Niet dat Ten Cate een moment van de Spelen mist. Net na de podiumceremonie ziet hij ook dat Thialf meteen leegstroomt, het publiek haast zich naar huis om te zien hoe Jens van ’t Wout zich naar zijn tweede gouden plak rijdt. De 22-jarige winnaar geeft ze groot gelijk. Hij kijkt ook met verwondering naar de prestaties van Team NL en in het bijzonder van Stijn van de Bunt, een goede vriend van hem.
“Het is mooi om te zien hoe Stijn het doet”, vertelt Ten Cate. “Dat geeft mij ook de motivatie om dat als doel te stellen en na te denken over nieuwe mogelijkheden. Het opent mijn ogen, maar vandaag moest ik terug naar het hier en nu en is mijn wereld weer klein. Die moet je ook klein maken. Dan moet je even relativeren en weer terug zijn in wat er nu gebeurt, in plaats van wat er volgend jaar misschien zou kunnen.”
Voor de jonge rijder van Reggeborgh was dat een mooie opgave, zeker gezien alle gebeurtenissen van de laatste weken bij zijn ploeg. Hijzelf werd ziek na de Weissensee en zijn ploeggenoten Evert Hoolwerf en Casper de Gier kwamen geblesseerd terug uit Oostenrijk. De sleur lijkt er een beetje in te komen, zo aan het einde van het seizoen. Daarbij komt het plotselinge vertrek van Jordy van Workum, die bij de wedstrijd in Thialf voor het eerst als neutrale rijder in actie komt en er flink de beuk in gooit.
Ten Cate heeft zich voor dat alles enigszins kunnen afsluiten, concludeert hij na zijn overwinning. “Voor mijzelf maakte het inhoudelijk niet veel uit, maar je moet als team wel bij elkaar blijven als er zoveel dingen spelen. Er is gewoon veel gebeurd. Om dan zo te winnen, maakt ons als team sterker. Ik ben trots op iedereen. Deze overwinning is niet alleen voor mij, maar voor het hele team.”
Op de streep scheelt het echter niet veel. Gelling moet, zoals wel vaker dit seizoen, opnieuw genoegen nemen met een ereplaats in de sprint. Maar het is genoeg en de vierde overwinning van het seizoen is een feit. “Ja, het is voor mij zeker een mooi seizoen, maar ook voor de ploeg is deze heel fijn. Dit kalenderjaar hadden we nog niet gewonnen en het seizoen gaat nu best snel. Je moet scherp blijven, want je kan hem zomaar pakken zoals vandaag. En op natuurijs willen we er straks ook nog een pakken.”
De doelen van de leider in het jongerenklassement reiken ook verder dan de komende wedstrijden op het natuurijs in Zweden. In zijn hoofd weet Ten Cate al hartstikke goed wat hij wil: een olympisch optreden over vier jaar. Het eerste station op weg naar dat ideaalbeeld? Een wereldbekerdeelname volgend seizoen. Dat zou voor de Nederlands kampioen op de mass start op dat onderdeel moeten gebeuren, denkt hij.
“Na die titel heb ik er wel een ambitie bijgekregen, inderdaad. Dit jaar laat ik in ieder geval zien dat ik de snelste sprint heb en dat ik het inzicht heb om een finale te rijden. Je weet alleen niet hoe het straks zit na Milaan en wat er mogelijk gaat zijn met de ploegen en de bondscoach. Misschien zou ik met Stijn en Wisse (Slendebroek, red.) ook wel op de ploegenachtervolging een rol kunnen spelen.”
Dromend van olympisch succes gaat de blik dus ook langzaam maar zeker al op volgend jaar. “Maar dat is nog ver weg. Eerst maar eens dit seizoen afmaken en daarna weer hard trainen om beter te worden. Wie weet wat er dan nog mogelijk is.” Ten Cate is intussen wel toe aan een beetje rust, geeft hij ook toe. “De hardheid is er wel een beetje uit. Er zit een stukje chronische vermoeidheid in het lijf, omdat je elke week koerst. Ik kijk ernaar uit om straks een rustperiode te pakken.”
De Velde wil door bij Royal A-ware
Voor alweer de zesde keer dit seizoen ging de overwinning bij de beloften naar Chris de Velde. De klassementsleider van Royal A-ware was na honderd ronden de snelste in de sprint. Waar de koers afwachtend begon, ontbrandde die vervolgens alsnog. Na een seizoen vol aanvallen waren vooral de bekende namen weer veelvuldig van voren te zien. Douwe Boonstra, Matthijs van Zwieten en Friso van Vliet wisten even een mooi gat te slaan, maar zonder resultaat.
“We moesten aan de bak”, sprak De Velde achteraf. “Ze bleven de hele wedstrijd achter me aan rijden en ze probeerden het een beetje te forceren en er was veel geduw en getrek, zeker in de finale. Gelukkig ben ik er goed vanaf gekomen en reed ik een resultaat.”
Met zes overwinningen lijkt promotie onafwendbaar. De eerste tien van het eindklassement in de competitie moeten volgend jaar namelijk verplicht op een niveau hoger uitkomen. Na de wedstrijd in Heerenveen zag hij ook wel in dat hij in het nieuwe seizoen in de topdivisie gaat rijden als hij in de marathons wil blijven rijden. “Daar is het ook wel tijd voor. Ik weet nog niet precies in welke vorm ik dat ga doen, maar ik hoor positieve geluiden uit de ploeg. Ze zijn nu in Milaan druk met de Spelen. Daarna krijg ik wel te horen hoe of wat. Ik zit goed op mijn plek bij het team, dus het liefst ga ik geen kant op.”