Ze was pas twaalf jaar toen De Vries voor het eerst afreisde naar Hallum om de skates onder te binden. Ze reed er de toertocht. De jonge De Vries kwam niet verder dan één rondje en stapte teleurgesteld af. "Hier kom ik nooit weer, zei ik toen", weet ze nog goed. "Dat heb ik lang volgehouden, maar gelukkig ben ik er dit jaar wel", liet ze er lachend op volgen.
Heel vaak kwam ze overigens niet naar het noorden van Friesland. Deze editie was zelfs pas de vierde keer. Een duidelijk gevolg van de haat-liefdeverhouding die ze heeft met de wedstrijd, maar waarin de liefde het uiteindelijk heeft gewonnen. "Weet je", verklaarde De Vries. "Hallum is zo'n koers waar je best tegenop ziet, maar die je wel graag wilt winnen. En dan moet je hem nu eenmaal rijden ook."
Dat deed De Vries. En hoe. De Friezin behoorde vanaf de start tot de sterkste vrouwen, ook al maakte ze het zichzelf nog wat moeilijker dan nodig. Net als veel andere rijdsters startte ze immers op de zogenaamde regenwielen. "Ik had voor de start nog op buienradar gekeken en het zag er echt naar uit dat er nog een buitje zou komen. Dat is gelukkig uitgebleven en ik kan alleen maar zeggen dat ik daar blij om ben, ook al maken die regenwielen het wel wat zwaarder."
Een jaar geleden regende het wel in Hallum en destijds hield De Vries het na een ronde voor gezien. 'Gekkenwerk', liet ze optekenen. "En dat was ook zo. Maar als het droog blijft, is dit parkoers heel goed te doen. Het lijkt wel of het asfalt elk jaar beter wordt."
Overigens was die start vorig jaar niet helemaal vergeefs. De Vries pikte er wat parkoerskennis mee die haar in deze editie uitstekend van pas kwam. "Ik stopte vorig jaar toen we Hallum binnenreden, maar merkte dat het toch nog een heel eind was naar de finish. Daardoor wist ik dat ik nu niet al te vroeg de sprint moest aangaan."
Die sprint was de apotheose van een koers waarin al snel duidelijk werd wie de sterkste vrouwen van de dag waren. Na de eerste omloop in de koers over zestig kilometer schudde De Vries en nog een paar sterke vrouwen even aan de boom. "Op de klinkertjes en in de bocht na de finish gaven we al even gas, maar voor de wind hebben we vol doorgetrokken. Dan zie je meteen welke meiden topsnelheid kunnen maken."
Uiteindelijk bleven er vier over, met naast De Vries ook Janita Willems-Crediet, Schouten en Hendriks. Een mooi groepje, vond De Vries. "Dit waren echt de sterkste rijdsters. We hebben goed samengewerkt en zijn zo weggebleven." De Vries vestigde in eerste instantie haar aandacht op Willems-Crediet. "Ik had het gevoel dat zij nog iets moest proberen en dat deed ze ook, maar dat kan ik pareren."
De Vries had natuurlijk het voordeel van een ploeggenote in dat kopgroepje. Hendriks rijdt immers ook in de kleuren van Sprog, en dat was prettig, erkende De Vries. "Van de vier hoef je er zelf maar twee in de gaten te houden, dat scheelt behoorlijk." Eén van die twee was Schouten, de winnares van vorig jaar. "Zij heeft natuurlijk veel snelheid. Maar ik heb goed gewacht met het aangaan van de sprint en daarna kwam er niemand meer overheen."
Met die winnende sprint vulde De Vries dus het gat in haar erelijst op. Een gat dat haar best wel dwars zat, bekende ze. "Tja, ik sta natuurlijk wel te boek als een rijdster die sterk is op de lange afstand, die houdt van doorgaan. Dan is dit wel een koers die je een keertje gewonnen moet hebben. Dat wilde ik ook graag. En ik ben nu misschien nog wat te moe om te juichen, maar geloof me, van binnen ben ik echt heel blij."
En dat stoppen? Nou, de liefhebbers kunnen gerust zijn. "Haha, dat doe ik nog niet hoor. Ik plak er echt nog wel een jaartje aan vast."