De drie schaatsende Hollanders die een figurantenrol vervulden hadden hun zegje allang gedaan, toen Eitrem er bijna net zo’n mooie rit van maakte als twee weken geleden. Alleen, toen slechtte meneer de Scandinaviër van 23 even de magische barrière van de afstand waarvan velen droomden, door bijna twee seconden onder de zes minuten te blijven. In Inzell verwachtte geen mens zo’n Noorse coup, in een expositiehal aan de noordkant van Milaan was het plaatje compleet anders.

Daar stond een onberekenbare Tsjech van nog geen twintig in de baan naast hem te grommen om geschiedenis te schrijven; daar diende Eitrem af te rekenen met een paar Italiaanse vuurvreters dat een etmaal eerder een lesje in effectiviteit had gekregen van landgenoot Francesca Lollobrigida, die tot ieders verrassing de olympische titel was komen inpikken. Daar werd vooral het antwoord verwacht op de vraag: zou hij de vorm die hem de fenomenale 5.58,52 opleverde in Zuid-Duitsland zo lang hebben kunnen conserveren tot deze zondagmiddag?

Ja hoor. En met een overtuiging van een groot kampioen die geen enkele moeite bleek te hebben om zes minuten en een beetje in elf rondjes van 28 seconden en allerlei tienden te kruipen. Terwijl de Tsjechische springveer Metodej Jilek enige tijd als een narrige bromvlieg om hem heen vloog, hield Eitrem onverstoorbaar de blik op het ijs voor hem, om in de zone van de coaches steeds te checken of hij op koers bleef. Waar Jilek uiteindelijk berustend de ene na de andere meter moest inleveren, kachelde de Noor door tot de ook voor hem verlossende eindstreep. Klus geklaard, goud en titel in de knip, 32 jaar na een illustere landgenoot, Johan-Olav Koss. Alle lof voor hem, ook van de supporters die voor andere Europeanen grof geld hadden neergeteld…

Hte geijkte plaatje: Eitrem met vlag
Noors feest in Italië, met oranje gekleurde tribunes. Niet vaak vertoond. | Foto: Orange Pictures

Die mensen – ze klapten respectvol voor Eitrem, Jilek en de grote verrassing Riccardo Lorello - wisten vast beter. Er wordt de komende dagen ongetwijfeld olympisch succes behaald door onze schaatsende delegatie, maar niet op de discipline die Nederland in de geschiedenis zes keer goud bracht. De grootste optimisten meenden in debutant Stijn van de Bunt nog een gegadigde te zien voor een plak; hij zelf sprak gelukkig nimmer woorden van die strekking. Meer dan terecht: de jonge rijder van Team IKO-X2O barst van het talent, hij kan ook aardig inschatten waar zijn grenzen liggen. “Van de tijd die ik op het Olympisch Kwalificatietoernooi heb gereden, schrikken de buitenlanders die ik hier tref heus niet. Misschien kan ik verrassen, maar ik houd geen rekening met medailles”, was een kleine paragraaf uit zijn niet al te spannende ontboezemingen de dagen voorafgaand aan zijn eerste race op de Spelen.

Net als Van de Bunt kwamen ook Chris Huizinga (6.11,58) en Marcel Bosker in de verste verte niet in de buurt van het podium. Negende (Van de Bunt), zevende (Huizinga) en elfde (Bosker) waren de klasseringen van de drie, en dat betekende dat voor het eerst sinds de Winterspelen van Sarajevo (1984) er geen prijs hoefde te worden afgehaald. Bij de vrouwen was dat zaterdag eveneens een treurige conclusie, met dien verstande dat de laatste keer ‘met lege handen’ op de drie kilometer van 2010 (Vancouver) dateerde.

Van de Bunt (6.12,94) sprak in termen van vergalopperen, bij het nabeschouwen van zijn rit. “Het was wel goed, maar ik ging iets te gek weg. 28,5 na de eerste ronde, dat zat niet in het raceplan. Misschien was het de spanning van de Spelen, want daar had ik wel een beetje last van. Ik denk dat ik net te graag wilde, of mezelf heb overschat. Dat heb ik in het verleden vaker gedaan. Meestal kwam ik dan boven de 6.20 uit, nu 6.12. Dat is niet eens zo’n gekke tijd. En op safe schaatsen, dat doe ik nooit. Ik ga niet voor een tiende plek rijden als er een gouden medaille valt te winnen”, zei de geboren Lopiker, die blij was dat hij er technisch een meer dan verdienstelijk optreden van had gemaakt. “Dat neem ik in elk geval mee naar de tien kilometer.”

Het podium van de 5 km
Geen Wilhelmus, geen medailles, maar een Tsjech (Jilek), een Noor (Eitrem) en een Italiaan (Lorello) bevolken het podium van de vijf kilometer. | Foto: Orange Pictures

Zeker is dat de coaches voor die opdracht zullen hameren op nog iets meer controle. Erik Bouwman: “Zonder er te kritisch op te zijn – want Stijn kan trots zijn op wat hij heeft laten zien – denk ik dat hij er wat veel vermogen in heeft gestopt aan het begin. Dat heeft-ie moeten bekopen. Ach, hij is er wel voor gegaan, ook omdat dit de Spelen is. Als hij goed schaatst en de taken naar behoren uitvoert, dan rijdt hij makkelijk hard. Nu was het een tandje te veel, iets te snel, en daardoor werd het ook weer moeilijk om terug te schakelen. Ik zeg: op naar de tien, waarop het wat eenvoudiger is om de juiste pace te pakken. De rondetijden zijn wat langzamer en hij hoeft dan ook niet met zoveel vermogen te rijden.”

Marcel Boskers relaas van een kleurloze vertoning (6.17,47) leek op dat van zijn jonge kompaan, met aantekening dat hij zich juist had moeten haasten in de eerste bocht, ‘om voorlangs te geraken’. “Sinds dat moment heb ik achter de feiten aan geschaatst en werd het zo hard mogelijk krabbelen naar de finish. Ik ben beter dan wat ik vandaag heb gedaan en dat heb ik in de trainingen getoond. Volgende week revanche.” Op de team pursuit, bedoelde Bosker.

Stijn van de Bunt
Dapper op weg, maar met een negende plaats blijft er toch een gevoel van onbehagen hangen. | Foto: Orange Pictures