Na zijn deelname aan de Olympische Spelen van 2022 en een zilveren WK-medaille met de aflossingsploeg in datzelfde jaar, kreeg Sven Roes te maken met een hardnekkige heupblessure. In het seizoen 2022-2023 bleek uiteindelijk een heupoperatie nodig om een scheur in het labrum (het kraakbeen dat de kop en kom in het heupgewricht bij elkaar houdt) te herstellen. Na een lange revalidatie knokte Roes zich op bewonderenswaardige wijze terug in TeamNL Shorttrack, met een zilveren medaille op de 1000 meter bij het EK in Dresden als tastbare beloning.

Aan het begin van het olympisch seizoen 2025-2026 keerden de klachten bij Roes terug. Hij miste daardoor onder meer de kwalificatiewedstrijden voor de vier ISU World Tour-wedstrijden, waardoor ook de kans op plaatsing voor de Olympische Spelen voor hem steeds kleiner werd. Na verschillende onderzoeken is geconcludeerd dat een operatie aan het heupgewricht uiteindelijk toch noodzakelijk is.

“De chirurg kan pas tijdens de operatie beoordelen wat de schade precies is en of er bijvoorbeeld nog iets aan het labrum moet worden gedaan. Daarna weten we ook hoe lang ik moet revalideren, maar dit seizoen ga ik sowieso geen wedstrijden meer rijden”, legt Sven Roes uit. 

“Ontzettend balen natuurlijk. Maar ik wil niet in negativiteit of het verleden blijven hangen, maar vooruit kijken en me focussen op mijn revalidatie. Ik ben nog lang niet klaar met topsport. Ik wens mijn shorttrack-maten van de NTS veel succes in Milaan en ga er daarna alles aan doen om weer terug te keren op het ijs.”