De Twentse schreef de 500 meter op haar naam en deed dat bovendien in een zeer snelle tijd. Haar tijd van 38,70 betekende niet alleen een baanrecord, maar ook een dik persoonlijk record, dat voorheen op 39,31 stond. Karoline Erbanova uit Tsjechië werd op ruime afstand van Ter Mors tweede (39,49), voor Bo van der Werff (39,58).
Op de 1000 meter trok Margot Boer aan het langste eind in 1.18,08. Marije Joling (1.18,26) en Erbanova (1.18,45) vonden hun namen terug op de plaatsen twee en drie. De zege op de schaatsmijl was voor Marrit Leenstra die in 2.00,18 Ireen Wüst (2.00,91) versloeg en tegelijkertijd het baanrecord op haar naam schreef.
Bij de mannen was Ronald Mulder de snelste op de kortste afstand. In 35,38 bleef hij broer Michel Mulder (35,41) voor. Jesper Hospes klokte met 35,58 de derde tijd. Ook op de 1000 meter werd een nieuw baanrecord gereden. Die eer ging uit naar Pim Schipper, die 1.10,04 op het bord zette. Stefan Groothuis eindigde in 1.10,25 als tweede, gevolgd door Thomas Krol (1.10,76).
Jan Blokhuijsen en Jos de Vos stonden gezamenlijk aan de start van de drie kilometer, maar kwamen allebei niet over de finish. Na ongeveer 700 meter kwam De Vos ten val en nam daarbij zijn tegenstander mee.