“De hele avond na het NK Shorttrack zaten we in spanning. Eerst drieënhalf uur in de auto vanuit Leeuwarden naar huis, ook nog met een sneeuwstorm onderweg. Ik had tegen mijn vriend Luuk gezegd: jij rijdt terug, want dan kan ik de hele tijd met Friso contact houden, en m’n berichten op mijn telefoon steeds refreshen. Ik wilde als eerste horen of hij al iets wist. Er gebeurde dus niets, maar dat hebben we pas achteraf vernomen. Rond een uur of tien kwam het bericht dat de beslissing tot de volgende ochtend was uitgesteld. Ik heb die nacht wel kunnen slapen, al bleef de spanning voelbaar…
“’s Maandags zat ik ’s morgens thuis in een Teams-overleg van mijn werk. Plotseling lichtte mijn telefoon op. Ik las het bericht met daarin het verlossende woord. ‘IK ZIT ERBIJ!! ONDER EMBARGO!!’ Toen kwamen de tranen en zei ik snel tegen m’n collega’s: ik bel straks terug, want ik ga nu Friso bellen..”
De meest stressvolle uren van Friso Emons’ grootste supporter sinds hij op shorttrackschaatsen rondrijdt: zo beleefde zijn anderhalf jaar oudere zus Carlijn Emons (28) begin januari het zenuwslopende etmaal waarin een groep wijze mannen van de KNSB een olympische droom net zo gemakkelijk wreed had kunnen verstoren. “Na de eerste wedstrijd van het seizoen eind september dacht ik dat het heel moeilijk zou worden. Toen de laatste World Tour, die in Dordrecht, was verreden, had ik er echter alle vertrouwen in dat het goed zou komen. Ik ben megablij en supertrots op hem, wetend wat hij er al die jaren voor heeft gedaan en gelaten.”
Al is hij waarschijnlijk nog lang niet aan het einde van zijn sportieve reis, het bereiken van de Olympische Winterspelen kan beschouwd worden als de belangrijkste mijlpaal van Emons sinds hij ‘op schaatsen ging’. Dat is zo’n negentien jaar geleden, weet Carlijn. “Wij waren een schaatsgezin. Papa, mama en ik hebben dat ook best actief gedaan. Ik deed aan kunstrijden op de ijshockeybaan in Tilburg, en Friso schaatste de eerste jaren op de langebaan. Toen ik dertien of zo was, stopte ik al, omdat ik andere interesses kreeg. Naderhand kwam bij mij de focus op studeren. Friso bleef, intussen als shorttracker, lekker doorgaan totdat hij door het talententeam in Utrecht (KTT Midden-Oost) werd gescout, onder leiding van Wilma Boomstra.”
Hoewel Carlijns aandacht door andere zaken werd opgeslokt, probeerde ze haar broers shorttrackprestaties op de voet te volgen. Waar mogelijk, reisde ze Friso achterna. En anno 2026 is het niet veranderd. Zo trok ze met vader Emons naar Tomaszów Mazowiecki waar het wereldkampioenschap junioren werd verreden. Dresden is afgevinkt, net als Gdansk. Laten de werkzaamheden het toe en is er een toernooi in Europa, dan boekt Carlijn vliegtickets en een hotel. Voor de echt verre oorden zoals China of Korea wordt de wekker gezet, zodat ze met Luuk de wedstrijden via een livestream kan zien. “Ik geloof dat ik de meeste wedstrijden, zeker in Friso’s jeugd, live heb gezien.” Ze begint spontaan te lachen. “Er nu zo aan terugdenkend, herinner ik me hoe hard ik af en toe langs dat ijs stond te schreeuwen, of aan te moedigen. Ik was écht een hartstochtelijk meelevende supporter hoor, die trots was op wat Friso bereikte in de sport. En nog steeds.”
Het meeleven is allang ingetogener geworden, erkent ze; de onderlinge band met Friso hechter dan ooit, ondanks het feit dat de twee hun leven los van elkaar hebben opgebouwd. Carlijn koestert de kleine (privé-)momenten die ze samen hebben beleefd: de vroegere zeilvakanties met het gezin, de verhuisdag van Friso waarbij ze samen in een busje de hele inboedel overbrachten van een Utrechts zolderkamertje naar een appartement tussen de bejaarden in Heerenveen. En vanzelfsprekend zijn de grote, voor haar broer succesvolle toernooien die ze bezocht, dierbare herinneringen. “Waar ik ook van geniet: als een klein jongetje hem om een handtekening vraagt. Zó schattig. En dan voel ik de trots.” Die zal in veelvoud aanwezig zijn op 24 april, wanneer Carlijn en Luuk zullen trouwen. Haar enige getuige, hoe kan het ook anders: broer Friso.
Friso Emons in z'n jonge jaren
- Eerste keer op het ijs
Als vijf- of zesjarige knulletje samen met oudere zus Carlijn en papa en mama Emons in Tilburg. - Eerste vereniging/ eerste ijsbaan
IJsclub Tilburg. - Eerste coach
Frank van Geet was Friso's eerste coach; Wilma Boomstra zorgde voor het kantelpunt aan het einde van zijn juniorenperiode, waardoor hij ging winnen.
- Carlijns wens
"Ik hoop vooral dat Friso kan genieten van elk moment en alles wat deze bijzondere ervaring met zich meebrengt. Wat er ook gebeurt en hoe het ook gaat, ik ben nu al onwijs trots op hem en dat zal ik ook blijven."
“Shorttrack blijft iets dat ons dicht bij elkaar houdt. Buiten de sport kunnen we het ook heel goed met elkaar vinden. Er zijn niet veel woorden nodig om elkaar te begrijpen. Een blik die we uitwisselen is vaak al genoeg en geeft dan veel vertrouwen. Het maakt niet uit hoe vaak we elkaar spreken, of juist niet. We zijn in elk geval niet de broer en zus die elkaar dagelijks appen. Of we de grootste geheimen delen? Nou, dat weet ik niet zo goed, het komt er niet van omdat we ons eigen leven leiden en de afstand best groot is. Maar als het nodig is, kunnen we prima met elkaar praten over allerlei zaken.”
Wat illustratief is in de relatie tussen de twee: het oogcontact voorafgaand aan een race, dat geldt bijna als iets heiligs voor beiden. “We zijn allebei ontzettend gespannen rond de races. Ik kijk altijd, hoe groot de wedstrijd ook is, al schiet mijn hartslag dan flink omhoog. Zodra Friso het ijs opstapt, voel ik me relaxt. Hij rijdt altijd twee rondjes in waarbij ik steeds moet lachen om zijn vaste rituelen: twee keer op zijn dijbenen slaan en daarna trommelt hij met gekruiste armen op zijn borstkas. Zodra hij opkijkt, duurt het niet lang voor hij me heeft gevonden in het publiek. Dan komt er een knikje met het hoofd dat ik op dezelfde manier beantwoord. Negen van de tien keer stuur ik hem van tevoren een appje om te zeggen waar Luuk en ik ongeveer zitten. Soms heeft hij dat eerder in de gaten gekregen. Het geeft hem een vertrouwd idee te weten dat we erbij zijn. Een keer hadden we in Dordrecht een andere plek op de tribune en kon hij ons tijdens de warming-up niet vinden. Meteen kwam er een reactie via de app. Hij móest weten waar we zaten. Ik stuurde foto’s van onze plaats, iets dat normaal gesproken nooit nodig is.”
Napraten over de race gebeurt niet veel. “Soms komt Friso even naar boven. Dan hebben we een kort praatje. Is oké voor me hoor, ik vind het vooral fijn om hem te zien schaatsen en plezier te hebben in wat hij doet. Hoe de uitslagen ook zijn, of wat er ook gebeurt in de wedstrijden tijdens de Winterspelen, ik ben nu al supertrots op hem omdat hij daar in Milaan op het ijs mag staan. Advies geven? Ik? Nee joh, absoluut niet, haha!. Ik ben geen shorttrackexpert. De regels ken ik, ik weet hoe alles werkt en heb onderhand door wie er welke tactiek hanteert. Tenminste, van alle Nederlandse rijders weet ik wel hoe ze rijden.
“Friso houdt altijd vertrouwen. Het is ongelooflijk hoe optimistisch hij is. Soms denk ik, als hij in een benarde situatie is beland, jeetje Friso, ik zou hier nou toch wel erg veel stress van krijgen. Zo zal hij het zelf misschien ook ervaren, maar ergens houdt hij het vertrouwen dat het dan goedkomt. Hij weet hoe zijn trainingen verlopen en wat hij kan laten zien. Ontzettend knap vind ik dat, zo positief blijven. Verleden jaar raakte hij zijn A-status kwijt van NOC*NSF. Dat betekende geen inkomsten meer, wat heel vervelend was. Toch hield hij de moed erin, mede doordat mijn ouders toen een helpende hand toestaken.” Giechelend: “Ik bood hem mentale steun.”