“Voor mijn gevoel stond ik stil in mijn ontwikkeling. Als ik op dezelfde manier door was gegaan, zou ik de volgende Winterspelen weer vierde zijn geworden. Net zoals in Sotsji 2014 op de 1500 meter. Daar had ik geen trek in”, zegt Leenstra in gesprek met de Telegraaf.
En hoewel de trainingsvormen bij de Italianen volgens Leenstra in grote lijnen hetzelfde zijn als in Nederland, voelt ze dat ze door de hogere intensiteit een stuk sterker is geworden. “Er wordt weinig rust ingebouwd. Een ijsuur wordt altijd volledig benut. Als je klaar bent en de tijd is nog niet om, doe je gewoon nog een extra trainingsblok”, schetst ze de werkwijze van coach Marchetto.
“In Nederland vinden ze hem een beetje old skool, ik niet. Hij is de man van de zware trainingsschema’s, van het keihard trainen. Alleen de sterksten overleven bij hem. Ik merkte de laatste jaren dat ik van al dat korte intensieve werk niet echt sneller werd”, vervolgt Leenstra,
Omdat Leenstra nog geen tijden gereden heeft, weet ze echter niet precies op welk niveau ze nu zit. “We testen wel, maar op een andere manier. Dat brengt veel onzekerheid met zich mee. Maar ik heb dat risico bewust genomen. Mijn keuze kan goed uitpakken of helemaal niet.”
Toch is de kans dat Leenstra spijt krijgt van haar beslissing klein, denkt ze. “Ik had wel het gevoel dat ik íets moest doen om over twee jaar een olympische medaille te pakken. In die zin was doorgaan op dezelfde voet voor mij een veel groter risico.”