Het verhaal van de avond ervoor was onlosmakelijk verbonden met het verhaal van de wedstrijd in Rotterdam. Op het ijs van De Uithof ging er veel mis bij de ploeg Van Werven. De strategie, gericht op Hekman, werd niet uitgevoerd. En dat terwijl de beste sprinter van het peloton in bloedvorm stak.

’’Ik was écht goed’’, erkende Hekman, die zwaar baalde van de gemiste kans. ’’Ik had inderdaad behoorlijk de pest in. En weet je, ik rijd ook niet voor plaats twee. Daarom ben ik lekker aan de staart gaan zitten en heb ik de wedstrijd uitgereden. Meer niet.’’

In Rotterdam had coach Roy Boeve iedereen weer bij de les, terwijl ook Crispijn Ariëns na een wedstrijd schorsing weer aanschoof. En Hekman? Die was misschien niet zo goed als in Den Haag, maar wel tot op het bot getergd. ’’Er kwam zeker wat extra motivatie bij kijken. Ik wilde hier absoluut winnen.’’

Daar werkten zijn ploeggenoten Thom van Beek, Rick Smit en Ariëns ook hard. Maar vooral ook bleek dat Gary Hekman domweg niet te stoppen is als hij de kans krijgt. ’’Punt is juist’’, vond Roy Boeve, ’’dat hij die kans niet zo heel vaak krijgt. Niemand wil met hem naar de streep rijden en hier laat hij zien waarom niet.’’

Op het zware ijs in Rotterdam werd het een levendige koers met veel vluchtpogingen. En steeds hield Hekman de vinger aan de pols. Zoals bij Mats Stoltenborg, de winnaar van vorig jaar. ’’Ik zag dat hij goed reed. Daarom zorgde ik dat ik er steeds bij was als er vandoor ging.’’

Het was soms best lastig om dat overzicht te behouden op de baan in Rotterdam, die immers bestaat uit één lange tunnel. ’’Je ziet de overkant niet en daarom kun je moeilijk de koers controleren’’, vond Hekman. ’’Als je hier honderd meter hebt, kun je die soms ook heel lang houden. Maar leuk vind ik het hier trouwens wel, al moet je niet elke week op een baan met zulke krappe bochten rijden.’’

Dat Hekman die goed aankan, bewees hij wel in de finale. Zijn voornaamste rivalen Evert Hoolwerf en Ingmar Berga gingen voor hem de laatste ronde in, maar daarna sloeg de man uit Kampen hard toe. In de laatste tweehonderd meter raasde Hekman alles en iedereen voorbij. Met een beetje onvrijwillige hulp, gaf hij toe.

’’Ik dook de laatste bocht in net voor Evert Hoolwerf, die daardoor achterop knalde en me zo eigenlijk nog een duwtje gaf. Ik moest wel alle zeilen bijzetten om overeind te blijven, maar versnelde daarna in het tweede deel van de bocht om er met veel voorsprong uit te komen.’’ Hekman kon zijn sprint al twintig meter voor de streep staken, zo groot was het verschil.

De winnaar had zich wel geërgerd aan het fysieke spel in de finale. ’’In de laatste ronden werd ik zeker drie keer vol bij mijn heupen gepakt. Dat is echt te gek, kan eigenlijk niet. Aan de andere kant motiveerde dat mij alleen nog maar meer. Zo werkt het ook weer.’’

In de toch al rijkgevulde prijzenkast van Gary Hekman kan daarom ruimte worden gemaakt voor een nieuwe titel: kampioen van Kralingen.