’’Ik weet niet wat het is, maar ik had tijdens de wedstrijd echt ontzettend veel last van mijn buik’’, vertelde Hekman. ’’Ik voelde veel steken, het rijden kostte me heel veel moeite, en ik stond op een gegeven moment zelfs op het punt om van het ijs te stappen. Maar ik had toch twee rondjes en zag een mooie kans om te winnen. Op de een of andere manier kom je dan in een modus waarin je de pijn even kunt wegzetten en dan toch nog een goede finale kunt rijden.’’
Die finale was een spetterend sluitstuk van een prima wedstrijd, waarin de mannen van Jillert Anema ontbraken. De volledige equipe van A-ware verblijft op Tenerife voor een trainingskamp. Liefst twaalf rijders pakten twee ronden voorsprong. Daarbij niet de minste namen. AB Vakwerk zat erbij met Hekman, Rick Smit en Sam Boon. OkayFashion & Jeans ook met drie: Frank Vreugdenhil, Crispijn Ariëns en Ingmar Berga. Daarnaast nog de mannen van Bouw &Techniek, die met Mats Stoltenborg en Robert Post op jacht waren naar succes, plus het Lasaulec-koppel Sjoerd den Hertog en Pim Cazemier.
Dat werkte allemaal mee aan een fraai slot, waarin Vreugdenhil en Stoltenborg het voortouw namen. Dat duo werd teruggereden, waarna het volgende groepje vertrok. Uiteindelijk was het Hekman zelf die de vluchters tot de orde riep, om vervolgens zelf in de laatste meters zijn rivalen te degraderen tot figuranten.
’’Hekman was vandaag gewoon de allersterkste’’, stelde Berga, die zelf tevreden was met zijn eerste podiumplek van het seizoen. ’’Hij rijdt het gat dicht naar de kopgroep en maakt het vervolgens ook nog zelf af. Niets op af te dingen.’’
Sjoerd den Hertog tekende voor een prima tweede plaats. Meer, wist de man van team Lasaulec, zat er in Eindhoven voor hem niet in. ’’Ik was de beste van de rest vanavond, zo simpel was het. Hekman stak er gewoon bovenuit. Dan moet je vrede kunnen hebben met een tweede plaats.’’
Helemaal tevreden was Hekman zelf niet. ’’Er reden in de finale nog wat mensen voor me, en dat ik eigenlijk liever niet gewild. Daardoor moest ik in de achtervolging. Als ik het niet deed, dan zou degene achter me het zeker ook niet doen. Door te rijden had ik in ieder geval nog een kans om te winnen. Ik wilde het zo plannen dat ik nog één ronde rustiger aan kon doen, en dat een ander de sprint zou aangaan. Dat lukte precies door dat Crispijn Ariëns op driehonderd meter de sprint aanging. In de laatste bocht kon ik er mooi overheen.’’
Hekman weet nog niet hoe de komende weken er voor hem uitzien. Hij hoort in de komende week of hij het WK in Korea mag rijden, of gewoon naar de Weissensee gaat. ’’Die mass-start op het WK lijkt me prachtig, maar nu weet ik nog niks. Of ik zit komende week heel veel op de fiets voor de Weissensee, of ik moet trainen op snelheid voor het WK. We zullen wel zien.’’