Nee, een goede nacht gaat Jenning de Boo niet tegemoet. Als hij donderdagavond om half elf de pers te woord staat, zit zijn lichaam nog vol adrenaline. En cafeïne, want dat heeft hij even daarvoor ‘achterover getikt’ op het middenterrein. “Waarschijnlijk lig ik tot drie uur ’s nachts wakker. Ik slaap nooit goed tussen wedstrijden door. Dat zal vanavond niet anders zijn.”

De adrenaline zal zeker door het lichaam gieren als hij, turend naar het plafond van zijn hotelkamer, de avond overdenkt. Eerst die allesbehalve vlekkeloze 500 meter, waarmee hij wel het baanrecord terugpakte van Jordan Stolz. Vervolgens de kilometer, hoe hij Joep Wennemars overkruiste én zestienden pakte in de slotronde op Stolz. “Heel lekker dat ik zoveel sneller was aan het eind. Dat is me nog nooit gelukt. Op de Spelen pakte hij één seconde in de laatste ronde op mij.”

In Milaan had De Boo tweemaal genoegen moeten nemen met het zilver. Wederom. “Omdat hij twee magistrale races had neergezet en ik twee goede ritten had gereden, was het daar geen schande om van hem te verliezen. Maar ik merkte dat ik me steeds meer begon te ergeren aan die tweede plaats. Leuk dat we er met kop en schouders bovenuit steken, maar dat is niet meer genoeg voor mij. Ik kwam steeds dichterbij en voelde dat hij niet onverslaanbaar was.”

Dat gevoel had De Boo drie jaar geleden wel. “In 2023 kwam ik net om de hoek kijken en reed ik 1.10. Jordan was even oud, maar had al 1.06 geschaatst en was drievoudig wereldkampioen voordat ik bij Reggeborgh begon. In mijn hoofd had ik hem op zo’n voetstuk gezet. In de loop van de jaren ben ik steeds dichterbij gekomen, reed ik vaker tegen hem en leerde ik hem beter kennen, waardoor hij menselijker is geworden in mijn hoofd.”

Jenning de Boo en Joep Wennemars WK sprint
Menselijker, dat was Stolz zeker in Thialf. Kan hij zich vrijdag herpakken? | Foto: Orange Pictures

Zelf heeft De Boo donderdagavond laten zien ook ongelooflijke dingen te kunnen doen. Tweeënhalve week geleden haalde hij nog zijn tweede medaille op in Milaan. Vervolgens ging hij van de ene huldiging naar de andere. Hij vond het moeilijk om zijn gedachten weer te verzetten naar het WK Sprint, want de Spelen was zo groot geweest in zijn hoofd. Een dag eerder dan gepland deed hij zijn intrede in het hotel, om de wedstrijdspanning te zoeken. Die vond hij pas de avond voor de wedstrijd, op het moment dat de loting bekend werd.

Toch schaatste hij donderdag een baanrecord op de 500 meter, 33,78, gevolgd door de tweede tijd ooit in Thialf op de 1000 meter, 1.06,52. “Ik weet niet hoe ik dit doe. Dit had ik niet verwacht. De hele week zet ik al persoonlijke records neer in de trainingen. Fysiek zat het goed. Ik denk dat ik zelfs beter ben dan in Milaan, wat best gek is. Dat zal ook niet helemaal de bedoeling zijn geweest van de trainers, haha.”

Gerard van Velde drukte zijn pupil na de races op het hart dat de strijd nog niet gestreden was: ‘Morgen een nieuwe dag, met nieuwe kansen. Probeer vandaag te vergeten.’ Toch is het te hopen dat De Boo een ding geleerd heeft donderdag. Want een slordigheidje had hem, net als in Milaan, veel problemen kunnen opleveren. Weer was de beste sprinter van Nederland zijn meest waardevolle bezit kwijt: zijn schaatsen. “Een dommigheidje”, zo deed De Boo het zelf af. “Je zou denken dat een ezel zich niet tweemaal aan dezelfde steen stoot… Gelukkig was het ditmaal binnen twee minuten opgelost.”

Mits hij vrijdag zijn materiaal netjes in zijn buurt houdt, maakt hij grote kans op zijn eerste wereldtitel op de sprintvierkamp.