Na afloop van de prijsuitreiking loopt ze lachend langs de piste. “Ik ben echt zo’n Surinamer die niet tegen Europese hitte kan”, grapt ze. “Ik word hier heel duf en moe van.” Het is moeilijk te geloven. Nog geen uur eerder reed ze naar goud in 19,59 seconden, vóór Lianne van Loon (zilver) en Nikki Noordergraaf (brons). Als een skeeler-Popeye schieten Narains armen de lucht in zodra haar tijd door de speakers klinkt.

“In de voorronde was Lianne sneller, terwijl mijn race al best goed voelde”, vertelt Narain. “Dus ik dacht: veel harder dan dit gaat het niet worden. Toen ze na de finish zo lang deden over het noemen van de tijden, dacht ik alleen maar: wel gewonnen, niet gewonnen, wel gewonnen, niet gewonnen… Ineens hoorde ik dat ik eerste was. Echt een enorme opluchting.”

Dat moment betekende meer dan alleen een Nederlandse titel. Vorig seizoen veranderde haar lichaam namelijk van sprintmachine in een bron van onzekerheid. Een rugblessure trok maandenlang een streep door (pijnvrije) trainingen, wedstrijden en vanzelfsprekendheid. “Je kunt op een gegeven moment niet meer vertrouwen op je eigen lichaam”, zegt ze. “Dat voelt heel raar.”

Voor een sprinter is dat misschien nog wel het moeilijkste wat er bestaat. Alles draait om explosiviteit, timing en controle. Maar de 22-jarige Narain wist vorig jaar soms niet eens of ze zonder pijn haar shirt van de grond kon oprapen. Zelfs niezen deed pijn. “Het was het hele jaar aanwezig”, vertelt ze. “Op een gegeven moment raak je eraan gewend, hoe stom dat ook klinkt.”

In april leek de ellende eindelijk voorbij. Tot het opnieuw misging op de baan. “Zo stom dat het juist weer gebeurde”, zegt ze. “Dan schiet meteen door je hoofd: nee, niet weer. Ik wilde echt niet nóg een jaar kwijt zijn.” Die avond zat ze huilend in de auto. “Ik had zo’n stekende pijn”, vertelt ze. “Ik heb die hele dag op bed gelegen, alles warm gehouden en heel voorzichtig gerekt. De dag erna ben ik meteen al mijn fysio-oefeningen gaan doen. Gelukkig ging het snel van echt stekende pijn naar iets dat meer op de achtergrond zat.”

lataesha narain nk baan
Die rugblessure is niet zichtbaar als ze door de bochten zoeft in Heerde. | Foto: Glenn Wassenbergh

Dat snelle herstel is opvallend genoeg precies iets waar Narain zich als student fysiotherapie ook over verbaast. Door behandelaars worden voor bepaalde blessures herstelperiodes van weken of maanden genoemd, terwijl sporters vaak veel sneller terugkeren. “Als iemand tijdens een training door zijn enkel gaat, staat er misschien twaalf weken herstel voor”, zegt ze. “Maar vaak staat zo iemand na een halve week alweer op de baan.”

Tegelijkertijd weet ze inmiddels ook dat te snel willen terugkomen gevaarlijk kan zijn. Binnen haar ploeg wordt ze soms bewust afgeremd. “Ik wil nog weleens te hard van stapel lopen”, geeft ze toe. “Dan krijg ik echt te horen: 'rustig aan, je mag geen pijn hebben, niet forceren'.”

Die rust lijkt langzaam terug te keren. Niet alleen in haar lichaam, maar ook in haar hoofd. Eerder in carrière heeft ze wel eens gesproken met een sportpsycholoog, nu probeert Narain zichzelf vooral praktisch te houden. “Ik kan het nu beter accepteren”, zegt ze. “Oké, knop om. Het is vervelend, maar als ik mijn oefeningen doe, kan het ook weer snel beter gaan. Als ik er in blijf hangen, duurt het alleen maar langer.”

Op het podium in Heerde staat dus niet alleen een Nederlands kampioen. Daar staat ook iemand die haar vertrouwen stukje bij beetje terugvindt. “Na zo’n rotjaar is het wel fijn om te merken dat het nog steeds kan”, zegt ze dankbaar.

Misschien maakt dat deze titel juist wel bijzonder. Want winnen van Lianne van Loon gebeurt niet zomaar. Van Loon domineert al jaren het Nederlandse inlineskaten en sloot zich dit seizoen aan bij Powerslide. Narain kijkt zichtbaar met bewondering naar haar concurrent. “Ze rijdt gewoon hard op alles”, zegt ze. “Sprint, lange afstanden, echt alles. Dat is bijzonder om te zien. Dus dan is het wel gaaf om naast haar te staan.”

Lataesha Narain
Het podium van de 200 meter dual tijdrit. Van links naar rechts: Lianne van Loon (zilver), Lataesha Narain (goud) en Nikki Noordergraaf (brons). | Foto: Glenn Wassenbergh

Tijdens dit NK verblijft Narain op camping De Koerberg, vlakbij de baan. Geen luxe hotel of afgesloten sportresort, maar gewoon een huisje op vijf minuten fietsen van het wedstrijdterrein. Haar moeder sluit later deze week aan. “De mensen van de club (Skeelerclub Heerde, red.) zitten naast me op de camping”, vertelt ze. “Dus het is heel gezellig.”

De avond voor haar titel zat ze simpelweg thee te drinken bij deze campingburen. Geen ingewikkelde rituelen of obsessieve wedstrijdroutines. Al heeft ze wel een opvallende eigenschap ontdekt over zichzelf. “Als ik veel tijd krijg in de ochtend, ben ik juist te laat”, lacht ze. “Hoe minder tijd ik heb, hoe beter het gaat.” Toch probeert ze tijdens zo’n kampioenschapsweekend bewust de tijd te nemen. Ontbijt maken, wielen klaarzetten, lagers in de skeelers doen. Niet te veel nadenken. Want nadenken deed ze de afgelopen maanden al genoeg.

Deze 200 meter gebruikte ze daarom ook als meetmoment. Niet alleen ten opzichte van de concurrentie, maar vooral ten opzichte van zichzelf. “Op de 200 meter ben je alleen in de baan”, legt ze uit. “Dan weet je echt waar je staat.” Het antwoord kwam donderdagmiddag sneller dan verwacht. Narain werd Nederlands kampioen. En misschien nog belangrijker: pijnvrij. “Vandaag speelde mijn rug eigenlijk niet”, zegt ze opgelucht.

Vrijdag staat voor Narain nog de 500 meter op het programma, zaterdag volgt de 1000 meter. “Die afstand is niet echt mijn ding”, zegt ze over de 1000 meter. “Dat wordt vooral lol maken en kijken hoe hoog ik kan eindigen.” Toch blijft één ding belangrijk: haar rug warm houden. “Als ik me ’s ochtends goed insmeer met warmtecrème, gaat het prima.” Op een tropisch NK blijkt warmte voor Narain dus stiekem één van de sleutels tot succes.

Lianne van Loon en Ronald Haasjes houden stand

De afvalkoersen bij de senioren leverden donderdag geen verrassende winnaars op, maar wel een paar moedige aanvalspogingen. Vrijwel de hele wedstrijd reed het peloton als een rups over de piste, met Lianne van Loon als onverstoorbaar hoofd van de stoet. Af en toe brak de rust open. Onder anderen Sofia Schilder en Elanne de Vries waagden een aanval, aangemoedigd door kreten als 'Niet bang zijn!', 'Let op!' en 'Zet door!' vanaf de kant. Toch was het telkens Van Loon die de situatie weer onder controle bracht en uiteindelijk het goud pakte. Nikki Noordergraaf pakte het zilver en het brons ging naar Amber van der Meijden.

Lianne van Loon NK Heerde 2026
Geen grote verrassing: goud voor Lianne van Loon. | Foto: Glenn Wassenbergh

Bij de mannen zorgde Seth Verbeek voor het avontuur van de dag. Met nog dertig ronden te gaan koos hij de aanval en sloeg hij een gat van bijna een halve ronde op het peloton. Twintig ronden lang hield hij knap stand, terwijl achter hem de favorieten elkaar in de gaten hielden. In de slotfase draaide de wedstrijd uit op een sprint tussen de gebroeders Haasjes. Ronald en Christian gingen zij aan zij de laatste bocht in, waar Christian een klein misstapje maakte bij het uitkomen van de bocht. Ronald profiteerde direct en snelde naar de nationale titel, terwijl Christian genoegen moest nemen met zilver. Het brons was voor Luc ter Haar.

Bekijk hier alle uitslagen van het NK Baan in Heerde.

Ronald Haasjes NK Heerde 2026
Bij de mannen ging het goud naar de dolblije Ronald Haasjes. | Foto: Glenn Wassenbergh