“Je weet van haar dat ze snel opent en ik weet dat ik van mezelf dat ik niet zo’n snelle opener ben. Eigenlijk ben ik de hele race mijn eigen rit blijven rijden. Wat ook wel scheelde is dat ik mijn rondetijd zag. Dat was 27.9 en toen wist ik ook dat het goed zat. Natuurlijk heb je het verschil wel door, maar je moet gewoon met je eigen ding bezig blijven”, zegt Van Beek tegenover de NOS.

Dat de jonge rijdster er vier weken na haar eerste bronzen medaille bij de wereldbeker in Heerenveen opnieuw in slaagde het podium te halen, stemt tot tevredenheid, maar er is voor Van Beek meer dan alleen het eremetaal. “De tijd was de tweede snelste die ik gereden heb dus daar moet ik gewoon tevreden mee zijn. En het feit dat ik nog steeds fit ben.”

Omdat Van Beek de komende week niet naar China gaat voor de Essent ISU World Cup in Harbin rijdt ze zondag voorlopig haar laatste wedstrijd op dit podium. Toevalligerwijs op haar 21e verjaardag. Een nieuwe topprestatie is dan ook het ultieme doel. “Ik ga mezelf even een verjaardagscadeautje geven.”