Ze oogt anders dan de afgelopen jaren. Vrolijker, zekerder ook. Vaak leek de Noord-Hollandse vaak niet zo op haar gemak in gesprek met journalisten, daar was maandag geen sprake van. “Ik voel me echt heel anders”, erkent ze. “Het ‘moeten’ van mezelf is eraf.”
In het vorige seizoen viel Gerritsen op haar knie en liep een slijmbeursontsteking op. Daar kwam niet veel later nog een ontsteking aan haar voet bij. Het herstel verliep moeizaam. Zelfs na twee maanden rust kon ze met moeite de trap op en af.
Via-via kon ze terecht bij het revalidatiecentrum van de KNVB. Daar wist ze het tij te keren. “Dat begon met vijf minuten aquajoggen.” Gaandeweg kon ze steeds meer en de afgelopen weken reed ze al enkele trainingswedstrijden. Fysiek is Gerritsen op de weg terug, maar ook mentaal heeft ze een flinke ontwikkeling doorgemaakt.
“De blessure heeft me gedwongen om niets te doen”, zegt ze. “Misschien was het zonder dit hetzelfde gegaan, maar ik heb er wel bij stilgestaan: waarom schaats ik eigenlijk? Dat is niet voor de wedstrijden, maar omdat ik het leuk vind.”
Daarom besloot ze ook niet om na het afgelopen jaar te stoppen met de topsport. Wel wist ze dat doorgaan op de lijn zoals ze dat bij Jac Orie en diens ploeg Team LottoNL-Jumbo had gedaan haar niet meer aanstond. “Het was geen optie om door te gaan zoals daarvoor. Maar ik wist één: dat ik door wilde, al wist ik niet hoe en twee: ik wilde sporten zonder pijn en beperkingen.”
Dat tweede doel, daar draaide het om voor Gerritsen. Te lang had ze haar lichaam gedwongen te snel weer wedstrijdfit te zijn. Na de ziekte van Pfeiffer wilde ze te snel, na haar knieblessure was dat weer het geval. “Ik had geen geduld om mijn vorm rustig terug te krijgen. Ik heb alleen maar op mijn tenen gelopen, achter iets aan waar ik net niet bij kon.”
Telkens opnieuw wilde Gerritsen zo graag zich weer tonen op de belangrijke momenten dat het haar herstel in de weg zat. “De afgelopen drie seizoenen heb ik steeds een datum gehad die in mijn nek hijgde. Het OKT, selectiemomenten. Dat was wat te gek. Ik had zoveel ellende aan mijn lichaam.”
Aan het eind van de vorige winter kwam het besef dat ze dat niet meer wilde. “Ik wilde schaatsen zonder pijn en ik had al zo vaak met pijnstillers gereden. Dat wilde ik ook niet meer”, zegt ze. “Ik moest eerst fit worden, want pas als je een stap terug doet kan je weer stappen vooruit maken.”
Toen Gerritsen nog aan het begin van haar revalidatie stond had ze al contact met Dennis van der Gun, de coach van Team Afterpay. Hij toonde ondanks haar fysieke problemen meteen interesse en staat achter de nieuwe aanpak van de 30-jarige rijdster. “Hij zei: we volgen jouw planning.”
Nadat ze voor zichzelf helder had gekregen hoe ze het seizoen wilde aanvliegen tekende ze bij de damessprintploeg. En in de zomer zorgde Van der Gun er voor dat ze niet in haar oude patroon verviel, dat ze niet in dezelfde valkuil zou stappen. “Het is zo moeilijk om weinig te doen. Dennis zei me dan: je lichaam geeft het aan, daar moet je naar luisteren”, vertelt ze. “Het is goed dat hij af en toe op de rem trapt.”
Na een zomer van herstel en een fris begin bij een nieuwe ploeg voelt Gerritsen zich prima. “Vorig jaar was ik vaak onzeker en zat ik vol twijfel, nu geniet ik”, lacht ze. “En natuurlijk moet het sneller, maar dan ga ik weer 12 stappen verder en dat moet ik niet doen.”
Dat is ook een les die ze geleerd heeft: niet te ver vooruitkijken. Dat geldt ook voor haar carrière. Haar oud-ploeggenote Margot Boer kondigde vorige week aan dat ze aan haar laatste seizoen bezig is. Over de verre toekomst durft Gerritsen geen uitspraken te doen. “Zaterdag is mijn verre toekomst.”
“Ik weet nog dat ik in Vancouver dacht: ik ga dan naar de Spelen in Sotsji en dan is het mooi geweest. Er is niets uitgekomen van mijn planning. Dus ik zie wel wat ik doe. Ik heb er nog plezier in.”