Het kan verkeren. In Tilburg stond Gary Hekman heel snel weer aan de kant. Teleurgesteld, gezicht op onweer. Zijn verklaring was veelzeggend: ’’Als je harder achteruit rijdt dan vooruit, is het snel klaar.’’
In Heerenveen was er weer de lach bij Hekman. Reed hij een ererondje, wuifde naar de gasten van zijn team AB Vakwerk. Zojuist had in een rechtstreeks duel zijn rivaal Arjan Stroetinga en diens ploeggenoot Evert Hoolwerf teruggewezen. Een inhaalrace op het laatste rechte stuk en op het juiste moment de schaats naar voren voor zijn eerste overwinning van het seizoen. Het was weer de Gary Hekman zoals de volgers hem kennen.
Het genieten van Hekman begon echter al bij binnenkomst in het vernieuwde Thialf, waar de marathonrijders de eerste landelijke wedstrijden voor hun rekening namen. ’’Ik was even verblind door het licht, maar ook wel door de schoonheid van de hal. Het is echt genieten om hier te mogen rijden’’, stelde Hekman, die ook al trainde in Thialf en voelde dat het goed was. ’’We hebben drie keer getraind en het ijs was al goed. Dan weet je dat het alleen maar beter wordt.’’
Hekman trok ook een belangrijke conclusie na de eerste drie wedstrijden. Hij moest, vond hij, meer aanvallen. In Thialf voegde hij de daad bij het woord. Zo zat Hekman erbij toen negen mannen op weg waren naar een ronde voorsprong. Maar met de staart van het peloton in zicht stokte de opmars. ‘’Arjan Stroetinga en Evert Hoolwerf mochten van Jillert Anema niet rijden’’, verzuchtte Hekman, die het meteen verbaal aan de stok had met Anema. ’’Ik was een beetje aan het stoken, noemde hem een mietje en een angsthaas omdat hij het niet aandurfde met zijn twee snelste mannen door te rijden.’’
Meer effect nog had de ronde voorsprong die Ronald Kruijer pakte. De rijder van Man & Mach sloot met behulp van zijn ploeg als eerste aan. Hekman zag het met genoegen gebeuren. ’’Daarna moesten wij ook doorrijden. Maar ik wist ook meteen dat een ronde voorsprong niet voldoende zou zijn.’’
Dat zag Hekman goed, want zeven mannen pakten daarna nog een ronde. Ook daar zat de krachtpatser uit Kampen bij. Ingmar Berga probeerde vervolgens in zijn eentje nog een derde ronde te pakken, maar toen dat mislukte, was meteen duidelijk dat het zou uitdraaien op een gevecht tussen Hekman, Hoolwerf en Stroetinga.
Hekman gokte en won. ’’In de laatste bocht zat een groot gat. Stroetinga ging er omheen, ik wist dat ik er doorheen moest en een beetje geluk moest hebben om te kunnen winnen. Dat ging net goed.’’ Op weg naar de streep waande Hekman zich sterk. ’’Ik weet dat ik Stroetinga en Hoolwerf allebei kan hebben. Dat bleek.’’
Zo was de stemming heel anders dan zeven dagen eerder. Hekman, lachend: ’’Dat is schaatsen. Als het lekker gaat, is het een heerlijke sport. Maar als je het niet hebt, wil je de tent afbreken. Vandaag had ik het.’’