Een vierde plek (tien kilometer) en twee vijfde (vijf kilometer, ploegenachtervolging); het lijken misschien nietszeggende resultaten voor een land op de Olympisch Spelen, maar voor de Franse équipe is het een prachtige score in Milaan. Zeker met de vorige twee Spelen in het achterhoofd. Eén rijder nam slechts deel in 2018, vier jaar later waren het er nul. Het langebaanschaatsen stond op het punt dood te bloeden.

Totdat de inlineskatebond besloot om het schaatsen onder de vleugels te nemen. Talentvolle rijders met een olympische droom werden aangetrokken en volop financieel ondersteund. Aan het begin van dit World Cup-seizoen werden daar de eerste vruchten van geplukt, met het wereldrecord van Timothy Loubineaud op de vijf kilometer en het wereldbekerzilver van de ploegenachtervolging.

Het teamonderdeel is momenteel de belangrijkste pijler van het Franse schaatsen, zo vertelt Valentin Thiebault. Hij won zes EK-medailles op inlineskates (1x goud, 4x zilver, 1x brons) en is sinds 2023 vaste waarde op de ploegenachtervolging. “De Spelen van Milaan was de eerste tussenstop van ons avontuur. We waren daar niet met de druk van het moeten presteren, presteren en presteren. Natuurlijk hebben we alles gegeven, maar in 2030 willen we medailles grijpen. We hebben vier jaar te gaan, wat vier extra seizoenen op het ijs betekent. Nu zijn we nog een jonge groep rijders. Niet qua leeftijd, wel qua ervaring op het ijs”, zo omschrijft de 27-jarige Thiebault.

Thiebault, Deschamps, Trebouta
Debuteren, dat is zeker een kiekje met de ringen waard (Thiebault rechts). | Foto: Eigen foto

Thialf, Turijn of toch Frankrijk?

Omdat er in heel Frankrijk geen ijsbanen van 400 meter zijn, wordt voor het langebaanschaatsen in 2030 waarschijnlijk uitgeweken naar een ander land. Thialf is een serieuze kanshebber, net als Turijn. Zien de Fransen niet liever een tijdelijke ijsbaan, zoals in Milaan? Loubineaud: “Natuurlijk zouden we graag in eigen land willen schaatsen, want het zou waarschijnlijk de enige kans voor onze generatie zijn. Maar wij zijn atleten, de keuze is niet aan ons.”

Door de steun van de federatie hebben Loubineaud, Thiebault, Mathieu Belloir, Giovanni Trebouta en Germain Deschamps veel tijd en energie kunnen steken in hun olympische droom. Zo waren er in de voorbereiding op Milaan skeelerkampen in Rennes en Bordeaux en vele ijsuren in Inzell. “We zijn een kleine familie, die als broers samen in een appartement wonen. Soms is er dan een meningsverschil, waarover we discussiëren. Maar alles doen we samen, van boodschappen tot het uitstippelen van onze plannen. We kennen elkaar van binnen en buiten.”

De Franse opmars op de ploegenachtervolging – in 2022/2023 hadden ze geen team aan de start staan, deze winter pakten ze de eerste World Cup-medaille – is niet alleen te danken aan het hechte collectief. Ook aan de vele uren die de mannen achter elkaar hebben gereden. Op het ijs én daarbuiten, tijdens het wielrennen en zelfs met skeelers aan. “Vanuit onze eigen ervaring weten we dat het op een inlineskatebaan van 200 meter veel lastiger is om zo dicht achter elkaar te rijden en te duwen. De bochten zijn krapper, waardoor er veel meer druk op je benen komt. Als we het op skeelers kunnen, wordt het makkelijker op het ijs.”

Deze taferelen zien we niet bij de Nederlandse rijders:

Thiebault is trots op de vijfde plaats in Milaan. “Het eerste doel is afgevinkt, nu zullen we samen op dezelfde voet doorgaan. Ik hoop dat deze groep, aangevuld met een succesvolle Franse junior, ook meedoet in 2030. We willen het verhaal samen verder schrijven en individueel medailles halen. Dit was niet het einde, slechts het begin.”