"Hoe zwaarder hoe beter. Ik geniet ervan als ik anderen kapot zie gaan, terwijl ik dan zelf nog makkelijk meekan", zegt Schouten die vorig jaar bij de Alternatieve Elfstedentocht aan het langste eind trok.

De Noord-Hollander vergelijkt het marathonschaatsen dan ook met het werk in zijn tulpenkwekerij. "Dan let ik niet op de uren. Een tulp stopt niet even met groeien en zo is het ook op het ijs. Ik ben pas klaar als ik de finish zie.''

De Alterntieve Elfstedentocht heeft dit jaar misschien wel meer aanzien dan de afgelopen jaren. In Nederland wil het maar niet winteren en van mooie schaatsklassiekers op de Hollandse plassen en vaarten is het vooralsnog dromen.

"Hartstikke jammer natuurlijk. Natuurijs in Nederland is het beste voor onze sport. Niet dat het hier in Oostenrijk niet leeft, hoor. Het wemelt hier van de toeristen en recreatieve schaatsers, maar de sport echt groter maken kan alleen in Nederland.''

De jonge kweker uit Andijk is geen weerman, maar wel een buitenmens. "In Polen is het nu 20 graden onder 0. Als de wind naar het oosten draait, kan het toch nog onze kant op komen. Het zou mooi zijn als we na de Weissensee nog wat wedstrijden op natuurijs in Nederland krijgen. Zijn we in Oostenrijk goed ingereden.''

Schouten liet zaterdag al zien dat hij de vorm voor het natuurijs al te pakken heeft. Hij zocht het avontuur in de Aart Koopmans Memorial, een wedstrijd over 100 kilometer.

"Ik heb 20 kilometer in mijn eentje vooruit gereden en werd pas in de laatste kilometer bijgehaald. Tien man moesten zich opofferen om mij terug te pakken en heel veel jongens moesten lossen. Ik heb natuurlijk wel in mijn kaarten laten kijken, maar weet in ieder geval dat het met de vorm wel goed zit.''

De tactiek voor de Alternatieve geeft Schouten nog niet prijs. "Ik schaats in het team met Frank Vreugdenhil en die is ook heel goed op natuurijs. De ploegleider zal ons nog wel instructies geven. In ieder geval de eerste 100 kilometer niet te veel energie verspillen.''