De eerste nationale wedstrijd van het seizoen zat er snel op voor een groot deel van het peloton. Liefst 26 man moest al voor de helft van de wedstrijd naar de kant, omdat ze door een grotere groep op een ronde achterstand waren gezet. Vanaf dat moment was de race niet alleen overzichtelijk, maar egenlijk was ook het scenario beslist. Er kwam niemand meer weg, waardoor een sprint de beslissing moest brengen.
Die ontwikkelde zich precies omgekeerd aan de sprint waarmee een paar dagen eerder de cupwedstrijd in Haarlem werd beslist. Daar pakte Gary Hekman de winst en had Hoolwerf het nakijken. ’’In Haarlem kon ik de bocht niet goed houden en kwam ik op de streep net te kort’’, herinnerde Hoolwerf zich maar al te goed. ’’Nu heb ik me daarom extra geconcentreerd in de laatste bocht.’’
Dat betaalde zich uit. Nu zag Hoolwerf hoe vlak voor hem Gary Hekman de bocht niet kon houden en iets te veel naar de buitenkant gleed. Hoolwerf prikte handig binnendoor en had een rechte lijn naar de streep over. In Haarlem reed hij de snelste laatste ronde, maar miste hij de zege, nu was minder snelheid voldoende. ’’Ach, de snelste laatste ronde wil niet zeggen dat je ook wint. Het gaat erom wie als eerste zijn schaats over die streep drukt.’’
Zijn tweede zege van het seizoen kreeg voor de 20-jarige Hoolwerf extra waarde door de locatie. ’’Hier in Dronten hebben wij leren schaatsen’’, vertelde hij. ’’Dit was de baan van onze eerste lessen. Hier ken ik elk stukje ijs, elk hoekje. Dit baantje ligt ons goed. Dan is het mooi hier weer te kunnen winnen.’’
Bovendien staat het idee van een nieuw tweeluik Hoolwerf ook wel aan. ’’Vorig jaar was het natuurlijk prachtig om eerst hier te winnen en meteen daarna in Hoorn. Nu kan ik het kunstje herhalen, maar Hoorn is wel een andere baan met sneller ijs. We gaan het zien.’’
Feit is dat Hoolwerf tot nu toe een sterke indruk maakt. Twee zeges op zak en leider in het klassement van de Marathon Cup, waarvoor de wedstrijd in Dronten overigens niet meetelde. ’’Ja, ik rijd lekker, zit goed in mijn vel’’, beaamde Hoolwerf. ’’Met ook nog een goede zomer achter me heb ik toch weer een stap gemaakt.’’ Of hij het leiderspak in de cup kan verdedigen, betwijfelt de Tjolk-rijder overigens. ’’Ik heb ook ambities op de langebaan, wil graag allrounden. Als dat lukt mis ik een paar wedstrijden en wordt de cup winnen moeilijk.’’
Saillant detail was dat Evert Hoolwerf de eer van de snelste ronde aan een ander moest laten. ’’Hekman? Schouten? Ik?’’, wilde hij weten. Die waren het niet, wel zijn jonge broertje Bart Hoolwerf, die tot 27.7 kwam. ’’Haha, dat is prachtig’’, reageerde Evert Hoolwerf lachend. ’’Maar die snelste tijd mag hij rijden, zolang ik maar win.’’