Heel lang moesten Bugter en Qualm in spanning zitten na hun spetterende sprint. Het verschil tussen de twee kemphanen was zo klein dat de scheidsrechters zich uitgebreid over de beelden moesten buigen. Uiteindelijk viel de beslissing uit in het voordeel van Bugter. Die was de koning te rijk. ’’Nederlands kampioen, ongelooflijk. Dat klinkt heel goed. Zo dichtbij in het wielrennen, dichtbij op de langebaan en dan nu komt het met de marathon. Ik kan het amper geloven.’’
Op het podium daalde het besef in bij de 22-jarige rijder uit Arnhem. ’’Ja, als je die roodwitblauwe trui aan hebt, de krans om en het volkslied hoort, dat doet veel met je. Dan weet je waarvoor je al die jaren hebt getraind.’’
Naast hem stond Qualm, de man die op centimeters de titel misliep. Met het zilver om de nek was de jonge Qualm echter realistisch. ’’Natuurlijk baal je als je zo dichtbij de titel bent en hem toch misloopt. Maar eerlijk is eerlijk, het zat er gewoon net niet in vandaag. Ik moest in de finale het gat dichtrijden naar Derk Abel Beckeringh en dat kostte me net te veel kracht.’’
Het achttienjarige talent bezorgde zijn ploeg Groenehartsport.nl bijna de derde nationale titel bij de Neo-Senioren op rij, maar op de streep wist hij zelf al dat dat er niet van ging komen. Qualm stak de armen niet in de lucht. ’’Het scheelde heel weinig, maar ik voelde al dat ik ‘m niet had, dat het de tweede plaats was. Maar achteraf ben ik ook daar best tevreden mee.’’
De beloften uit het marathonschaatsen maakten er op de Jaap Edenbaan een mooie strijd van, met veel aanvallen. Uiteindelijk was er succes voor elf mannen die een ronde voorsprong pakten. Sterke mannen, wist Bugter. ’’Het waren de jongens die je ook in de andere koersen voorin ziet.’’
Daar hoort hij zelf ook bij. Bugter won dit seizoen al in Utrecht en rijdt sterk. ’’Vandaag was ik misschien ook de sterkste, maar zeker de slimste’’, oordeelde hij zelf. In de finale maakte hij handig gebruik van de inspanningen van Qualm, die de weggereden Beckeringh terughaalde. ’’Ik weet dat hij een sterke sprint heeft, dus dat dit hem kracht kostte, was prettig. Zelf weet ik ook dat ik explosief ben, maar ik heb me nog niet vaak met de sprints bemoeid."
"Ik voelde dat ik goede benen had, wilde de laatste bocht binnendoor duiken en dan maar zien hoe ver ik zou komen.’’ Dat ging bijna nog fout, bekende hij met een lach. ’’Ik struikelde bijna op het laatste rechte stuk, maar kon blijven staan.’’ Vervolgens had hij nog net genoeg over om Qualm te kloppen.
De nationale titel zal echter niet veel veranderen aan zijn plannen. Bugter blijft namelijk vooral wielrenner. ’’Daar ligt echt de focus. Ik probeer heus wel de marathons te rijden wanneer ik kan, maar het gaat om wielrennen.’’ Bugter debuteert dit jaar bij het Continental team van De Rijke. ’’Ik probeer daar de stap naar de profs te maken. Ja, dat is best serieus. Volgende week ga ik op trainingskamp naar Calpe in Spanje, dan is het schaatsen even over.’’
Een combi zoals Janneke Ensing die maakt, vindt hij mooi, maar moeilijk. ’’Het niveau ligt zo hoog dat je je toch specialiseren. Bovendien lopen de seizoenen door elkaar heen. Dat is lastig. Je moet selectief zijn in je wedstrijden. Dan kies ik nu nog voor het wielrennen.’’