Toeval bestaat niet, zeggen ze altijd. Ook niet in de sport. Op de ochtend van de wedstrijd in Eindhoven keek Sjoerd den Hertog zichzelf nog eens goed aan in de spiegel. De 21-jarige schaatser uit Gouda had zichzelf dit seizoen een overwinning als doel gesteld. "Maar met nog twee wedstrijden op kunstijs te gaan, moest ik wel opschieten als ik nog wat wilde", vertelt Den Hertog. "En dus zei ik tegen mezelf dat het eigenlijk vanavond moest gebeuren."

Een paar uur later stond Sjoerd den Hertog glunderend uit te hijgen tegen de boarding. Hij had zojuist in de eindsprint van de veertiende wedstrijd in de KPN Marathon Cup Evert Hoolwerff en Robert Post achter zich gelaten. "Eindelijk raak", jubelde hij. "Ik heb al zo vaak goede uitslagen gereden, maar die overwinning kwam er nooit. Altijd gebeurde er wel wat. Een paar A-rijders die me net te vlug af waren, even een verkeerde keuze. Maar nu dan wel."

Den Hertog had wel het gevoel dat hij in zijn tweede jaar in de Eerste Divisie klaar was voor zijn eerste zege. "De doelstelling was ook realistisch, dat bleek ook wel uit de uitslagen die ik reed. Maar het moet dan net even meezitten. Regelmatig gebeurde het ook dat er een ploeggenoot mee zat van voren. Een luxe-probleem, maar daardoor werden mijn kansen wel minder."

Hij rijdt voor de formatie van Harry de Wolff. "De sterkste ploeg uit de Eerste Divisie", zegt hij onomwonden. "We hebben het prima voor elkaar met goede rijders. " Den Hertog hoopt dat hij bezig is aan zijn laatste seizoen in de Eerste Divisie. "Want ik wil dolgraag naar de Top Divisie."

De suggestie dat zoiets misschien mogelijk zou zijn door het hele team van Harry de Wolff door te schuiven naar het hoogste niveau, wijs hij niet meteen van de hand. "Met die gedachte heb ik zelf ook wel eens gespeeld. Maar ik denk dat we dat eerst maar moeten voorleggen aan Harry zelf."

De koers in Eindhoven werkte keurig mee aan het streven van Den Hertog om eindelijk eens die zege binnen te halen. Niemand slaagde erin weg te komen. "Met nog veertig ronden op het bord had ik al het gevoel dat het een sprint kon worden. En daarin acht ik mezelf absoluut niet kansloos. Ik ben meer een allrounder dan een sprinter, maar ik kan zeker goed aankomen."

Dat bleek veertig ronden later. "Ik koos positie achter Robert Post en wilde gaan als zij aangingen. Dat bleek in dit geval de juiste tactiek. Eindelijk."