“Vandaag was het een beetje zoals op dat spandoek, hè”, zegt de blije olympisch kampioen van Milaan. “Onder de 39 rijden op de 500 was al goed, maar die 3.56 is niet mis”, is haar oordeel dat ze terecht met de nodige trots uitspreekt. Dik onder de vier minuten (3.56,65), het is de derde beste 3000 meter van de 26 die ze er heeft gereden in Thialf. Niettemin betekent deze uitslag, beloond met een bosje tulpen, dat ze het verder voor gezien houdt op deze nationale titelstrijd voor de allround-vrouwen. “Het wereldkampioenschap is belangrijker dan dit weekend.” Voor de rest zit er niets achter haar beslissing – of die van de ploeg – halverwege af te draaien. Dat Merel Conijn zich halsoverkop heeft teruggetrokken en daardoor Groenewoud alleen de tweede afstand van de dag heeft moeten rijden? Ook geen probleem, gezien de manier waarop ze dat heeft gedaan.
Wat Conijn heeft bewogen, is Groenewoud onbekend. Dat ze volgens de NOS ‘uit protest’ is gestopt? “Daar ben ik niet mee bezig. Ik heb geprobeerd zelf een goede race te schaatsen en dat is gelukt. Daar ben ik blij mee, want dit was een prima test voor over een week. Dit geeft vertrouwen. Zo doe ik het meestal in de aanloop, een trainingswedstrijd rijden. Oké, dit NK is misschien een luxe trainingswedstrijd, maar ik doe niets anders dan normaal.”
De week voorafgaand aan het NK overigens wel. Ze begint te lachen. “Ja, de voorbije dagen ben ik behoorlijk geleefd door alle huldigingen en heb ik weinig kunnen slapen. Het was overal naartoe racen en komen opdraven. Het zou altijd van invloed zijn als ik nu het volledige NK-programma zou afwerken. Doen we niet. Ik weet dankzij de drie kilometer dat ik mijn olympische vorm aardig heb weten door te trekken.”