"Zo, dit was even nodig", stelde Hekman lachend vast. Nodig voor de ploeg, vond hij. En nodig voor de sponsoren. Maar vooral ook misschien wel nodig voor hemzelf. "Tja, ik zat zelf toch ook wel vol twijfels. Er gaan allemaal dingen door je hoofd. Ik trap mijn waardes op de fiets, reed nog nooit zulke snelle rondjes in de training. Alles is beter, het moest alleen even goed vallen. Kijk, als ik in de gelegenheid kom, dan pak ik 'm meestal wel. Maar ik kwam gewoon even niet in de situatie."

In de eerste drie wedstrijden van de competitie kwam er weinig zijn kant op. "In Leeuwarden waren we dichtbij, maar toen kachelde Jorrit Bergsma het gat dicht en kregen we uiteindelijk geen aansluiting. Op zich ging het wel goed, het was het alleen elke keer net niet."

Nu dan wel, in een wedstrijd die je misschien mag aanmerken als een voorbode van wat het peloton op 1 januari te wachten staat in het NK op hetzelfde kunstijs van de Vechtsebanen. Als dat zo is vliegen de vonken er op nieuwjaarsdag vanaf. Er gebeurde namelijk van alles op het zware ijs in Utrecht, waar het publiek op de banken ging en ogen tekort kwam om alle actie te volgen.

Venijn
Het venijn zat vooral in het middelste deel van de wedstrijd. Twee kopgroepen streden om een ronde voorsprong. In de eerste: zes man, met Hekman, Bob de Vries, Robert Post, Mats Stoltenborg, Marcel van Ham en Evert Hoolwerf. Daarachter: zeven volgers met als blikvanger klassementsleider Ariëns. Het was een aardig spel dat alle kanten op kon, maar uiteindelijk gingen beide groepen rond. "Overtuigend was het allemaal niet", vond Hekman. "Niemand wilde echt vol rijden."

Want ook al reden ze met een Hekman vol twijfels, naar de streep rijden met de beer uit Kampen wilde ze liever niet. Zag je de eerste drie wedstrijden ook, vertelde Hekman. "Zit ik een keer in de kopgroep, staan er gelijk twaalf ploegleiders met de handen plat en rijdt er niemand meer door. Nu was het ook een beetje twijfelen. Maar voor Evert Hoolwerf was er nog een kansje op oranje, dus die wilde wel doorrijden. Maar net hard genoeg, waardoor die tweede groep ook nog aansloot."

Uiteindelijk deerde dat Hekman niet. In de sprint was hij overtuigend de snelste. Precies zoals hij zelf wilde. "Ik wilde een goede sprint neerzetten, laten zien voor de mass start dat ik de snelste ben ten opzichte van Hoolwerf. Stroetinga sprint hier dan niet, maar deze heb ik in ieder geval te pakken. Ja, zo speelt die mass start wel in mijn hoofd. Elke sprint die ik rijd, wil ik laten zien dat ik snel genoeg ben."

Ariëns handhaafde zich in het oranje leiderspak, als beloning voor de prachtige move waarmee ook hij een ronde pakte. "We waren al een paar keer mee, en dan een keertje niet als alleen Marcel van Ham meezit, maar ook Hekman. We gingen er daarom vanuit dat die terug zouden komen. Dat gebeurde dus niet, en dan met je even alle zeilen bijzetten. Dat ik het oranje nog heb, danken we aan die inspanning."