Erwin Mesu. Het ongeloof bij de honderden toeschouwers op de zonovergoten Weissensee was ook het ongeloof van de 25-jarige Zeeuw zelf. Nooit iets gewonnen op het hoogste niveau. Nooit op het podium gestaan zelfs. Zijn ploeg Seleqteq idem. Twee jaar in de Topdivisie, zelfs niet in de buurt geweest van een prijsje. En nu haalde Erwin Mesu de grootste binnen.

’’Onvoorstelbaar’’, verzuchtte Erwin Mesu. ’’Ik kan het amper nog bevatten. Mijn eerste overwinning ooit en dan meteen de mooiste die er is. Zelfs toen ik bovenop die brug stond met de beker in m’n hand was het nog moeilijk te begrijpen. Er komt ineens ook zoveel op me af.’’ Moeder Els Mesu knuffelde haar oudste zoon nog maar eens. De tranen kwamen als vanzelf.

Dat laatste was begrijpelijk. De 200 kilometer op de Weissensee is een koers barstensvol historie. Het verhaal van Erwin Mesu past eigenlijk naadloos in al die grote verhalen die bij de winnaars passen. De 25-jarige Zeeuw verwierf op het bergmeer de status van held. Niet alleen door zijn zege, ook door alles wat hij de laatste twee jaar meemaakte.

Nog geen twee jaar geleden leek de loopbaan van Erwin Mesu immers voorbij. In Dronten werd bij een dramatische valpartij zijn bovenbeen opengesneden. ’’Ik heb een jaar lang moeten revalideren’’, vertelde Mesu. ’’Dat was zwaar, maar ik ben er sterker uitgekomen. Ook mentaal. Ik heb tot het gaatje moeten gaan om terug te komen, maar ik weet nu wat mijn lijf aankan. Op de momenten dat het nodig is kan ik nog een stapje extra doen.’’

De familie Mesu kreeg daarna nog meer voor de kiezen. Bij de 22-jarige Niels werd kanker geconstateerd. Het hele circus volgde; bestraling, operatie en een lang herstel. Maar uiteindelijk kwam ook de jongste broer er weer bovenop. Daarom waren de emoties zaterdag op de Weissensee ook zo sterk.

De broederliefde was er onbewust ook in de koers, in de elf man tellende kopgroep, waarvan zowel Erwin als Niels reed. ’’Hij rijdt dan misschien wel in een andere ploeg’’, zei Erwin over zijn broer, ’’maar hij is natuurlijk wel familie. En dat helpt absoluut. Onbewust rijd je ook niet achter elkaar aan. Dat heb ik niet gedaan en ik weet zeker dat Niels dat ook niet heeft gedaan.’’

Maar waarschijnlijk had Erwin Mesu het ook zonder de steun van zijn broertje gekund. De Zeeuw was op de Weissensee een man met een missie. Het hele jaar stemde hij af op natuurijs. ’’Hier wilde ik goed zijn, en in Zweden.’’ Met nog een extra doel zelfs, want eerder in de week maakte hij duidelijk te vertrekken bij zijn ploeg Seleqteq, zonder vangnet. Een risico, besefte hij. ’’Ik moest zien dat ik nog een mooi visitekaartje voor mezelf maakte. Nou, mooier dan dit kan het niet worden.’’

De race op de Weissensee was vreemd, maar meeslepend. Vreemd omdat het weer eigenlijk te mooi was en veel mannen uiteindelijk de streep haalden. Meeslepend omdat er toch weer zo’n geweldig gevecht ontstond, waarin heel langzaam de een na de ander moest afhaken. Niet Erwin Mesu. Die was er vanaf het begin bij. ’’Was ook mijn plan. Ik wilde vroeg in de koers meezitten, zorgen dat ik geen energie hoefde te verspelen om ergens weer bij te komen. Dat lukte. Tot 150 kilometer ging het prima, daarna ben ik gewoon blijven gaan.’’

Als hij om zich heen keek, zag hij de sterkste mannen van de dag. De onvermoeibare Marcel van Ham, Bart Mol, Jens Zwitser, Jan van Loon, Bart van der Vlugt, Simon Schouten en Bob de Vries, die ook al met zijn broer in de kopgroep zat: Bart de Vries. ’’In de finale zat iedereen kapot. Dan moet je net even het geluk hebben dat je een gaatje krijgt en dan blijven rijden. Het lukte me.’’

Netaan, want van zijn twintig meter voorsprong op de jagende meute was op de streep nog maar één seconde over. Tot frustratie van Bob de Vries. ’’Eén seconde, da’s wel zuur, ja. Daar rijd je dan 200 kilometer voor. Nu ben ik ook niet blij met die tweede plaats, maar misschien komt dat nog.’’

Erwin Mesu keek eens om zich heen. ’’Weet je, ik ben hier opgegroeid. Kom al vanaf mijn twaalfde met kerst op de Weissensee, heb hier leren schaatsen als klein jongetje. En dan win je hier, met de hele familie om je heen. Da’s echt machtig mooi.’’ Hij wees even naar het grote bord aan de boorden van het meer. ’’Daar kijk ik elk jaar naar. Dat bord heeft iets mythisch, met al die grote namen, al die winnaars van de Alternatieve. Volgend jaar staat mijn naam daar ook bij. Da’s onvoorstelbaar.’’ De Weissensee heeft er sinds zondag een nieuwe held bij. Maar wel eentje die nog zoekt naar een ploeg.