft hij zijn rijders vooral kansloze ritten (Joep Wennemars uitgezonderd) zien rijden, met een lege prijzenkast tot gevolg. Team IKO-X2O had ook op veel meer gerekend dan een zilveren plak (Joy Beune op de team pursuit).
Bij Reggeborgh ging de vlag al in top door de twee zilveren medailles voor Jenning de Boo (500 en 1000 meter), en vanwege het fantastische goud van Femke (500 meter) en het zilver op de dubbele sprint. Daar kwamen twee heel dikke bonussen bij: de eerste toen Kjeld Nuis als koning van de mijl op 36-jarige leeftijd nog een keer uit zijn slof schoot (brons), de tweede keer op de 1500 meter voor vrouwen met het gouden mirakel van Antoinette Rijpma – de Jong.
Het kwintet medailles voor de ploeg van het coachende trio Anema, Arjan Samplonius en Daan Breeuwsma kwam onder anderen terecht bij de oudste schaatser van het toernooi. Voor de 40-jarige Jorrit Bergsma, de hardrijder die pas stopt zodra er geen schaatswinkel meer in de wereld hem nog een nieuw paar glij-ijzers wil verkopen, stonden de sterren zeer gunstig. Op de tien kilometer mocht z’n oude karkas hevig kraken, hij klom wel na afloop op het podium om brons in ontvangst te nemen. Een tweede bronzen plak miste hij net met de achtervolgingsploeg, maar zoals de oude vos zijn jacht in de mass start bekroonde met goud, was een onvergetelijk staaltje vakmanschap.
Dat kon ook worden gezegd van Merel Conijns zilveren vijf kilometer, waarbij de kanttekening ‘het had ook goud kunnen zijn’ niet misplaatst is. Bente Kerkhoff begeleidde Marijke Groenewoud keurig op het slotnummer van de vijf disciplines die de vinnige blondine aanpakte, en baalde terecht van het feit dat er aan dat knechtenwerk (mass start) geen beloning is gekoppeld. Voor afmaker Groenewoud des te meer: zij had eindelijk haar goud, dat ze eerder was misgelopen op de team pursuit (zilver), de 1500 meter en de drie kilometer.
“Op een van de mooiste dagen hier op de ijsbaan”, vond een lyrische coach Samplonius. “Je merkte hoe de energie in het stadion kwam. Dat was fenomenaal. De man op het middenterrein die zijn speakerwerk uitvoert, in combinatie met de muziek: heerlijk. En je zag ook dat de sporters er goed op gingen.” Met name die twee van hem, Anema en Breeuwsma, bedoelde hij meer dan waarschijnlijk.
Bergsma deed wat hij kon, en deze periode leverde het meer op dan verwacht. Groenewoud deed eveneens wat ze kon, en deze periode leverde het minder op dan verwacht. Ze reed op niveau in de teamonderdelen en ploeterde als solist. “Ik las stukken in een krant over Marijke dat ze niet lekker in haar vel zat en niet goed was. Ze was in de training fenomenaal, daags voor de 1500 meter. We wilden zo graag dat ze dat de dag erna ook op het ijs legde. Hetzelfde voor de andere individuele afstanden: we hebben er alles aan gedaan om haar goed te krijgen om te doen wat ze kan. Als je ziet dat zij vrijuit rijdt, wie komt er dan in de buurt? Niemand! Dan gaat ze zo verschrikkelijk hard. Dat wilden we ook op de 1500 meter en de drie kilometer.”
Samplonius noemt het ‘mateloos frustrerend’ dat het (nog) niet is gelukt de vinger op de zere plek te leggen. “Waarom wint niet iedereen goud? De mensen die het op het moment dat het echt moet, kunnen doen wat nodig is en wat ze kunnen, dat zijn de mensen die goud winnen. Het is duidelijk gebleken dat Marijke dat niet kon. Vandaag in de mass start doet ze het wel. Op die individuele ritten niet.”
Groenewoud etaleerde wel steeds een eigenschap die bij een shorttracker past. “Die stapt veel gemakkelijker over verlies heen. Marijke kan dat ook. Ze loopt in de marathons of het inlineskaten tegen dingen op die buiten haar macht liggen. Tijdens de Spelen van Beijing was ze goed genoeg om te winnen. Doordat ze twee keer door een Chinese onderuit werd gekegeld, kwam het er niet van. Daar kun je van balen, maar het gebeurde. Joep Wennemars riep hier steeds dat hij het twee weken lang verschrikkelijk heeft gevonden. Ik denk; jongen, je bent zo goed. Er overheen stappen en door naar het volgende.
“Natuurlijk hebben we ook werk aan Marijke. Dat doen we met z’n allen. Hoe? Door heel veel bakjes koffie te drinken, en in een relaxte omgeving veel praten. Ook met de shorttrackers die je in het atletendorp tegenkomt en die teleurstellingen moeten verwerken. Zo’n Michelle Velzeboer (veel valpartijen, red.) gun je heel andere resultaten. Daar heb je het samen over, met z’n allen. Zo lossen we het op. Ik vind Marijke een fenomeen. Kijk naar haar slotronde op de mass start en je weet dat ze dat ook moet kunnen op individuele afstanden. Zij is geboren om veel meer te winnen. Daar krijgen we nu weer vier jaar voor om hard aan te werken.”
Anema hoopt eveneens de wisselvalligheid die het rijden van de 27-jarige allrounder typeert er voorgoed uit te krijgen. “Je kunt niet zeggen dat ze dit seizoen slecht heeft geschaatst. Ze won de Nederlandse titel op de 1500 meter, ze plaatste zich genadeloos op het OKT voor de Spelen, ze pakte een World Cup op de drie kilometer in Hamar.” Hij heeft meer cijfers paraat. “Ze wordt Nederlands kampioene 1500 met 1,3 seconde voorsprong op de nummer twee. De dag erna eindigt ze als derde op de 3000 meter. Dat is onzin. Die afstand zou ze net zo goed met twee of drie seconden voorsprong hebben moeten winnen. Alleen zag ze daar de noodzaak niet zo van in. Ze plaatste zich voor de wereldbeker, dat was voldoende.
“Ik weet dondersgoed dat dit een zaak van de coach is. Het feit dat het op de Spelen niet is gelukt wat ik van tevoren dacht – drie keer goud, op de 1500 meter, de drie kilometeren de mass start - houdt in dat ik tekort ben geschoten. Zo zie ik het zelf. Dat is niet met een glimlach hoor. Want ik baal als een stekker dat ik iemand niet kan helpen om dat op het juiste moment boven te krijgen. Dat verwijt ik de sporter niet. Nee, dat verwijt ik mezelf: waarom kun je dat nou niet wegnemen? En zodra er dan op een ander vlak iets wordt gewonnen, word je op een voetstuk geplaatst. Onterecht! De andere opdrachten zijn niet geslaagd. Wat je wilt is rijden wat je kunt. Dat gebeurde niet. Op die momenten word je als coach genadeloos op je tekortkomingen gewezen.”