Dat hele Europees kampioenschap in Tilburg; Jens van ’t Wout kon nou niet zeggen dat hij er serieus mee bezig was geweest. Ja, fysiek gesproken reed hij de eerste twee dagen zijn ritjes en finishte hij ze allemaal in leidende positie, maar met zijn hoofd verkeerde hij elders, in Milaan om precies te zijn. Mentaal was hij niet klaar om in Tilburg tot het gaatje te gaan, of te knokken om elke meter ijs, want alles stond en staat in het teken van de Winterspelen. Voor een leuk spelletje in de eindfase van het toernooi op de kortste afstand bleek hij echter wel te porren.

Op weg naar de finale van de 500 meter nam Van ’t Wout de regie eens goed in handen. Wetend dat het hem - gezien de geringe tegenstand - weinig moeite zou kosten de halve finale te overleven, besloot hij na de start de mannen achter hem even ‘stil te zetten’. Landgenoot Teun Boer, begonnen vanaf de beste positie en voor hem de bocht ingedoken, kon van Van ’t Wout wegrijden. De anderen werden opgehouden en zo konden ze een rappe eindtijd wel vergeten, precies de opzet van Van ’t Wout. Want hij kende de tijd van nummer drie in de eerste halve finale, broer Melle (40,96). “Ik hoopte dat mijn actie ervoor zou zorgen dat de derde rijder in mijn rit langzamer zou zijn dan Melle, zodat die zich voor de finale zou plaatsen. Als dat lukt, pakt hij ook een medaille, dat wist ik zeker. Melle is een rijder die in zo’n situatie daartoe in staat is…”

Het pakte uit zoals hij wenste. Remmen en de boel vertragen: het loonde. “En het was net geen match-fixing”, sprak Van ’t Wout lachend. Reinis Berzins arriveerde na 41,03 seconden en greep naast de A-finale. Melle profiteerde optimaal. Weggeschoten van plek vijf had hij twee van de vier schaatsers voor hem (alleen Jens en Teun Boer bleven buiten schot) al na de eerste bocht te pakken door een manoeuvre binnendoor. “Ik keek een keer achterom en zag zijn pak en helm in derde positie. Op dat moment realiseerde ik me dat het brons binnen zou zijn. Niemand zou Melle meer inhalen, wist ik direct. Geweldig, heerlijk, ongelooflijk: samen op het EK-podium, of beter, met z’n drieën”, aldus Jens, die zijn tweede goud incasseerde en Boer naar het zilver verwees. Eerder op de middag troefde hij iedereen eenvoudig af op de 1500 meter.

Feestvieren aan de boarding na de 500 meter
Even de complimenten in drievoud in ontvangst nemen langs de baan. | Foto: Orange Pictures

De honderd procent score deed hem goed. Niet meer dan dat; de bezetting van dit EK is buitengewoon matig, en sowieso te zwak om veel waarde toe te kennen aan de titels. “Al werd er zo nu en dan best hard gereden hoor, en moest ik een paar keer flink werken om erlangs te komen. Ik schaatste vandaag weer een beetje zoals vroeger, toen ik voor het eerst in de World Cup mocht meedoen. Maar het blijft leuk om kampioen te worden.”

Hij tankte vertrouwen dat hij kan gebruiken op de Spelen. “Ik rijd weer soepeler dan ik heb gedaan dit seizoen. En wat ik zojuist al zei: soms was het echt zwaar. Ik had zeven minuten pauze tussen de 1500 meter en de eerste rit op de 500 meter, volgens de regels mag dat helemaal niet. Voor m’n gevoel deed ik mijn schaatsen uit en kon ik ze onmiddellijk weer aantrekken omdat ik alweer verder moest. Dat had veel weg van een stevige tempotraining.” Die hectiek-ervaring neemt hij eveneens mee naar Italië, waar de gekte vele malen groter zal zijn.

De naam van broerlief viel, en Jens' gezicht begon te stralen van puur geluk. “Het is toch super dat hij brons heeft gewonnen. Terugdenkend aan de zomer zag ik hoe hij tien kilo te zwaar was, hoe hij niks kon en ons niet wist bij te houden op de fiets. Bergop was hij superlangzaam, terwijl hij honderd watt meer trapte dan ik. Zie hoe hij nu racet…. Melle voelt zich alleen niet volledig fit omdat hij iets te hard heeft doorgetraind. Niets ergs, hij is straks klaar voor de Spelen. Het zou erg zijn als hij nu zo hard zou rijden als ik of Teun, met amper een jaar van trainen, waar wij al vier jaar onafgebroken in de weer zijn.”

“Dat is een groot verschil, ja”, erkende Melle. “Ik ben supertevreden, want vind het niveau op dit EK ondanks alle afwezigen best hoog. Met Sighel – die weliswaar niet veel afstanden rijdt – Nadalini, een paar Letten en nog enkele jongens zijn er heus goede gasten van de partij. Als je daarbij rekening houdt met het feit dat door het ontbreken van veel toppers uit de World Tour er meer ruimte is voor de iets mindere rijders om zich te manifesteren, is er voldoende strijd.

“Ik ben heel tevreden dat ik eindelijk weer iets heb gewonnen, na alle shit van de voorbije jaren. Mijn harde werk is nu eens beloond. Dit brons is heel waardevol, doet me beseffen waarvoor ik al die jaren heb gezwoegd.”

Melle en Jens knuffel
Twee broers, samen één, op en naast het ijs, en altijd.