Esther Kiel demonstreerde daarmee nog maar weer eens hoe allround ze is. De rijdster van Puur ICT-BTZ kan prima uit de voeten op kunstijs, waar ze al menig zege binnenhaalde. Maar op natuurijs kan ze óók in elke wedstrijd mee. Daar won ze immers ook al eens een race over 150 kilometer en vorig seizoen nog de naar Zweden verplaatste Alternatieve Elfstedentocht, van 200 kilometer dus. Zo ver was het woensdag op de Weissensee zeker niet. Sterker, met veertig kilometers tussen start en finish was de wedstrijd gekwalificeerd als sprintrace. Dat is precies wat het werd, en ook in die massale stormloop naar de streep kon Kiel dus excelleren.
Daarom stond de Overveense na afloop met een grote lach op het kenmerkende Elfstedenbruggetje op de Weissensee. Beker in de hand, oranje leiderstrui van de Grand Prix om de schouders. "Het is natuurlijk wel het doel er een mooi afscheid van te maken in de komende weken", erkende ze. "Maar dat regisseer ik natuurlijk niet zelf. Ik ben niet de machtigste vrouw uit het peloton die hier zomaar even wint. Dat zag je ook wel aan de minimale verschillen op de streep. Ik moet echt volle bak in die finale. Dat ik het dan kan afmaken, maakt het extra leuk."
Het zijn, los van haar winst, de wedstrijden waar Esther Kiel wel erg van kan genieten. Strijd, tactiek, spanning tot op de streep. "Ja, dat vind ik het mooiste. Ik heb ook wel aangegeven dat ik niet echt kan genieten van een wedstrijd waarin één rijder echt de sterkste is. Dat zijn meestal niet de mooiste races. Dit was maar een korte koers, maar die leverde wel strijd op." Waarmee ze niet direct wil zeggen dat de openingskoers van de Grand Prix aantrekkelijk was. "Het was natuurlijk wel gewoon achter elkaar aanrijden, maar dat zie je toch altijd bij zo’n sprintkoers. Zeker als het de eerste is. Iedereen wil erbij zitten, iedereen rijdt alles dicht. En iedereen is nog fris, dus ze kunnen ook alles dichtrijden.’’
In ieder geval ging Kiel gewoon door waar ze gebleven was, want ook haar laatste wedstrijd op natuurijs sloot ze winnend af. Dat was weliswaar eind vorig seizoen in Zweden, maar toch. Lachend: "Ja, als je het zo zegt klopt dat. Die won ik wel met iets meer overmacht. Maar het zal duidelijk zijn dat bij mij het zelfvertrouwen op natuurijs groot is."
Ze stond in de vroege ochtend ook aan de start in het rood-wit-blauw van de Nederlands kampioen, het pak dat ze ook donderdag nog kan dragen in de Aart Koopmans Memorial. De vrouwen kenden een buitengewoon frisse start. Terwijl de laatste flarden mist en de opkomende zon de Weissensee een feeërieke aanblik gaven, dook de thermometer naar de achttien graden onder nul. "Het was wel koud. Sterker, ik heb het nooit eerder zo koud meegemaakt op de Weissensee, maar ik heb er niet veel last van gehad. We waren ook voorbereid.'
Ze zag hoe het peloton ondanks wat speldenprikjes toch vooral bijeen bleef. Pas tegen het einde was er echt actie. In de laatste omloop van vijf kilometer reed Anna Marit Sybrandi zich in de kijker. De rijder uit de bescheiden ploeg van Boltrics liet het peloton achter zich en bouwde een voorsprong op van bijna twintig seconden. Een stunt leek in de maak, maar in de laatste kilometer moest de Friezin capituleren voor het op drift geraakte peloton.
In die onvermijdelijke massasprint waren de verschillen minimaal. Zodanig zelfs dat Tessa Snoek even werd aangemerkt als winnaar, vooral dankzij een gebald vuistje net na de streep. Verkeerde interpretatie, verklaarde de rijdster van Okay/Vreugdenhil. "Dat vuistje was er juist uit frustratie, omdat ik zelf wel wist dat ik net tekortgekomen was." De tweede plek deed ook wel pijn. "Vooral omdat ik zo dichtbij was." Maar Snoek heeft een hoger doel op het Oostenrijkse bergmeer. Ze wijst even op het bord met winnaars van de Alternatieve Elfstedentocht. "Ik sta daar nog op als de laatste winnares en zou heel graag mijn naam daar nóg een keer op zien.’"
Dan moet ze wel zien af te rekenen met de andere diesels in het peloton, en zeker met één vrouw die haar naam nog helemaal niet terugziet op dat bord: Esther Kiel.